Voetgangers en zebrapad: wanneer moet je voor laten gaan?
- Op een zebrapad laat je voetgangers voorgaan die oversteken of kennelijk op het punt staan over te steken. Je laat ze dus al voorgaan voordat ze op de strepen staan.
- Hetzelfde geldt voor bestuurders van een gehandicaptenvoertuig. De regels voor voetgangers gelden ook voor wie te voet een fiets, bromfiets of motorfiets aan de hand meevoert.
- Blinden met een witte stok met een of meer rode ringen en mensen die zich moeilijk voortbewegen laat je altijd voorgaan, ook zonder zebrapad.
- De regel van het zebrapad geldt niet bij een rood of geel knipperend voetgangerslicht, en niet voor een bestuurder van een motorvoertuig in een militaire colonne of een uitvaartstoet van motorvoertuigen.
- Inhalen vlak voor of op een zebrapad is verboden, ook als je geen voetganger ziet.
De uitleg staat hieronder, met bord en beelden erbij.
Je nadert een zebrapad en een voetganger staat op de stoeprand. Hij staat nog niet op de strepen, maar hij kijkt naar jou. Moet je stoppen of rijd je door?
Hoe herken je een zebrapad?
Een waarschuwingsbord staat vaak al eerder. Bij het zebrapad zelf staat het informatiebord.

Binnen de bebouwde kom wordt een zebrapad alleen aangelegd op wegen met een maximumsnelheid van 30 of 50 km/h. Buiten de bebouwde kom kan het alleen op een weg met een maximumsnelheid van 30 km/h, en dan alleen als minstens 85% van de motorvoertuigen het zebrapad langzamer dan 50 km/h nadert.
Niet elke oversteekplaats is een zebrapad: het CBR noemt ook oversteekplaatsen met andere strepen dan zebrastrepen, met of zonder verkeerslichten. Daar geldt de regel van het zebrapad niet, maar je stemt je rijgedrag wel af op de situatie en je volgt de verkeerslichten. Deze les gaat over het zebrapad.
Wie laat je voorgaan op een zebrapad?
Je laat voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig voorgaan als ze op het zebrapad oversteken of kennelijk op het punt staan over te steken.
Een gehandicaptenvoertuig is een voertuig dat is ingericht voor het vervoer van iemand met een handicap. Het is niet breder dan 1,10 meter. Het heeft geen motor, of een motor waarmee het door zijn bouw niet harder kan dan 45 km/h. En het is geen bromfiets.
Die plicht geldt voor alle bestuurders, behalve voor een bestuurder van een motorvoertuig in een militaire colonne of een uitvaartstoet van motorvoertuigen. In de wet zijn bestuurders alle weggebruikers behalve voetgangers, dus ook fietsers en bromfietsers.
Wat is kennelijk op het punt staan? Je laat iemand al voorgaan voordat hij een voet op de strepen zet. Volgens de rijprocedure van het CBR gaat het in elk geval om wie staat te wachten om te kunnen oversteken.
Hoe zie je dat iemand wil oversteken? Meestal aan zijn gedrag en aan de manier waarop hij kijkt, bijvoorbeeld als hij bij de stoeprand blijft staan, naar het verkeer kijkt of al een stap naar de weg zet. Let daarom vroeg op voetgangers die vlak bij het zebrapad staan of lopen.
De regel geldt voor wie op het zebrapad oversteekt of dat kennelijk gaat doen. Steekt iemand een stuk naast het zebrapad over, dan geldt de regel van het zebrapad niet voor hem: volgens het CBR krijgt alleen wie het zebrapad gebruikt die bescherming. Je mag hem wel nooit in gevaar brengen.

Je laat ze zo voorgaan dat ze veilig en ongehinderd kunnen oversteken, zonder hun pas aan te passen. Zo vraagt het CBR het bij het praktijkexamen. Staat een voetganger aan de andere kant van de rijbaan en dus nog op grote afstand van jou, dan hoef je daarvoor niet te stoppen. Komt hij dichterbij of begint hij over te steken, dan ligt dat anders.
Dat begint bij je snelheid. Het CBR verwacht dat je een zebrapad met matige snelheid nadert, zodat je onder alle omstandigheden normaal kunt stoppen. Rem je, doe dat dan tijdig en rustig. Dan ziet de voetganger dat hij kan oversteken en kan de bestuurder achter je op tijd reageren.
Waar je bij een zebrapad wel en niet mag stilstaan of parkeren, leer je in de les over stilstaan en parkeren.
Ook als je afslaat, laat je iemand op een zebrapad achter de hoek voorgaan.
Steekt een voetganger over zonder zebrapad, bijvoorbeeld op het kruispunt waar je afslaat? Dan gelden andere regels. Meer daarover leer je in de les over afslaan.
Voor wie gelden de regels voor voetgangers?
De regels voor voetgangers gelden niet alleen voor iemand die loopt zonder iets bij zich. Ze gelden ook voor wie te voet een fiets, bromfiets of motorfiets aan de hand meevoert.
Ze gelden ook voor wie zich verplaatst met behulp van een voorwerp dat geen voertuig is.
Neem een jongen die van zijn fiets stapt en naast zijn fiets over het zebrapad loopt. Voor hem gelden de regels voor voetgangers. Je laat hem voorgaan, net als ieder ander.
Een fietser die op zijn fiets blijft zitten, wordt in de regel van het zebrapad niet genoemd. Toch rijd je niet zomaar door: je mag je nooit zo gedragen dat er gevaar ontstaat of kan ontstaan, of dat het verkeer wordt gehinderd of kan worden gehinderd.
Een meisje loopt met haar bromfiets aan de hand over het zebrapad. Welke regels gelden voor haar?
Wie laat je ook zonder zebrapad voorgaan?
Sommige mensen laat je altijd voorgaan, ook als er geen zebrapad is. Dat zijn blinden met een witte stok met een of meer rode ringen en alle personen die zich moeilijk voortbewegen.
Deze regel geldt overal op de weg, niet alleen bij een zebrapad. Het CBR schrijft in zijn rijprocedure dat je mensen die daar recht op hebben, zoals een blinde, altijd voor laat gaan.
Een blinde herken je aan zijn witte stok met een of meer rode ringen. Bij andere mensen beoordeel je zelf of iemand zich moeilijk voortbeweegt, bijvoorbeeld omdat hij op krukken of met een rollator loopt. Dan laat je hem voorgaan.
Een blinde met een witte stok met rode ringen staat aan de kant van een straat zonder zebrapad. Hij wil oversteken. Wat doe je?
Wanneer geldt de regel van het zebrapad niet?
De eerste uitzondering gaat over het voetgangerslicht. Bij rood of geel knipperend geldt de regel niet:
- bij rood mogen voetgangers niet meer beginnen over te steken, en wie al oversteekt, moet zo snel mogelijk doorlopen;
- bij geel knipperlicht mogen ze oversteken, mits ze het overige verkeer voor laten gaan. Geel knipperlicht betekent: gevaarlijk punt, voorzichtigheid geboden.
Is het voetgangerslicht groen of knippert het groen, dan geldt de regel van het zebrapad wel.
De tweede uitzondering geldt voor bestuurders van motorvoertuigen in een militaire colonne of een uitvaartstoet van motorvoertuigen.
Bij een zebrapad staat een voetgangerslicht. Het is rood, maar een voetganger begint toch over te steken. Moet je hem op grond van de regel van het zebrapad voor laten gaan?
Mag je inhalen bij een zebrapad?
Vlak voor of op een zebrapad is inhalen verboden, ook als je niemand ziet. Dat geldt ook voor een fiets.

Het CBR noemt de reden: op en vlak bij een oversteekplaats is het uitzicht beperkt, en daardoor kan inhalen daar extra gevaar opleveren.
Staat er een voertuig stil voor een oversteekplaats om een andere reden dan voetgangers voor te laten gaan? Dan rijd je er volgens het CBR alleen met grote voorzichtigheid langs, en pas je je snelheid en je kijkgedrag daarop aan.
Staat het voertuig stil omdat de bestuurder een voetganger laat oversteken? Dan wacht jij ook. Die voetganger moet jij net zo goed voor laten gaan.
Haal je opzettelijk in voor of op een zebrapad en kan een ander daardoor in levensgevaar komen of zwaar gewond raken? Dan kan dat gelden als het opzettelijk en ernstig schenden van de verkeersregels. Dat is apart verboden.
Hoe inhalen verder werkt, leer je in de les over inhalen.
Kijk bij een zebrapad dus eerst naar het voetgangerslicht, als er een is, en dan naar wie er staat te wachten. De herhaalsprint hieronder zet dat op kaarten, en met de quiz controleer je daarna of je het kunt toepassen.
De verkeersborden van deze lesJe geheugensteun: de vorm en de betekenis, vóór de quiz2
Verkeersborden volgens het Nederlandse Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Elk bord wordt uitgelegd in de bijbehorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.