---
title: "Waarschuwingsborden: wat kondigen ze aan en wat doe jij?"
url: https://theorie-rijbewijs.nl/theorie-leren/waarschuwingsborden/
description: "Leer wat de waarschuwingsborden betekenen, van gevaarlijk kruispunt en spoorwegovergang tot slipgevaar en kinderen, en hoe je daarop reageert."
type: "Les"
chapter: "Hoofdstuk 10: Verkeersborden"
language: nl-NL
site: "Theorie Rijbewijs"
publisher: "Permis Online SRL"
author: "Wenceslas Dasnois, oprichter van Theorie Rijbewijs"
modified: 2026-10-23T13:24:02Z
---

# Waarschuwingsborden: wat kondigen ze aan en wat doe jij?

> Leer wat de waarschuwingsborden betekenen, van gevaarlijk kruispunt en spoorwegovergang tot slipgevaar en kinderen, en hoe je daarop reageert.

Het belangrijkste in 30 seconden

- Een waarschuwingsbord kondigt **gevaar** aan. Kijk waar dat gevaar zit en bereid je erop voor.
- Rijd zo dat je kunt **stoppen** binnen het stuk weg dat je ziet en dat vrij is.
- Een **rijbaanversmalling** is iets anders dan het einde van een rijstrook.
- Rijd een overweg alleen op als je **helemaal door kunt**. Rood knipperlicht betekent stop.
- Lees ook het **onderbord**: het kleine bord onder het hoofdbord kan het gevaar verduidelijken.

Bekijk de borden per situatie en oefen wat je achter het stuur doet.

**Je rijdt een bos in en ziet de weg niet meer.** Een waarschuwingsbord zegt wat je daar straks tegenkomt.

## Wat vertelt een waarschuwingsbord en wat moet jij doen?

Je nadert een plek die je nog niet goed kunt overzien. Een waarschuwingsbord wordt alleen geplaatst als je het gevaar **onvoldoende of niet op tijd kunt waarnemen**. Het bord geeft je dus een voorsprong: gebruik die om te kijken en je rijgedrag aan te passen.

**Definitie.** Een waarschuwingsbord duidt een gevaar aan. Het is daarmee een ander soort bord dan een verbod, een gebod of een adviessnelheid. Het vertelt waarop je bedacht moet zijn.

Een waarschuwingsbord bepaalt zelf **geen snelheid**. Jij moet altijd kunnen stoppen binnen het stuk weg dat je kunt overzien en dat vrij is. Je mag ook nooit gevaar veroorzaken of het verkeer hinderen.

**Voorbeeld:** in dichte mist overzie je maar een klein stuk weg. Dan rijd je zo langzaam dat je binnen dat stuk kunt stoppen.

## Hoe bereid je bochten en hoogteverschillen voor?

Je rijdt tussen bomen en ziet het vervolg van de weg niet. De borden voor een **bocht of S-bochten** vertellen welke kant de weg eerst opgaat.

![Vier officiële borden voor bochten](https://theorie-rijbewijs.nl/wp-content/cel-contenu/medias/lecons/waarschuwingsborden/bochten.webp)

*Van links naar rechts: Bocht naar rechts; Bocht naar links; S-bocht(en), eerst naar rechts; S-bocht(en), eerst naar links.*

Een **S-bocht** is een opeenvolging van bochten in verschillende richtingen.

**Geheugensteun.** Bij een S-bocht let je op de kant waarmee het bord begint: eerst naar rechts of eerst naar links. Daarna volgt een bocht naar de andere kant.

Daarna wordt de weg steil of het wegdek slecht. Het bord **Steile helling** waarschuwt voor een steil stuk weg, het bord **Gevaarlijke daling** voor een stuk waar de weg gevaarlijk omlaag gaat.

![Vier officiële borden voor wegdek en hoogteverschillen](https://theorie-rijbewijs.nl/wp-content/cel-contenu/medias/lecons/waarschuwingsborden/wegdek-en-hoogte.webp)

*Van links naar rechts: Slecht wegdek; Steile helling; Gevaarlijke daling; Verkeersdrempel.*

Bij een **verkeersdrempel** of **slecht wegdek** kijk je wat je nadert. Pas je snelheid vóór die plek aan als dat nodig is.

## Wat als grip of zicht verandert?

Je rijdt een regenbui in en ziet steeds minder van de weg.

![Vier officiële waarschuwingen voor weersomstandigheden en slipgevaar](https://theorie-rijbewijs.nl/wp-content/cel-contenu/medias/lecons/waarschuwingsborden/weer-en-grip.webp)

*Van links naar rechts: Slipgevaar; Zijwind; Slecht zicht door sneeuw, regen of mist; IJzel of sneeuw.*

Het bord **Slipgevaar** gaat over je banden: ze kunnen hun grip op het wegdek verliezen. Het bord **Slecht zicht door sneeuw, regen of mist** gaat over wat je kunt zien. Dan is het stuk weg dat je overziet kort, en daarbinnen moet je kunnen stoppen.

Het bord **Zijwind** waarschuwt voor wind van opzij, het bord **IJzel of sneeuw** voor een glad wegdek.

De waarschuwingen voor slecht zicht en ijzel of sneeuw worden **tijdelijk** gebruikt. Meer daarover lees je in de les over [weer, donker en gladheid](https://theorie-rijbewijs.nl/theorie-leren/weer-donker-en-gladheid/).

Na een waarschuwing voor slecht zicht zie je minder ver. Wat betekent dat voor je snelheid?

## Welk verkeer en welke ruimte verwacht je verderop?

Je rijdt op een doorgaande weg en verwacht weinig veranderingen.

![Vier officiële waarschuwingen voor verkeer verderop](https://theorie-rijbewijs.nl/wp-content/cel-contenu/medias/lecons/waarschuwingsborden/verkeer-vooruit.webp)

*Van links naar rechts: Gevaarlijk kruispunt; Rotonde; Tegenliggers; Verkeerslichten.*

Bij een gevaarlijk kruispunt zoek je de aansluitende wegen. De waarschuwing **regelt geen voorrang**. Staan er geen voorrangsborden, haaientanden of verkeerslichten, dan verleen je voorrang aan bestuurders die van rechts komen. Meer daarover lees je in de les over [voorrang van rechts](https://theorie-rijbewijs.nl/theorie-leren/voorrang-van-rechts/) en in de les over [voorrangsborden](https://theorie-rijbewijs.nl/theorie-leren/voorrangsborden/).

De waarschuwing voor een rotonde staat **ruim vóór de rotonde**.

De waarschuwing voor verkeerslichten staat waar je die **niet verwacht**. Buiten de bebouwde kom staat de afstand tot de lichten op een onderbord. Kijk vooruit naar de lichten zelf en naar het verkeer ervoor.

Gaan twee gescheiden rijbanen over in één rijbaan voor verkeer in twee richtingen, dan komt er verkeer tegen. Bij **Tegenliggers** verwacht je verkeer in de andere richting, ook wanneer er op dit moment niemand aankomt. Het bord kan ook staan aan het begin van een stuk weg waar je geen tegenliggers zou verwachten.

Even later wordt de weg smaller. Let op het verschil tussen een **rijbaanversmalling** en een rijstrook die eindigt.

![Drie officiële versmallingsborden en het informatiebord Einde rijstrook](https://theorie-rijbewijs.nl/wp-content/cel-contenu/medias/lecons/waarschuwingsborden/versmalling.webp)

*Van links naar rechts: Rijbaanversmalling; Rijbaanversmalling rechts; Rijbaanversmalling links; Einde rijstrook.*

De **rijbaan** is het weggedeelte voor rijdende voertuigen, behalve de fietspaden en de fiets/bromfietspaden. Een **rijstrook** is een met strepen gemarkeerd deel daarvan, breed genoeg voor auto's. Minder breedte betekent dus niet automatisch dat jouw strook eindigt.

**Op het examen.** Zie je een versmallingsbord? Dan weet je daaruit niet dat je rijstrook eindigt: die borden worden niet gebruikt om het einde van een rijstrook aan te geven.

Je nadert een rijbaanversmalling rechts. Bewijst die waarschuwing dat jouw rijstrook eindigt?

## Wat doe je bij een overweg, een tram of een beweegbare brug?

Je volgt een auto richting een spoorweg. Maak onderscheid tussen de waarschuwing **vóór de overweg** en het bord dat de overweg zelf aanduidt.

![Vier officiële borden voor overwegen](https://theorie-rijbewijs.nl/wp-content/cel-contenu/medias/lecons/waarschuwingsborden/overwegen.webp)

*Van links naar rechts: Overweg met slagbomen; Overweg zonder slagbomen; Overweg met enkel spoor; Overweg met twee of meer sporen.*

Een **overweg** is een kruising van een weg en een spoorweg, aangeduid met het bord Overweg met enkel spoor of het bord Overweg met twee of meer sporen. De waarschuwing ervoor vertelt of er slagbomen zijn; het bord dat de overweg aanduidt, vertelt of er één spoor is of meer.

De auto voor je stopt vlak na het spoor. Rijd alleen de overweg op als je **direct door kunt en hem helemaal vrijmaakt**. Laat een spoorvoertuig voorgaan en houd de overweg vrij; je mag er niet stilstaan.

Knippert het overweglicht **rood**, dan stop je. Ook als je geen trein ziet, blijf je staan.

Knippert het overweglicht wit, dan nadert er geen trein. Ook dan rijd je de overweg alleen op als je hem helemaal kunt vrijmaken.

In de stad nadert je route een tramspoor of een brug. Let bij een tram op kruisend verkeer en bij een beweegbare brug op de afsluiting van de weg.

![Officiële waarschuwingen voor tramkruising en beweegbare brug](https://theorie-rijbewijs.nl/wp-content/cel-contenu/medias/lecons/waarschuwingsborden/tram-en-brug.webp)

*Van links naar rechts: Tram(kruising); Beweegbare brug.*

Op een kruispunt zonder afwijkende tekens verleen je ook aan een **tram van links** voorrang. Meer over trams en overwegen leer je in de les over [tram, bus en overweg](https://theorie-rijbewijs.nl/theorie-leren/tram-bus-en-overweg/).

Staat het bruglicht op **rood** of knippert het rood, dan stop je, ook als de bomen nog niet dalen. Heeft de brug automatische afsluitbomen, dan staat onder het bord het onderbord ‘slagbomen dalen automatisch’.

## Waar kunnen mensen of dieren verschijnen?

Je rijdt langs bebouwing en ziet nog niemand oversteken.

![Zes officiële waarschuwingen voor mensen en dieren](https://theorie-rijbewijs.nl/wp-content/cel-contenu/medias/lecons/waarschuwingsborden/mensen-en-dieren.webp)

*Van links naar rechts, boven naar beneden: Kinderen; Voetgangersoversteekplaats; Voetgangers; Fietsers en bromfietsers; Groot wild; Vee.*

Kijk bij **Kinderen** en **Voetgangers** waar mensen de weg op kunnen komen. Het bord **Voetgangersoversteekplaats** kondigt een voetgangersoversteekplaats aan. Het bord Voetgangers waarschuwt voor voetgangers die de weg kunnen oversteken.

Bij een voetgangersoversteekplaats laat je voetgangers voorgaan die oversteken of duidelijk op het punt staan over te steken. Vlak vóór de oversteekplaats en erop haal je geen voertuig in. Hoe dat precies zit, ook de uitzonderingen, lees je in de les over [voetgangers en zebrapad](https://theorie-rijbewijs.nl/theorie-leren/voetgangers-en-zebrapad/).

Bij het bord **Fietsers en bromfietsers** kan een onderbord met **twee naar elkaar gerichte horizontale pijlen** staan. Dan komt het fietsverkeer uit **twee richtingen**. **Kijk beide kanten op**.

Het bord **Groot wild** waarschuwt voor wilde dieren die de weg op kunnen komen, het bord **Vee** voor vee dat de weg op kan komen.

**Op het examen.** Kinderen, Voetgangers en Voetgangersoversteekplaats zijn drie verschillende borden. Lees in de vraag of het gaat om kinderen, om voetgangers of om een plek om over te steken.

Je ziet het bord Kinderen. Is dat hetzelfde bord als Voetgangersoversteekplaats?

## Waarom blijf je op een bekende route opletten?

Gisteren reed je hier zonder problemen; vandaag staat er een waarschuwing voor werkzaamheden. **De situatie kan veranderd zijn**.

![Officiële waarschuwingen voor werkzaamheden, stenen, file en ongeval](https://theorie-rijbewijs.nl/wp-content/cel-contenu/medias/lecons/waarschuwingsborden/tijdelijke-situaties.webp)

*Van links naar rechts: Werk in uitvoering; Losliggende stenen; File; Ongeval.*

Bij werkzaamheden kijk je naar de beschikbare ruimte; bij losliggende stenen naar het wegdek. Bij file of een ongeval verwacht je verkeer dat langzamer rijdt of stilstaat.

Bij het bord File staat soms een onderbord dat aangeeft onder welke omstandigheden er file ontstaat.

Werk in uitvoering, losliggende stenen en ongeval zijn **tijdelijke waarschuwingen**. Wat je doet als je zelf bij een ongeval betrokken bent, staat in de les over [ongeval en eerste hulp](https://theorie-rijbewijs.nl/theorie-leren/ongeval-en-eerste-hulp/).

## Welke bijzondere gevaren worden aangegeven?

Deze borden waarschuwen voor gevaren die je niet snel verwacht.

![Officiële waarschuwingen voor waterkant, vliegtuigen, algemeen gevaar en poller](https://theorie-rijbewijs.nl/wp-content/cel-contenu/medias/lecons/waarschuwingsborden/bijzondere-gevaren.webp)

*Van links naar rechts: Kade of rivieroever; Laagvliegende vliegtuigen; Gevaar (de aard van het gevaar is aangegeven op het onderbord); Waarschuwing voor elektrische in- en uitschuifbare paal in de rijbaan (poller) waarmee toegankelijkheid van straten en gebieden kan worden geregeld.*

Het bord **Kade of rivieroever** waarschuwt voor een kade of rivieroever bij de weg, het bord **Laagvliegende vliegtuigen** voor vliegtuigen die laag over de weg komen. Een **poller** is een paal die elektrisch omhoog en omlaag beweegt, zodat de toegang tot een straat kan worden geregeld.

Zie je het bord **Gevaar**, **lees dan het onderbord**. Dat vermeldt altijd welk gevaar er is. Dit bord wordt alleen gebruikt als geen ander verkeersbord het gevaar kan aanduiden.

Bij elk waarschuwingsbord vraag je je drie dingen af: wat wordt aangekondigd, waar zit het gevaar en welke snelheid past bij wat je kunt overzien? Test dat nu met de herhaalsprint en de quiz.

## Bronnen van de cursus

- RVV 1990, artikelen 1, 12, 15, 15a, 19, 23, 49, 71 en 72; versie 1 juli 2026, lokale kopie van 21 oktober 2026.
- RVV 1990, bijlage 1: waarschuwingsborden J1 tot en met J39 en informatiebord L5.
- Wegenverkeerswet 1994, artikel 5; versie 1 september 2026.
- Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer, artikel 4; versie 1 januari 2026.
- Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens, hoofdstuk II, artikelen 1 en 4; versie 1 oktober 2023. Toepassing en plaatsing van borden, geen afzonderlijke gedragsregels voor bestuurders.

---

Bron: [Waarschuwingsborden: wat kondigen ze aan en wat doe jij? · Theorie Rijbewijs](https://theorie-rijbewijs.nl/theorie-leren/waarschuwingsborden/). Uitgegeven door Permis Online SRL. De officiële regels staan in de aangehaalde teksten; de uitleg is die van Theorie Rijbewijs.
