Maximumsnelheid in Nederland: hoe hard mag jij rijden?
- Staat er geen bord, dan geldt voor een auto 50 km/h binnen de bebouwde kom. Erbuiten is het 80 km/h op andere wegen, 100 km/h op een autoweg en 130 km/h op een autosnelweg.
- Het bord Maximumsnelheid gaat boven die algemene regel: het getal op het bord is je hoogste snelheid. Het bord Einde maximumsnelheid heft die snelheid op.
- Op het grootste deel van de autosnelwegen geldt tussen 06.00 en 19.00 uur 100 km/h. Staat er alleen dat tijdvenster bij het bord, dan geldt daarbuiten weer 130 km/h.
- Heeft jouw voertuig een lagere eigen limiet, dan geldt de laagste snelheid: met een personenauto en een aanhangwagen van niet meer dan 3500 kg 90 km/h, met een vrachtauto of een autobus (geen T100-bus) 80 km/h.
- Ook onder het maximum kun je te hard rijden: je moet je voertuig altijd tot stilstand kunnen brengen binnen de afstand waarover je de weg kunt overzien en waarover die vrij is.
Hieronder: de tijdvensters en de eigen limieten.
Je rijdt een dorp in en nergens staat een snelheidsbord. Hoe hard mag je dan? Dat hangt af van waar je rijdt en welk soort weg het is.
Hoe hard mag je rijden als er geen bord staat?
Dan kijk je naar twee dingen: waar je rijdt en welk soort weg het is.
| Waar rijd je? | Maximumsnelheid zonder bord |
|---|---|
| Binnen de bebouwde kom | 50 km/h |
| Buiten de bebouwde kom, andere wegen | 80 km/h |
| Buiten de bebouwde kom, autoweg | 100 km/h |
| Buiten de bebouwde kom, autosnelweg | 130 km/h |
Een autosnelweg herken je aan het bord Autosnelweg, een autoweg aan het bord Autoweg. Rijd je buiten de bebouwde kom op een weg die geen autosnelweg en geen autoweg is, dan rijd je op een andere weg: daar geldt 80 km/h.

In een 30 km/h-zone en op een erf gelden andere snelheden, zie de les over het erf en de 30 kilometerzone.
Waar begint en eindigt de bebouwde kom?
De gemeenteraad stelt vast waar de bebouwde kom van een gemeente begint en eindigt. Je herkent die grens aan twee borden.
Vanaf het bord Bebouwde kom geldt voor een auto 50 km/h. Vanaf het bord Einde bebouwde kom gelden weer de snelheden van daarbuiten, tenzij een bord iets anders zegt.

Je passeert het bord Einde bebouwde kom en rijdt door op een andere weg. Er staat geen snelheidsbord. Hoe hard mag je met je auto?
Wat zeggen de borden over je snelheid?
Een bord met een snelheid gaat boven de algemene regel: verkeerstekens gaan boven verkeersregels, voor zover ze elkaar tegenspreken.
- Het bord Maximumsnelheid noemt de hoogste snelheid die je op dit weggedeelte mag rijden.
- Het bord Einde maximumsnelheid heft die snelheid op. Daarna geldt weer de algemene snelheid van de plek waar je rijdt.

Boven de weg staat soms een elektronisch signaleringsbord (ook wel matrixbord genoemd) dat een snelheid toont, bijvoorbeeld 70 km/h bij een file. Staat langs de weg een ander getal dan op dat elektronische bord, dan geldt de laagste snelheid.
Het bord Adviessnelheid staat bij een gevaarlijk punt waar je niet goed ziet dat je flink moet afremmen. Het toont de snelheid waarmee je dat punt veilig passeert: een advies, geen maximum. Het bord Einde adviessnelheid zegt dat dat advies ophoudt.

Je ziet het bord Einde maximumsnelheid. Er staat verder geen bord. Welke snelheid geldt daarna?
Hoe hard mag je op de autosnelweg?
Je rijdt op de autosnelweg en ziet een bord met 100, terwijl hier 130 de standaard is. Wat geldt dan? Het bord gaat voor. Op het grootste deel van de autosnelwegen geldt tussen 06.00 en 19.00 uur een lagere snelheid, die Rijkswaterstaat op de borden laat zien:
- Een bord 100 met tijdvenster (op het onderbord staat 6-19 h, dus van 6 tot 19 uur): alleen in die uren mag je 100, daarbuiten weer 130.
- Een bord 100 zonder tijdvenster: de hele dag maximaal 100.
- Een bord met twee tijdvensters toont ook de snelheid voor de nacht, tussen 19.00 en 06.00 uur. Meestal is dat 100 overdag en 120 's nachts. Op zo'n bord staat 100 met 6-19 h en 120 met 19-6 h.

Waar 's nachts 130 km/h geldt, toont Rijkswaterstaat geen bord met 130, want dat is de standaard. Sinds 2025 mag je op enkele trajecten ook tussen 06.00 en 19.00 uur 130 km/h rijden.
Het is 21.00 uur. Je rijdt op een autosnelweg langs een bord 100 met alleen het tijdvenster 6-19 h. Hoe hard mag je?
Geldt het bord ook voor jouw voertuig?
Je rijdt met een aanhangwagen (ook wel aanhanger) achter je auto over de autosnelweg en ziet een bord met 100. Mag je dan 100 rijden? Nee: met een personenauto en een aanhangwagen van niet meer dan 3500 kg is je eigen limiet 90 km/h. Noemen bord en voertuig verschillende snelheden, dan geldt de laagste. De wet noemt meer voertuigen:
| Voertuig met een aanhangwagen | Eigen maximumsnelheid |
|---|---|
| Personenauto, bestelauto, motorfiets, driewielig motorvoertuig of T100-bus met een aanhangwagen met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3500 kg | 90 km/h |
| Ieder ander motorvoertuig met een aanhangwagen dan in de rij hierboven | 80 km/h |
Zonder aanhangwagen hebben deze voertuigen een eigen limiet:
- een vrachtauto (meer dan 3500 kg), een autobus (geen T100-bus) en een kampeerwagen van meer dan 3500 kg die als bedrijfsauto op het kentekenbewijs staat: 80 km/h;
- een T100-bus (een autobus waarvan het kentekenbewijs of het kentekenregister laat zien dat hij is ingericht voor 100 km/h): 100 km/h;
- een brommobiel (een bromfiets met een carrosserie op meer dan twee wielen): 45 km/h;
- een snorfiets: 25 km/h.
Voor een landbouwtrekker, bosbouwtrekker, motorrijtuig met beperkte snelheid en mobiele machine is het 25 km/h; 40 km/h buiten de bebouwde kom, en binnen de bebouwde kom op een weg met een vrijliggend fietspad of fiets/bromfietspad, op een weg die gesloten is voor fietsers of op een weg waar 70 km/h geldt.

Een bromfiets die geen snorfiets is, mag op de rijbaan 45 km/h. Op het fiets/bromfietspad is dat 30 km/h binnen de bebouwde kom en 40 km/h erbuiten. Wat een snorfiets is, leer je in de les over brommers, snorfietsen en brommobielen.
Voor een gehandicaptenvoertuig met motor gelden dezelfde snelheden als voor een bromfiets: 45 km/h op de rijbaan, en op het fiets/bromfietspad en op het fietspad 30 km/h binnen en 40 km/h buiten de bebouwde kom. Op het trottoir of het voetpad mag het 6 km/h.
Die eigen limieten zijn plafonds. Geldt op die plek al een lagere snelheid, bijvoorbeeld 50 km/h binnen de bebouwde kom of 80 km/h op een andere weg, dan blijft die gelden.
Je rijdt met een personenauto en een aanhangwagen met een toegestane maximummassa van 750 kg over een autosnelweg. Het bord zegt 100. Hoe hard mag je maximaal?
Wat kost het als je te hard rijdt?
Rijd je te hard, dan krijg je een boete, en hoe harder je rijdt, hoe hoger die is. Zo hoog is de boete in 2026 voor een bestuurder van een personenauto: binnen de bebouwde kom € 95 bij 10 km/h te hard, € 255 bij 20 km/h en € 446 bij 30 km/h.
Buiten de bebouwde kom en op de autosnelweg zijn de bedragen iets lager. Bij elk bedrag komen nog € 9 administratiekosten.
Word je staande gehouden en rijd je met een auto 50 km/h of meer te hard, dan wordt je rijbewijs ingevorderd. Met een bromfiets is dat al vanaf 30 km/h te hard.
Staande gehouden betekent dat de politie je laat stoppen, ingevorderd dat je je rijbewijs moet afgeven. Meer daarover leer je in de les over verkeersboetes en rijontzegging.
Mag je altijd het maximum rijden?
Het getal op het bord is een grens, geen doel. Ook onder het maximum kun je te hard rijden. Je moet je voertuig altijd tot stilstand kunnen brengen binnen de afstand waarover je de weg kunt overzien en waarover die vrij is.
Hetzelfde geldt bij dichte mist. Je mag je ook niet zo gedragen dat er gevaar of hinder op de weg ontstaat of kan ontstaan. Hoeveel afstand je nodig hebt om te remmen, leer je in de les over remweg en stopafstand.
Op een weg waar 80 mag, overzie je de weg 200 meter ver. Maar 80 meter voor je staat een pechauto op je rijstrook. Binnen welke afstand moet je kunnen stoppen?
De herhaalsprint hieronder oefent de snelheden en de eigen limieten. In de quiz pas je ze toe.
De verkeersborden van deze lesJe geheugensteun: de vorm en de betekenis, vóór de quiz9







Verkeersborden volgens het Nederlandse Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Elk bord wordt uitgelegd in de bijbehorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.