---
title: "Informatieborden en bewegwijzering: wat vertellen ze je?"
url: https://theorie-rijbewijs.nl/theorie-leren/informatieborden-en-bewegwijzering/
description: "Leer wat informatieborden en wegwijzers betekenen: doodlopende weg, tunnel, uitwijkplaats, voorsorteren, bushalte en de borden voor de route."
type: "Les"
chapter: "Hoofdstuk 10: Verkeersborden"
language: nl-NL
site: "Theorie Rijbewijs"
publisher: "Permis Online SRL"
author: "Wenceslas Dasnois, oprichter van Theorie Rijbewijs"
modified: 2026-10-23T16:26:16Z
---

# Informatieborden en bewegwijzering: wat vertellen ze je?

> Leer wat informatieborden en wegwijzers betekenen: doodlopende weg, tunnel, uitwijkplaats, voorsorteren, bushalte en de borden voor de route.

Het belangrijkste in 30 seconden

- Zoek op een **wegwijzer** eerst je bestemming en dan de pijl erbij; de **voorwegwijzer** kondigt de afslag al aan.
- Lees bij rijstrookborden **welke strook** verandert en voor welke strook een verkeersbord geldt.
- **Hoogte onderdoorgang** geeft informatie; een rond hoogtebord geeft een toegangsverbod.
- Bij een bushalte geldt het stopverbod langs de **geblokte markering**, of zonder markering op minder dan 12 meter van het bord, behalve voor onmiddellijk in- en uitstappen.
- In een tunnel wijzen borden je naar **hulp en uitgangen**. Je mag er je auto niet laten stilstaan.

Hier leer je de borden lezen voordat je een richting of rijstrook kiest.

**Je zoekt een afrit en ziet verschillende borden tegelijk.** Welke pijl hoort bij jouw bestemming? En vertelt het bord iets over je route, je rijstrook of een plek langs de weg?

## Hoe vind je de juiste afrit?

Je rijdt op de autosnelweg naar een andere stad. De **bewegwijzering**, de wegwijzers voor je route, laat zien welke richting je bestemming op ligt. De **voorwegwijzer** geeft die informatie al voordat je moet kiezen.

**Definitie.** Een informatiebord geeft informatie over de route of de weg en gebiedt of verbiedt zelf niets. Is er geen model voorgeschreven, dan is het een rechthoekig bord met letters, cijfers of symbolen op een blauw veld.

![Wegwijzers langs de autosnelweg: doorgaande richting, twee afritten met afstand en met afritnummer, een verzorgingsplaats en een splitsing](https://theorie-rijbewijs.nl/wp-content/cel-contenu/medias/lecons/informatieborden-en-bewegwijzering/snelweg.webp)

*Boven: lage beslissingswegwijzer, voorwegwijzer met afstand, voorwegwijzer met afritnummer. Onder: beslissingswegwijzer naar een verzorgingsplaats en hoge beslissingswegwijzer.*

Zoek eerst je **bestemming**, daarna de bijbehorende **pijl**. Een **beslissingswegwijzer** helpt je op de plek waar de routes uit elkaar gaan. Verwar de doorgaande richting niet met de afgaande richting: die laatste verlaat de doorgaande route.

Op de voorwegwijzer voor een afrit staat linksboven de **afstand tot de afrit** of het **afritnummer**. De bovenste bestemming is **de afritnaam**. Zo controleer je of je de bedoelde afrit nadert, voordat je de afgaande richting kiest.

Wil je onderweg pauzeren? Zoek de wegwijzer naar een **verzorgingsplaats**: een plek langs de snelweg met voorzieningen. De symbolen geven aan welke voorzieningen er zijn.

Hoe je de afrit veilig neemt, leer je in de les over [de autosnelweg en de autoweg](https://theorie-rijbewijs.nl/theorie-leren/autosnelweg/).

## Welke wegwijzer hoort bij jouw route?

Na de afrit zoek je een wijk. Buiten de autosnelweg kom je wegwijzers naar plaatsen tegen; **binnen de bebouwde kom** helpen ook wijknamen en wijknummers je verder.

![Zes wegwijzers buiten de autosnelweg en binnen de bebouwde kom](https://theorie-rijbewijs.nl/wp-content/cel-contenu/medias/lecons/informatieborden-en-bewegwijzering/plaatsen-wijken.webp)

*Boven: voorwegwijzer langs niet-autosnelweg, beslissingswegwijzer langs niet-autosnelweg, voorwegwijzer binnen de bebouwde kom. Onder: voorsorteren op niet-autosnelweg, wijkwegwijzer met wijknamen, wijkwegwijzer met wijknummers.*

Een bord met bestemmingen per rijstrook helpt je **voorsorteren**: vooraf de strook voor je richting kiezen. De wegwijzer met bestemmingen per strook is een ander bord dan het bord Voorsorteren met alleen pijlen.

Een wijknummer hoort bij de wijk; het is **geen afritnummer** van de snelweg.

Je ziet jouw bestemming ook op een witte wegwijzer met rode letters. Dat is een wegwijzer voor fietsers en bromfietsers, niet voor het autoverkeer. Die route is dus niet automatisch jouw autoroute.

![Wegwijzers voor fietsers en bromfietsers, omleiding en route voor bepaalde gevaarlijke stoffen](https://theorie-rijbewijs.nl/wp-content/cel-contenu/medias/lecons/informatieborden-en-bewegwijzering/andere-routes.webp)

*Van links naar rechts: wegwijzer voor fietsers en bromfietsers als handwijzer en stapelbord, Omleiding, Route voor het vervoer van bepaalde gevaarlijke stoffen.*

Is jouw route **omgeleid**, dan wordt het verkeer langs een andere route geleid. Lees de richting voor je bestemming op de omleidingsaanduiding.

Het bord **Route voor het vervoer van bepaalde gevaarlijke stoffen** wijst routes aan waarop dat vervoer is toegestaan. Het is **geen omleidingsbord**.

**Op het examen.** Staat jouw bestemming op een bord, kijk dan eerst voor wie het bord is. Een wegwijzer voor fietsers en bromfietsers is wit met rode letters en heeft een fietssymbool of een fietsroutenummer. Het is niet jouw autoroute.

Je bestemming staat op een wegwijzer voor fietsers. Is daarmee jouw autoroute aangegeven?

## Wat verandert er aan jouw rijstrook?

Je nadert een kruispunt of een plek waar rijstroken samenkomen. Op deze borden laten pijlen zien wat elke strook doet.

![Voorsorteren, Einde rijstrook, Splitsing en Aantal doorgaande rijstroken](https://theorie-rijbewijs.nl/wp-content/cel-contenu/medias/lecons/informatieborden-en-bewegwijzering/rijstroken.webp)

*Van links naar rechts: Voorsorteren, Einde rijstrook, Splitsing en Aantal doorgaande rijstroken.*

Het bord **Voorsorteren** toont een pijl per strook en staat op enige afstand vóór de voorsorteervakken: je kunt je keuze dus voorbereiden. Bij **Einde rijstrook** buigt de pijl van de strook die ophoudt naar de strook ernaast. Bij **Splitsing** buigt één pijl van de andere pijlen weg, terwijl die rechtdoor gaan, en bij **Aantal doorgaande rijstroken** gaan alle pijlen rechtdoor.

Houdt jouw strook op? Bereid een **rijstrookwissel** voor en laat daarbij het overige verkeer voorgaan. Een **verdrijvingsvlak**, een vlak met schuine strepen, mag je niet gebruiken. Het is **geen verlenging van jouw strook**.

Er zijn twee uitzonderingen. Volg je een **spitsstrook** die een splitsing of samenvoeging van wegen, rijstroken of rijbanen passeert, dan mag je het vlak gebruiken. Dat geldt ook als je rechtmatig een **busbaan of busstrook** volgt die zo'n splitsing of samenvoeging passeert.

Zie je in plaats daarvan een driehoekig bord voor een **rijbaanversmalling**? Dat waarschuwt voor een smallere rijbaan; het wordt niet gebruikt om het einde van een rijstrook aan te geven.

![Waarschuwingen voor een rijbaanversmalling aan beide kanten, rechts en links](https://theorie-rijbewijs.nl/wp-content/cel-contenu/medias/lecons/informatieborden-en-bewegwijzering/versmalling.webp)

*Van links naar rechts: Rijbaanversmalling, Rijbaanversmalling rechts, Rijbaanversmalling links.*

Bij meerdere stroken kan een verkeersbord maar voor een deel daarvan gelden. Dan staat het verkeersbord zelf in een blauw paneel met pijlen, bij de pijl van de strook waarvoor het geldt.

![Vooraanduiding van een verkeersmaatregel en aanduidingen van de rijstroken waarvoor een bord geldt](https://theorie-rijbewijs.nl/wp-content/cel-contenu/medias/lecons/informatieborden-en-bewegwijzering/toepassing.webp)

*Van links naar rechts: Vooraanduiding verkeersmaatregel voor de aangegeven richting; Verkeersbord geldt alleen voor de aangegeven rijstrook/rijstroken; Verkeersbord geldt alleen voor de aangegeven rijstrook.*

Een vooraanduiding van een verkeersmaatregel vertelt je al vóór de keuze welke maatregel in de aangegeven richting komt. Bekijk dus **richting én maatregel**, voordat je die weg neemt.

**Klassieke valkuil.** Lees niet alleen de pijlen, maar ook het verkeersbord in het paneel. De pijlen laten zien voor welke strook het geldt, het bord zegt wat er geldt. Op de andere stroken geldt die regel niet.

Je strook eindigt bij een verdrijvingsvlak. Kun je over dat vlak verder rijden?

Hoe je van strook wisselt, leer je in de les over [voorsorteren](https://theorie-rijbewijs.nl/theorie-leren/voorsorteren/); de markeringen op het wegdek komen aan bod in de les over [strepen en markeringen](https://theorie-rijbewijs.nl/theorie-leren/strepen-en-markeringen/).

## Wat controleer je vóór een onderdoorgang?

Je rijdt met bagage op het dak naar een onderdoorgang. Vergelijk de **hoogte van je voertuig inclusief lading** met de aangegeven hoogte. Kijk daarbij ook naar de vorm en de kleur van het bord.

![Hoogte onderdoorgang naast het ronde verbod voor te hoge voertuigen](https://theorie-rijbewijs.nl/wp-content/cel-contenu/medias/lecons/informatieborden-en-bewegwijzering/hoogte.webp)

*Links: Hoogte onderdoorgang (voorbeeld: 4,2 m). Rechts: Gesloten voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, hoger zijn dan op het bord is aangegeven (voorbeeld: 3,1 m).*

Het informatiebord geeft de **hoogte van de onderdoorgang** aan. Het ronde verbodsbord sluit de weg voor voertuigen die hoger zijn dan het aangegeven getal, inclusief hun lading. Het blauwe bord informeert, het ronde bord met rode rand verbiedt de doorgang.

Op beide borden ligt het getal altijd **0,10 tot 0,20 meter onder de gemeten doorrijhoogte**.

## Waar moet je op overstekers en haltes letten?

Je rijdt door een winkelstraat. Zie je het bord Voetgangersoversteekplaats of het bord Bushalte / tramhalte, dan gelden er twee verschillende regels.

![Voetgangersoversteekplaats en Bushalte / tramhalte](https://theorie-rijbewijs.nl/wp-content/cel-contenu/medias/lecons/informatieborden-en-bewegwijzering/oversteken-halte.webp)

*Van links naar rechts: Voetgangersoversteekplaats en Bushalte / tramhalte.*

Het oversteekbord staat alleen bij een **zebra**. Op een zebra en binnen vijf meter ervan mag je je auto niet laten stilstaan. Wie je daar moet voor laten gaan, leer je in de les over [voetgangers en het zebrapad](https://theorie-rijbewijs.nl/theorie-leren/voetgangers-en-zebrapad/).

Wil je bij de bushalte op iemand wachten? Kijk naar de **geblokte markering**, de reeks blokken bij de halte. Daar mag je niet stilstaan. Ontbreekt die markering, dan geldt dit **op minder dan 12 meter van het bord**.

Voorbeeld: je vriend moet nog uit een winkel komen. Dat is wachten, geen onmiddellijk instappen. De uitzondering geldt alleen voor **direct in- of uitstappende passagiers**, niet voor wachten tot iemand verschijnt.

Bij de halte staat je passagier nog in een winkel. Geldt de uitzondering voor onmiddellijk instappen?

Andere stopverboden komen aan bod in de les over [stilstaan en parkeren](https://theorie-rijbewijs.nl/theorie-leren/stilstaan-en-parkeren/).

## Wat vertellen een doodlopende weg en een uitwijkplaats je?

Je zoekt een adres en wilt een zijweg nemen. Een **doodlopende weg** loopt niet door; de vooraanduiding laat je dat al vóór die zijweg zien.

![Doodlopende weg, vooraanduiding en uitwijkplaatsen rechts en links](https://theorie-rijbewijs.nl/wp-content/cel-contenu/medias/lecons/informatieborden-en-bewegwijzering/smalle-wegen.webp)

*Van links naar rechts: Doodlopende weg, Vooraanduiding doodlopende weg, Uitwijkplaats rechts van de weg, Uitwijkplaats links van de weg.*

Zoek je een **doorgaande route**, kies dan niet deze zijweg als doorsteek. Een doodlopende weg is op zichzelf **geen toegangsverbod**: een adres in die straat kan nog steeds je bestemming zijn.

Op een smalle buitenweg komt een tegenligger aan. Een **uitwijkplaats** is ruimte naast de weg om elkaar te kunnen passeren. Let op de aangegeven kant: rechts of links. Het bord wijst ruimte aan en regelt **niet wie voorrang heeft**.

## Welke informatie helpt je in een tunnel?

Je nadert een tunnel. Herken de toegang en de **vluchthavens**, plekken naast de rijbaan voor noodgevallen.

![Verkeerstunnel en vluchthavens zonder en met aangegeven noodvoorzieningen](https://theorie-rijbewijs.nl/wp-content/cel-contenu/medias/lecons/informatieborden-en-bewegwijzering/tunnel.webp)

*Van links naar rechts: Verkeerstunnel, Vluchthaven, Vluchthaven voorzien van een noodtelefoon en brandblusapparaat.*

Onder op het bord **Verkeerstunnel** staat de **lengte van de tunnel**.

Wil je in de tunnel stoppen om je route te bekijken? Doe dat niet: **in een tunnel mag je je auto niet laten stilstaan**. Een vluchthaven is **geen gewone pauzeplek**: je mag die alleen in noodgevallen gebruiken.

Ontstaat er een noodsituatie, dan helpt een volgende groep borden je **hulp of een uitgang** te vinden.

![Boven: noodtelefoon, brandblusapparaat en beide voorzieningen samen. Onder: twee borden naar de dichtstbijzijnde uitgangen](https://theorie-rijbewijs.nl/wp-content/cel-contenu/medias/lecons/informatieborden-en-bewegwijzering/tunnel-hulp.webp)

*Boven van links naar rechts: Noodtelefoon, Brandblusapparaat, Noodtelefoon en brandblusapparaat. Onder: Dichtstbijzijnde uitgang of twee dichtstbijzijnde uitgangen in de op het bord aangegeven richting en afstand.*

Zoek je een telefoon, let dan op het **telefoonsymbool**; een blusapparaat alleen zegt niet dat er ook een telefoon hangt. Op het groene uitgangsbord wijst de pijl naar de uitgang en zegt het getal hoeveel meter het is; hangen er borden voor twee richtingen, dan vergelijk je de **afstanden**.

**Op het examen.** Een uitgangsbord toont een rennend mannetje, een pijl en een afstand, soms voor twee richtingen. Kies de uitgang niet op je rijrichting maar op de afstand: de dichtstbijzijnde uitgang hoeft niet vóór je te liggen.

In de les over [rijden in een tunnel](https://theorie-rijbewijs.nl/theorie-leren/rijden-in-een-tunnel/) leer je wat je bij pech of brand doet.

Bij elk informatiebord vraag je je drie dingen af: waarover informeert het, voor wie is het en wat doe je ermee? Oefen dat met de herhaalsprint en maak daarna de quiz.

## Bronnen van de cursus

- RVV 1990, artikelen 1, 23, 43, 54, 65 en 77; bijlage 1, hoofdstukken K en L, C19 en J17 tot en met J19. Versie 1 juli 2026, lokale kopie van 21 oktober 2026.
- Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer, artikel 4; versie 1 januari 2026, lokale kopie van 21 oktober 2026.
- Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens, hoofdstuk II, artikelen 3 en 4; versie 1 oktober 2023, lokale kopie van 21 oktober 2026.
- Regeling eisen theorie-examen rijbewijscategorie B, artikel 1; versie 1 april 2026, lokale kopie van 21 oktober 2026.

---

Bron: [Informatieborden en bewegwijzering: wat vertellen ze je? · Theorie Rijbewijs](https://theorie-rijbewijs.nl/theorie-leren/informatieborden-en-bewegwijzering/). Uitgegeven door Permis Online SRL. De officiële regels staan in de aangehaalde teksten; de uitleg is die van Theorie Rijbewijs.
