Autosnelweg en autoweg: de regels voor oprijden, invoegen en uitvoegen
- Op de autosnelweg mag je alleen met een motorvoertuig dat minstens 60 km/h mag én kan rijden. Op de autoweg is dat 50 km/h.
- Bij invoegen en uitvoegen laat je het overige verkeer voorgaan en geef je vooraf richting aan.
- Rijd zoveel mogelijk rechts. Inhalen doe je links, rechts alleen in uitzonderingen.
- Afslag gemist? Rijd door. Keren, achteruitrijden en je voertuig laten stilstaan op de rijbaan mogen niet.
- De vluchtstrook, de strook naast de rijbaan voor noodgevallen, is geen plek voor een gewone pauze.
Leer veilig invoegen, van strook wisselen en uitvoegen.
Je rijdt de oprit op. Kijk en pas je snelheid aan. Zoek ruimte om in te voegen.
Rijd je op een autosnelweg of een autoweg?
De breedte van de weg zegt niet welke regels gelden. Kijk naar het bord aan het begin: Autosnelweg of Autoweg.

Vanaf het eerste bord is de weg een autosnelweg, vanaf het derde een autoweg. Bij de eindborden houdt dat op.
Je rijdt bijvoorbeeld de snelweg af naar een tankstation: de parkeerplaatsen, tankstations en bushalteplaatsen langs deze wegen behoren niet tot de autosnelweg of autoweg.
Mag jouw voertuig deze weg op?
Controleer voor de oprit: welk soort voertuig je bestuurt en welke snelheid het mag én kan halen.
Voor een motorvoertuig geldt: op de autosnelweg moet het minstens 60 km/h mogen én kunnen rijden, op de autoweg minstens 50 km/h.
Voorbeeld: een motorvoertuig kan 70 km/h halen, maar mag slechts 50 km/h rijden. Dan voldoet het wel aan de snelheidseis voor de autoweg, maar niet aan die voor de autosnelweg.
Die getallen zeggen alleen of je voertuig de weg op mag: het zijn geen verplichte rijsnelheden.
Buiten de bebouwde kom is de maximumsnelheid 130 km/h op de autosnelweg en 100 km/h op de autoweg. Staat er een bord met een lagere snelheid, of heeft jouw voertuig een lagere limiet, dan geldt die.
In de les over de maximumsnelheid lees je meer over de snelheden per voertuig, de snelheidszones en de snelheidsborden.
Hoe voeg je in zonder iemand te hinderen?
Naast de doorgaande rijbaan ligt vaak een invoegstrook: de strook waarmee je die rijbaan oprijdt. De blokmarkering, een rij witte rechthoekige blokken, scheidt deze strook van het doorgaande verkeer.
De doorgaande rijbaan is de rijbaan zonder de invoeg- en uitrijstroken.
Invoegen is een bijzondere manoeuvre. Daarbij moet je het overige verkeer voor laten gaan. Je geeft vooraf richting aan, maar een knipperlicht geeft je geen recht op ruimte.

Zo pak je dat volgens de Rijprocedure B van het CBR (voor het praktijkexamen) aan:
- Kijk vroeg naar het verkeer op de doorgaande rijbaan. Zoek een opening en blijf ook letten op de auto voor je.
- Pas je snelheid aan aan de verkeersstroom en aan je voorligger. Gebruik daarvoor voldoende lengte van de invoegstrook.
- Controleer je spiegels en kijk vlak voor het invoegen kort over je linkerschouder. Zo controleer je de dode hoek: de ruimte die je niet in je spiegels ziet.
- Geef tijdig richting aan en voeg vloeiend naar de rechterrijstrook in als dat kan zonder anderen te hinderen. Ga niet in dezelfde beweging door naar een volgende rijstrook.
Naast de invoegstrook zijn twee rijstroken vrij. Waarheen stuur je volgens het CBR bij het invoegen?
Past je auto in een opening, maar moet de auto achter je dan meteen remmen? Dan is dat geen geschikte opening. Het CBR zegt dat er bij het invoegen geen hinder mag ontstaan voor andere bestuurders.
Volgens het CBR benut je ook bij een lege doorgaande rijbaan voldoende invoegstrook om te kijken en snelheid op te bouwen. Je stuurt dus niet meteen aan het begin naar links omdat je niemand ziet.
Moet je door druk verkeer toch stoppen op de invoegstrook, stop dan volgens het CBR liefst op het eerste deel ervan. De rest van de strook gebruik je daarna om snelheid te maken en in te voegen. Loopt de invoegstrook over in een vluchtstrook, dan gebruik je die vluchtstrook volgens het CBR in principe niet om in te voegen.
Welke rijstrook kies je eenmaal op de autosnelweg?
Je bent ingevoegd en de rechterrijstrook is vrij. Blijf dan zoveel mogelijk rechts, niet onnodig op de middelste rijstrook.
Nader je een langzamere auto, dan haal je links in. Ook bij deze rijstrookwissel laat je het overige verkeer voorgaan en geef je richting aan. Na het inhalen houd je weer zoveel mogelijk rechts.
Rijdt er naast je verkeer op een invoegstrook dat wil invoegen, ga dan volgens het CBR na het inhalen niet naar de meest rechtse rijstrook.
Langs een blokmarkering mag je wel rechts inhalen: wie rechts van de blokmarkering rijdt, mag bestuurders links ervan rechts inhalen. Denk aan een auto op een invoegstrook. Dat geeft die auto geen voorrang als hij daarna invoegt.
Het CBR vraagt je wel om op een invoegstrook niet onnodig verkeer op de doorgaande rijbaan in te halen.
Hoe je in een file rijdt en om de beurt samenvoegt, het ritsen, leer je in de les over files en ritsen.

Zie je een vrachtauto op een autosnelweg met drie of meer rijstroken in één richting? Die mag alleen de twee meest rechtse rijstroken gebruiken. Dezelfde beperking geldt voor een voertuigcombinatie langer dan 7 meter, zoals een auto met caravan.
Een voertuigcombinatie is het trekkende voertuig met de aanhanger samen. De grens gaat dus over de totale lengte. Moet zo'n combinatie of vrachtauto voorsorteren, dus vooraf de strook voor zijn richting kiezen, dan geldt deze beperking niet.
De regel over de rijstroken voor vrachtauto's en lange combinaties geldt alleen op een autosnelweg, niet op een autoweg.
Met een auto en caravan van samen 8 meter mag je op drie rijstroken dus niet op de linkerrijstrook rijden, ook niet om in te halen en ook niet als die strook leeg is.
Hoe bereid je de afrit voor?
Je nadert je afrit. Het CBR adviseert in de Rijprocedure B om tijdig naast de uitrijstrook te gaan rijden.
Bij een afrit rechts kijk je volgens die rijprocedure in de binnenspiegel, rechterbuitenspiegel en kort over je rechterschouder. Geef vooraf richting naar rechts aan. Laat bij het oprijden van de uitrijstrook het overige verkeer voorgaan.
Rijd ook niet via de vluchtstrook naar de uitrijstrook: de vluchtstrook is alleen voor noodgevallen.

Volgens het CBR vertraag je normaal pas op de uitrijstrook. Is die te kort of vraagt de verkeerssituatie eerder om minder snelheid, dan pas je die al eerder geleidelijk aan.
Volg je de uitrijstrook, dan moet je ter hoogte van de pijlen de aangegeven richting volgen. Bedenk je je dan toch, dan mag je niet meer terug naar de doorgaande rijbaan.
Soms is één gecombineerde invoeg- en uitrijstrook voor zowel invoegen als uitvoegen bedoeld. De wet zegt tegen allebei: laat het overige verkeer voorgaan. Om dat op te lossen, laat de invoegende bestuurder volgens het CBR de uitvoegende bestuurder eerst gaan.
Afslag gemist of pech: waar kun je heen?
Je ziet de afrit achter je verdwijnen. Rijd door naar een volgende afrit. Op de autosnelweg en autoweg mag je niet keren of achteruitrijden, ook niet een klein stukje over de vluchtstrook.
Een overtreding van deze verboden is strafbaar; bij een veroordeling kan de rechter je de rijbevoegdheid tot twee jaar ontzeggen.
Stuur ook niet op het laatste moment over een puntstuk of over een verdrijvingsvlak, een vlak met schuine strepen, naar de afrit: die mag je niet gebruiken.
Wil je je route opnieuw bekijken of iemand laten uitstappen? Je mag je voertuig niet laten stilstaan op de rijbaan. Zoek daarvoor een plek buiten de autosnelweg of autoweg, zoals een parkeerplaats of een tankstation.
De vluchtstrook en de vluchthaven, een plaats naast de rijbaan voor noodgevallen, zijn door een doorgetrokken streep afgescheiden. Ook de berm is geen gewone stopplek: je gebruikt deze delen alleen in noodgevallen.
Je bent moe en wilt even pauze nemen. Naast de rijbaan ligt een vluchtstrook. Mag je daar stoppen?

Kun je door pech niet verder rijden, dan is dat een voorbeeld van zo'n noodgeval. Of je op deze delen mag stoppen, hangt dus af van waarom je moet stoppen, niet van de ruimte die er is.
Een spitsstrook is een vluchtstrook die als rijstrook is aangewezen; de openstelling en de signalen boven de weg komen aan bod in de les over matrixborden en de spitsstrook.
Het doorgaande verkeer gaat voor, je blijft zoveel mogelijk rechts en een gemiste afslag rijd je door. Zet het vast met de herhaalsprint en toets jezelf daarna met de quiz.
De verkeersborden van deze lesJe geheugensteun: de vorm en de betekenis, vóór de quiz4
Verkeersborden volgens het Nederlandse Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Elk bord wordt uitgelegd in de bijbehorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.