Naar de inhoud
Hulpmiddelen
Gratis

Complete cursus · 100% gratis

De theoriecursus

  • 15 lessen
  • 5 hoofdstukken
  • 2 uur 13 in totaal
  • quizzen met uitleg
Begin met les 1

Rechts houden: waar op de weg mag jij rijden? · 10 min

Wanneer is je theorie-examen?

Uit een uitrit of van een onverharde weg: wie gaat er voor?

9 min leestijdHoofdstuk: Voorrang op kruispuntenGratis, zonder accountBijgewerkt in oktober 2026okt. 2026
Het belangrijkste in 30 seconden
  • Rijd je uit een uitrit de weg op of een inrit in, dan laat je al het overige verkeer voorgaan: van links, van rechts en tegemoetkomend. Ook voetgangers en fietsers tellen mee.
  • Verlaat je een erf via een uitrit, dan doe je hetzelfde.
  • Rijd je op een onverharde weg, dan verleen je voorrang aan bestuurders op een verharde weg, ook als ze van links komen.
  • Zijn beide wegen verhard of allebei onverhard, dan geldt gewoon voorrang van rechts, ook als de ene weg veel breder of drukker is.
  • Een bord of haaientanden gaan boven deze regels als ze elkaar tegenspreken. Verkeerslichten en aanwijzingen van bijvoorbeeld een politieagent of verkeersregelaar gaan daar weer boven.

De uitleg staat hieronder, met schema’s en borden erbij.

Je staat in de uitrit van een parkeerplaats en wilt de straat op. Rechts komt een auto aan, links een fietser en over de stoep loopt een voetganger. Hier wacht jij op alle drie.

Wat moet je doen als je uit een uitrit de weg op rijdt?

Rijd je uit een uitrit de weg op, dan voer je volgens de wet een bijzondere manoeuvre uit. Dat geldt ook voor wegrijden, achteruitrijden en keren. Daar leer je meer over in de les over bijzondere manoeuvres.

Rijd je vanaf een parkeerterrein de rijbaan op, of vanaf een plek die op een uitrit lijkt, dan doe je volgens het CBR hetzelfde als bij een uitrit.

De wet legt niet uit wat precies een uitrit of een inrit is. In deze les gaat het steeds om het duidelijke geval: de toegang van een parkeerplaats naar de straat.

De regel is kort: je laat het overige verkeer voorgaan. Je wacht dus tot je niemand meer hindert.

Definitie. In de wet is verkeer elke weggebruiker: voetgangers, fietsers, bromfietsers, bestuurders van motorvoertuigen en trams, ruiters en nog een paar andere groepen. Het overige verkeer is al het verkeer behalve jijzelf.

Daarom geldt bij een uitrit niet de regel voorrang van rechts. Het maakt niet uit van welke kant iemand komt: van links, van rechts, tegemoetkomend, naast je of achter je.

Dat is een belangrijk verschil met gewone voorrang. Die geldt tegenover bestuurders, en een voetganger is geen bestuurder. Bij een uitrit telt iedereen mee.

Schema van bovenaf: een auto in een uitrit, met een voetganger op de stoep, een fietser op het fietspad en auto’s op de weg van links en van rechts
Van bovenaf: bij de uitrit laat je iedereen voorgaan, ook de voetganger en de fietser.

Rijd je zelf over de weg en komt er een auto uit een uitrit, dan laat hij jou voorgaan, ook als hij van rechts komt. Het CBR noemt het sociaal rijgedrag als je een bestuurder in staat stelt een uitrit te verlaten. Verplicht is dat niet.

Het CBR beschrijft in zijn rijprocedure deze aanpak:

  1. Rijd met een veilige, aangepaste snelheid naar voren en let op het verkeer op de stoep en het fietspad, voordat je die oversteekt.
  2. Geef richting aan voordat je de uitrit verlaat.
  3. Kijk naar links en naar rechts, en in je spiegels naar verkeer dat van achteren komt. Wacht tot je niemand meer hindert. Stoppen hoeft alleen als dat nodig is.
  4. Rijd pas de weg op als je kunt doorrijden en het stuk weg dat je kruist meteen weer vrijmaakt. Kun je tussen de verkeersstromen in wachten, bijvoorbeeld bij gescheiden rijbanen, dan mag je eerst tot daar rijden.

Volgens dezelfde rijprocedure neem je de bocht naar rechts in één vloeiende beweging en kies je meteen de goede plek op de rijbaan. Ga je linksaf, dan neem je de bocht zo ruim dat je aan de rechterkant van de weg uitkomt. Daarna pas je zo snel mogelijk je snelheid aan het verkeer aan.

Op het examen. Kijk bij een uitrit eerst naar de stoep en het fietspad voor je auto. Een voetganger of fietser die daar loopt of rijdt, gaat voor, ook als de weg verder helemaal vrij is.

Rijd je een uitrit uit zonder het overige verkeer voor te laten gaan, dan is de boete voor een bestuurder van een auto € 320. Dat geldt als er niemand gewond is geraakt en er niets is beschadigd. Bij elk bedrag komt nog € 9 administratiekosten.

Je staat in de uitrit van een garage. Links komt een fietser aan, rechts is niemand. Wat doe je?

En als je een inrit in wilt?

Rijd je vanaf de weg een inrit in, bijvoorbeeld naar een parkeerterrein, dan voer je ook een bijzondere manoeuvre uit. Je laat opnieuw al het overige verkeer voorgaan.

Ga je linksaf, dan laat je het tegemoetkomende verkeer voorgaan. Ga je rechtsaf, dan laat je een fietser voorgaan die naast je rechtdoor rijdt. Op de stoep voor de inrit laat je ook voetgangers voorgaan. Geef tijdig richting aan.

Schema van bovenaf: een auto die rechtsaf een inrit in wil, met een voetganger op de stoep en een fietser op het fietspad achter de auto
Van bovenaf: bij een inrit laat je de fietser en de voetganger voorgaan.

Volgens het CBR sorteer je bij een inrit voor zoals bij afslaan. Volgens de wet blijft het een bijzondere manoeuvre: je laat al het overige verkeer voorgaan. Wat afslaan inhoudt, leer je in de les over afslaan.

Wil jij een inrit in terwijl er een auto uit wil, dan moeten jullie volgens de wet allebei de ander voor laten gaan. Het CBR geeft er de voorkeur aan om de uitrijdende bestuurder eerst te laten gaan: dat houdt het verkeer in beweging, en jij komt daarna makkelijker naar binnen.

Ook voor een inrit is de boete € 320, onder dezelfde voorwaarde, als je het overige verkeer niet voor laat gaan.

Wat verandert er als je op een onverharde weg rijdt?

Je rijdt over een zandweg en komt bij een weg van asfalt. Er staat geen bord. Dan verleen jij voorrang: bestuurders op een onverharde weg verlenen voorrang aan bestuurders op een verharde weg.

De wet legt niet uit wat precies verhard of onverhard is. In deze les gaat het steeds om het duidelijke geval: een zandweg tegenover een weg van asfalt.

Dat geldt voor verkeer van links én van rechts. Normaal verleent wie van links komt voorrang aan jou. Op een zandweg draait dat om: hier bepaalt het soort weg wie voorrang heeft, niet de kant waar iemand vandaan komt.

Schema van bovenaf: een zandweg die uitkomt op een asfaltweg, met een auto op de zandweg en auto’s op de asfaltweg van links en van rechts
Van bovenaf: de auto op de zandweg verleent voorrang aan beide auto’s op de asfaltweg.

Het werkt ook andersom. Rijd je zelf over asfalt en komt er van rechts een auto uit een zandweg, dan hoef jij niet te wachten. Hij verleent voorrang aan jou, ook al komt hij van rechts.

Voorrang verlenen betekent: de ander ongehinderd laten doorrijden.

Verleen je als bestuurder van een auto vanaf een onverharde weg geen voorrang aan bestuurders op een verharde weg, dan is de boete € 320, onder dezelfde voorwaarde.

Klassieke valkuil. Je komt van een zandweg en de auto op de asfaltweg komt van links. Je denkt: wie van links komt, moet mij voorrang geven. Fout: jij rijdt op de onverharde weg, dus jij verleent voorrang, aan beide kanten.

Je rijdt over een zandweg en komt bij een asfaltweg zonder borden. Van links komt een auto. Wat doe je?

Wat blijft er over van voorrang van rechts?

De regel voorrang van rechts blijft de basis. Hij geldt op elk kruispunt waar geen bord, haaientanden, verkeerslicht, politieagent of verkeersregelaar iets anders aangeeft.

In de regel zelf staan twee uitzonderingen. De eerste is de onverharde weg die je net hebt gezien. De tweede is de tram: alle bestuurders verlenen voorrang aan een tram. Daar leer je meer over in de les over trams, bussen en spoorwegovergangen. Ook een voorrangsvoertuig laat je altijd voorgaan.

Zo ziet het eruit op een kruispunt zonder borden:

Jij rijdt opDe ander rijdt opWie verleent voorrang?
een onverharde wegeen verharde wegJij, ook als de ander van links komt
een verharde wegeen onverharde wegDe ander, ook als hij van rechts komt
een verharde wegeen verharde wegDegene die de ander van rechts ziet komen
een onverharde wegeen onverharde wegDegene die de ander van rechts ziet komen

Bij twee wegen van dezelfde soort kijkt de wet niet naar de breedte of de drukte. Zonder borden heeft een brede, drukke weg geen voorrang op een smalle straat.

Staat er wel een bord of liggen er haaientanden (driehoeken op het wegdek), dan gaan die voor. Een teken gaat boven een verkeersregel als ze elkaar tegenspreken. Hoe zo’n teken werkt, lees je in de les over voorrangsweg en haaientanden.

Dat geldt ook voor de regel van de zandweg. Rijd je op een zandweg en liggen er haaientanden op de asfaltweg die bij jouw weg uitkomt, dan verlenen de bestuurders op die asfaltweg voorrang aan jou.

Schema van bovenaf: een zandweg met een asfaltweg die erop uitkomt, met haaientanden op de asfaltweg en een auto die de haaientanden nadert
Van bovenaf: de haaientanden liggen op de asfaltweg. De bestuurders daar verlenen voorrang aan de zandweg.
Op het examen. Zie je een zandweg bij een asfaltweg, kijk dan eerst of er borden of haaientanden liggen. Die gaan boven de regel voor onverharde wegen, ook als jij op het zand rijdt. Pas als er niets staat, beslist het soort weg.

Je rijdt op een brede, drukke asfaltweg. Van rechts komt een auto uit een smalle asfaltstraat. Er staan geen borden. Wie verleent voorrang?

Wat doe je bij de uitgang van een erf?

Verlaat je een erf, dan rijd je meestal uit een uitrit de weg op. Dan laat je het overige verkeer voorgaan, zoals bij elke uitrit.

Een erf, zoals een woonerf, herken je aan het bord Erf. Bij de uitgang staat het bord Einde erf.

Twee verkeersborden naast elkaar: Erf en Einde erf
Het bord Erf staat bij de ingang, het bord Einde erf bij de uitgang.

Waar motorvoertuigen een erf in- en uitrijden, moet de in- of uitgang bij de kruisende weg als in- of uitrit zijn aangelegd. Verlaat je een erf zo, dan rijd je uit een uitrit de weg op: je laat het overige verkeer voorgaan.

De uitgang van een erf mag ook minstens 20 meter vóór de kruisende weg liggen. Bij die weg kom je dan op een gewoon kruispunt, en daar gelden de voorrangsregels van dat kruispunt.

Eerst bepaal je waar je bent. Bij een uitrit wacht je op al het overige verkeer. Bij een zandweg wacht je op de bestuurders op de verharde weg, van links en van rechts. Op een gewoon kruispunt wacht je op wie van rechts komt. Met de herhaalsprint en de quiz hieronder oefen je dat.

De verkeersborden van deze lesJe geheugensteun: de vorm en de betekenis, vóór de quiz2
Verkeersbord: Erf
Erf
Verkeersbord: Einde erf
Einde erf

Verkeersborden volgens het Nederlandse Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Elk bord wordt uitgelegd in de bijbehorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.

Bronnen en methode
  • Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikelen 1, 15, 50, 54, 63, 64, 80 en 84, en bijlage 1 (verkeersborden), versie van 1 juli 2026, kopie van 21 oktober 2026
  • Wegenverkeerswet 1994, artikel 5, versie van 1 september 2026
  • Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens, hoofdstuk II, artikel 4 (borden G5 en G6), versie van 1 oktober 2023
  • Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, artikel 2 en de bijlage met de tarieven (feiten R 337, R 507 en R 508), versie van 1 september 2026
  • Openbaar Ministerie, Boetebase (bedragen exclusief € 9 administratiekosten), kopie van 21 oktober 2026
  • CBR, Rijprocedure B (praktijkexamen auto), versie van 1 januari 2024, onderdelen over bijzondere weggedeelten (in- en uitrit, erf), over kijkgedrag en richting aangeven en over sociaal rijgedrag

Auteur: Wenceslas Dasnois, oprichter van Theorie Rijbewijs. Les geschreven en gecontroleerd volgens onze redactionele principes en onze werkwijze.

Beeldverantwoording. Copyright (c) 2024 Nationaal Dataportaal Wegverkeer ; Illustraties en schema’s: Theorie Rijbewijs ; Officiële verkeersborden: Copyright (c) 2024 Nationaal Dataportaal Wegverkeer.