Naar de inhoud
Hulpmiddelen
Gratis

Complete cursus · 100% gratis

De theoriecursus

  • 11 lessen
  • 4 hoofdstukken
  • 1 uur 39 in totaal
  • quizzen met uitleg
Begin met les 1

Rechts houden: waar op de weg mag jij rijden? · 10 min

Wanneer is je theorie-examen?

Remweg en stopafstand: hoeveel afstand moet jij houden?

9 min leestijdHoofdstuk: Snelheid en afstandGratis, zonder accountBijgewerkt in oktober 2026okt. 2026
Het belangrijkste in 30 seconden
  • Je stopafstand is je reactieweg plus je remweg: eerst rijdt je auto nog door voordat je remt, daarna remt hij tot hij stilstaat.
  • Je moet je voertuig altijd tot stilstand kunnen brengen binnen de afstand waarover je de weg kunt overzien en waarover die vrij is. Past je snelheid daar niet bij, dan rijd je te hard, ook onder de maximumsnelheid.
  • Het CBR gaat uit van minstens twee seconden afstand tot je voorligger. In meters is dat ongeveer de helft van je snelheid in km/h, bij 100 km/h dus ongeveer 50 meter.
  • Je houdt onder andere meer afstand achter een voorligger waar je niet doorheen kunt kijken, bij nat weer en als iemand te dicht achter jou rijdt.
  • Rem je even hard, dan is je remweg bij twee keer zo hoge snelheid vier keer zo lang.

Hieronder: hoe je stopafstand ontstaat.

De auto voor je remt ineens hard. Kun jij nog op tijd stoppen, of rijd je tegen hem aan? Dat hangt af van twee dingen die jij zelf bepaalt: hoe hard je rijdt en hoeveel ruimte je laat.

Wat zijn reactietijd, remweg en stopafstand?

Het CBR zet reactietijd, remweg en stopafstand op de lijst met woorden waarvan je de betekenis moet kennen. Zo hangen ze samen als je voor een gevaar moet stoppen:

  • Reactietijd: de tijd die je nodig hebt nadat je een gevaar hebt opgemerkt, voordat je iets doet, zoals remmen. In die tijd rijdt je auto gewoon door.
  • Reactieweg: de afstand die je auto in je reactietijd aflegt.
  • Remweg: de afstand die je auto aflegt terwijl je remt, tot je stilstaat.
  • Stopafstand: de afstand vanaf het moment dat je het gevaar opmerkt tot je stilstaat. De stopafstand is je reactieweg plus je remweg.

Neem de auto voor je die ineens hard remt. Je ziet zijn remlichten: nu loopt je reactietijd. Je auto rijdt door terwijl je je voet naar het rempedaal brengt: dat is je reactieweg. Daarna rem je tot je stilstaat: dat is je remweg.

Een weg met een balk in twee delen: eerst de reactieweg, daarna de remweg, samen de stopafstand
De stopafstand is je reactieweg plus je remweg.

Je ziet de remlichten van je voorligger. Voordat je gaat remmen, rijdt je auto nog een stuk door. Hoe heet dat stuk?

Wat maakt die stukken langer? Je reactieweg hangt af van je snelheid en van je reactietijd: hoe harder je rijdt, hoe meer meters je auto in dezelfde tijd aflegt.

Je remweg hangt af van je snelheid en van hoe sterk je auto afremt. Hoe sterk je auto kan afremmen, hangt af van je auto en van hoe stroef het wegdek is. Rijkswaterstaat meet met remproeven hoe sterk een auto op een wegdek kan afremmen.

Bij die proeven wordt de remweg berekend met de snelheid in het kwadraat, dus de snelheid keer zichzelf. Daaruit volgt: rem je even hard, dan is je remweg bij twee keer zo hoge snelheid vier keer zo lang.

Twee balken onder elkaar: de remweg bij een bepaalde snelheid is één blok lang, bij twee keer zo hoge snelheid vier blokken
Even hard remmen: bij twee keer zo hoge snelheid is de remweg vier keer zo lang.

Is het wegdek minder stroef, dan hebben je banden minder grip. Je auto remt dan minder sterk af en je remweg wordt langer, terwijl je reactieweg gelijk blijft.

In de verkeersregels staat geen formule om ze uit te rekenen. De regels vragen wel dat je met je snelheid en je afstand altijd ruimte houdt om op tijd te stoppen.

Binnen welke afstand moet je kunnen stoppen?

Definitie. Je moet je voertuig tot stilstand kunnen brengen binnen de afstand waarover je de weg kunt overzien en waarover die vrij is.

Die regel heeft twee voorwaarden. De weg moet overzichtelijk zijn: je stopt binnen het stuk dat je kunt zien. En de weg moet vrij zijn: je stopt vóór alles wat de weg versperrt, bijvoorbeeld een voertuig dat stilstaat op je rijstrook.

Door een bocht zie je maar een klein stuk weg. Over een heuvel of achter een groot voertuig is dat net zo. Dat stuk is je grens: rijd je harder dan je daarbinnen kunt stoppen, dan rijd je te hard, ook al blijf je onder de maximumsnelheid.

Zicht vanuit de auto op een landweg: haag en bomen verbergen de bocht, je ziet maar een klein stuk weg
Je ziet maar een klein stuk van de weg: binnen dat stuk moet je kunnen stoppen.
Klassieke valkuil. Je rijdt 70 km/h waar 80 km/h mag en denkt dat je dus niet te hard rijdt. Zie je door een bocht of over een heuvel maar een klein stuk weg, dan kan ook 70 km/h al te hard zijn.

Je blijft onder de maximumsnelheid. Kun je dan nog te hard rijden?

Je snelheid past ook bij de drukte en bij wegwerkzaamheden. Is er weinig ruimte, bijvoorbeeld op een smal weggedeelte of bij tegemoetkomend verkeer, dan rijd je langzamer. Daarnaast is het verboden je zo te gedragen dat er gevaar of hinder op de weg ontstaat of kan ontstaan.

Kun je je auto niet binnen die afstand tot stilstand brengen, dan is de boete in 2026 € 380 bij snelheden tot en met 80 km/h, plus € 9 administratiekosten. Voor hogere snelheden noemen de tarieven geen bedrag.

Hoeveel afstand houd je achter je voorligger?

Je rijdt achter een auto en vraagt je af of je genoeg ruimte laat. Het CBR geeft die ruimte aan in tijd: de twee-secondenregel. Die regel staat in de rijprocedure die het CBR voor het praktijkexamen gebruikt.

Definitie. De volgafstand is minstens de afstand die je bij je snelheid in twee seconden aflegt. Het is de kleinste afstand voor twee voertuigen die ongeveer even hard achter elkaar rijden.

In meters is dat ongeveer de helft van je snelheid in km/h:

Je rijdtMinimale volgafstand (ongeveer)
50 km/h25 meter
80 km/h40 meter
100 km/h50 meter
120 km/h60 meter

Die afstand groeit dus mee met je snelheid. Daarom reken je in seconden en niet in een vast aantal meters.

Je kunt het nagaan met een vast punt langs de weg, bijvoorbeeld een lantaarnpaal. Twee seconden afstand betekent: passeert je voorligger de paal, dan passeer jij hem twee seconden later. Ben je er eerder, dan zit je te dicht op hem.

Schema van bovenaf: twee auto's achter elkaar op een rechte weg met een lantaarnpaal ernaast, de afstand tussen de auto's is de afstand van twee seconden
Passeert de eerste auto de paal en jij twee seconden later, dan houd je de twee-secondenafstand.

Volgens het CBR kun je met deze afstand in nood op tijd stoppen, als je goed anticipeert. Je kunt ook uitwijken, en je kunt het wegdek ver genoeg vooruit bekijken op afwijkingen of oneffenheden.

Op het examen. Het theorie-examen toetst de belangrijkste richtlijnen voor het bewaren van afstand, remweg en wegligging in uiteenlopende weg- en weersomstandigheden. Ga bij een examenvraag uit van normale weg- en weersomstandigheden en van andere weggebruikers die zich aan de verkeersregels houden, behalve als de afbeelding of de vraag duidelijk iets anders aangeeft.

Over wegligging leer je meer in de les over rijden bij slecht weer en in het donker en in de les over banden, remmen en stuur.

Je rijdt 80 km/h achter een auto. Ongeveer hoeveel meter volgafstand houd je minstens?

Wanneer houd je meer dan twee seconden afstand?

Twee seconden is het minimum. Het CBR noemt onder andere deze drie situaties waarin je meer ruimte nodig hebt:

  • Je rijdt achter een ondoorzichtige voorligger, bijvoorbeeld een vrachtauto. Je ziet niet wat er voor hem gebeurt.
  • Het is nat weer. Het wegdek is dan minder stroef, dus je remweg wordt langer.
  • Iemand rijdt op te korte afstand achter jou. Dan houd je zelf meer afstand tot je voorligger. Voorkom die situatie zoveel mogelijk.
Zicht vanuit de auto op een weg: voor je rijdt een vrachtauto die het zicht op de weg afsluit
Achter een vrachtauto zie je niet wat er voor hem gebeurt. Houd dan meer afstand.
Klassieke valkuil. Het regent en je houdt netjes twee seconden afstand. Dat is te weinig: bij nat weer heb je een grotere volgafstand nodig dan het minimum.

Ook in deze situaties let je op je afstand:

  • In de file houd je de afstand tot je voorligger zoveel mogelijk gelijk.
  • Lijkt je voorligger af te gaan slaan, dan houd je extra afstand.
  • Bij het uitvoegen remt het verkeer vaak sterk af. Afstand houden is dan extra belangrijk.
  • Wil een inhaler voor je tussenvoegen, dan houd je daar met je afstand rekening mee. Bij een wegversmalling geef je invoegend verkeer de gelegenheid om in te voegen.

Je rijdt op de snelweg achter een vrachtauto die je het zicht op de weg ontneemt. Hoeveel afstand houd je?

Wat doen vermoeidheid en alcohol met je stopafstand?

Je reactietijd is niet altijd hetzelfde. Hij verandert door je gemoedsgesteldheid (je stemming), door vermoeidheid en door alcohol, drugs en geneesmiddelen. Ook je waarneming, je beoordeling en je gedrag veranderen daardoor.

Verandert je reactietijd, dan verandert ook je reactieweg: hoe langer je over een reactie doet, hoe verder je auto doorrijdt. Rijd je na een lange werkdag nog een uur door over een rustige weg, dan is je reactietijd niet meer wat hij overdag was.

Het CBR vraagt dat je niet vermoeid aan een autorit begint. Meer leer je in de les over alcohol, drugs en medicijnen achter het stuur en in de les over moe of afgeleid rijden.

Helpt je auto je met afstand houden?

Veel auto's hebben rijhulpsystemen, bijvoorbeeld een systeem dat in een noodsituatie zelf remt. Die kunnen je ondersteunen, maar volgens het CBR ben jij altijd zelf verantwoordelijk voor het rijden, en niet de auto of het systeem. Een rijhulpsysteem heeft ook grenzen: de weg, het weer en het verkeer kunnen invloed hebben op hoe het werkt.

Een rijhulpsysteem kan ook je eigen gedrag slechter maken. Het CBR noemt dat een negatieve gedragsaanpassing en geeft als voorbeeld een kleinere volgafstand, omdat de auto in een noodsituatie toch wel afremt. Laat je afstand dus niet kleiner worden door een rijhulpsysteem. Meer over deze systemen leer je in de les over rijhulpsystemen.

Je auto remt in een noodsituatie zelf af. Mag je daarom minder dan twee seconden afstand houden?

Geheugensteun. Het CBR gaat uit van minstens twee seconden afstand, in meters ongeveer de helft van je snelheid in km/h. Houd onder andere meer afstand achter een ondoorzichtige voorligger, bij nat weer en als je zelf te dicht wordt gevolgd. Kun je niet stoppen binnen de afstand die je overziet en die vrij is, dan rijd je te hard.

De herhaalsprint hieronder zet reactieweg, remweg en volgafstand op een rij. In de quiz bepaal je zelf hoe hard je rijdt en hoeveel ruimte je laat.

Bronnen en methode
  • Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 19, versie van 1 juli 2026, kopie van 21 oktober 2026
  • Wegenverkeerswet 1994, artikel 5, versie van 1 september 2026
  • Regeling eisen theorie-examen rijbewijscategorie B, artikel 2 (onderdelen b en c), versie van 1 april 2026
  • Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, artikel 2 en de bijlage met de tarieven (feit S 005 a), versie van 1 september 2026; OM-Boetebase (administratiekosten)
  • CBR, Rijprocedure B (volgafstand houden, snelheid en rijhulpsystemen, versie van 1 januari 2024) en Theorie-examenplan auto (aandachtspunten en woordenlijst)
  • Rijkswaterstaat, Meet- en rekenprotocol Droge remvertraging (middels remproef), versie 1.0, 27 november 2014
  • Wikiwijs, VO-content Veiligheid: remweg (laatst gewijzigd 31 mei 2021, CC BY-SA 4.0)

Auteur: Wenceslas Dasnois, oprichter van Theorie Rijbewijs. Les geschreven en gecontroleerd volgens onze redactionele principes en onze werkwijze.

Beeldverantwoording. Illustraties en schema’s: Theorie Rijbewijs.