Rijden in een tunnel: wat doe je bij file, pech of brand?
- Houd afstand: je moet kunnen stoppen binnen het stuk weg dat je ziet en dat vrij is.
- Je mag je auto in een tunnel niet laten stilstaan, ook niet voor een kort telefoontje.
- Een rood kruis sluit de rijstrook af. Een groene pijl staat het gebruik ervan toe.
- Bij file adviseert Rijkswaterstaat: alarmlichten aan, afstand houden en klaar zijn om op instructie de auto te verlaten.
- Bij brand adviseert Rijkswaterstaat: rij als het kan de tunnel uit. Sta je stil, keer dan niet om en rijd niet achteruit, maar verlaat je auto en loop van de brand vandaan.
Hieronder leer je wat je doet zolang je kunt rijden en wanneer je de auto moet verlaten.
Voor je lichten in de tunnel ineens remlichten op. Je kijkt naar de auto's, de ruimte ertussen en de signalen boven de weg. Bij file, pech en brand heb je verschillende stappen nodig.
Welk bord kondigt een tunnel aan?
Dit is het bord Verkeerstunnel. Het bord wordt geplaatst voor elke tunnel, langer dan 250 meter. De lengte van de tunnel wordt vermeld in het onderste deel van het bord.

Hoe houd je afstand in een tunnel?
Je rijdt achter een bestelauto de tunnel in. Hij neemt je uitzicht op de weg voor hem weg. Je moet kunnen stoppen binnen de afstand waarover je de weg kunt overzien én waarover die vrij is.
Die regel vraagt om ruimte en een passende snelheid. Zie je de auto's verderop vertragen, pas je snelheid dan aan. Wacht niet tot de auto direct voor je hard remt.

Voorbeeld: de bestelauto remt en de vrije ruimte vóór jou wordt kleiner. Je laat je snelheid zakken om afstand te bewaren. De snelheid van de auto's naast je bepaalt niet hoeveel ruimte jij nodig hebt.
Je mag ook in een tunnel geen gevaar of hinder veroorzaken. Rijd dus ook niet dicht op je voorganger om hem te laten opschieten.
Mag je even stoppen in een tunnel?
Je telefoon gaat en je ziet ruimte langs de tunnelwand. Dat is geen plek om even stil te gaan staan: je mag je voertuig niet laten stilstaan in een tunnel. Overtreding van dit verbod is strafbaar.
Ook iemand heel kort laten uitstappen valt onder dat verbod. Hoe weinig tijd het kost, verandert de regel niet. Rijd verder en zoek buiten de tunnel een plek waar stoppen wel mag.
Staat de file in de tunnel stil? Dan stop je op afstand achter je voorganger: je moet altijd kunnen stoppen binnen de ruimte die vrij is. Wat Rijkswaterstaat adviseert voor het wachten in een tunnelfile, lees je verderop in deze les.
Krijg je pech en kun je niet verder? Volg dan het advies van Rijkswaterstaat verderop in deze les. Een vrije plek langs de wand is dus geen plek om gewoon even te stoppen.
Je passagier wil in de tunnel snel uitstappen. Er is ruimte langs de wand. Mag je daarvoor stoppen?
Wat betekent een rood kruis boven de weg?

Een rood kruis betekent dat je die rijstrook niet mag gebruiken, ook niet als hij leeg lijkt. Een groene pijl betekent dat het wel mag, maar hij belooft niet dat de weg vrij is. Kijk naar het licht boven jouw strook, niet naar een groen signaal ernaast.
De andere signalen boven de rijstroken komen aan bod in de les matrixborden en spitsstrook.
Wat doe je als er een file ontstaat?
Voor je gaan auto's langzamer rijden. Rijkswaterstaat adviseert om bij het naderen van een file afstand te houden en je alarmlichten aan te zetten. Alarmlichten zijn de knipperlichten die tegelijk knipperen om anderen te waarschuwen.

Een file kan wijzen op een ongeval verderop. Je weet vanuit je auto niet meteen wat er is gebeurd. Blijf daarom ook naar verkeerslichten en borden kijken, niet alleen naar de auto voor je.
Rijkswaterstaat geeft voor het wachten in de file deze adviezen:
- Stem je radio af op een veelgebruikte FM-frequentie, dus een veelbeluisterde radiozender op FM. In de meeste tunnels kunnen via de radio instructies worden uitgezonden.
- Kijk waar een nooduitgang is: een uitgang waardoor je bij gevaar de tunnel kunt verlaten.
- Zorg dat jij en je passagiers klaar zijn om de auto te verlaten als dat wordt opgedragen.
Je staat in een tunnelfile. Waarom adviseert Rijkswaterstaat een veelgebruikte FM-frequentie?
Het samenvoegen van verkeersstromen leer je in de les files en ritsen; hier gaat het om het wachten en reageren binnen de tunnel.
Waar ga je heen als je pech krijgt?
Je auto krijgt pech, maar rijdt nog. Volgens het advies van Rijkswaterstaat rijd je als het kan de tunnel uit. Parkeer buiten de tunnel op een vluchtstrook of vluchthaven: een deel naast de rijbaan van een autosnelweg of autoweg, afgescheiden door een doorgetrokken streep en bestemd voor noodgevallen.
Kun je de tunnel niet verlaten? Dan adviseert Rijkswaterstaat: zet je alarmlichten aan en parkeer zo dicht mogelijk tegen de tunnelwand. De vraag of je nog naar buiten kunt, bepaalt dus je eerste keuze.

Eenmaal gestopt zet je volgens Rijkswaterstaat de motor uit en laat je de sleutel in het contact. Hulpdiensten kunnen je auto dan eventueel verplaatsen. Neem de sleutel dus niet automatisch mee zoals bij gewoon parkeren.
Meer over pech onderweg leer je in de les pech en gevarendriehoek.
Hoe breng je jezelf en je passagiers in veiligheid?
Je staat door pech in de tunnel. Rijkswaterstaat adviseert om samen met je passagiers voorzichtig uit te stappen, liefst met een veiligheidsvest aan. Let op het andere verkeer en steek de weg niet over.
Rijkswaterstaat adviseert ook: laat je passagiers bij de wand 50 meter voorbij de auto gaan staan, in de rijrichting van het verkeer. Dat is voorbij de voorkant, niet achter de achterkant waar het verkeer nadert.
Zo lopen ze geen gevaar als een auto achterop jullie voertuig botst. Laat je passagiers dus niet naast de achterbumper wachten terwijl jij hulp zoekt.
Loop daarna volgens Rijkswaterstaat zelf langs de tunnelwand met het verkeer mee naar de dichtstbijzijnde hulppost. Dat is een plek met een noodtelefoon. Daarmee neem je contact op met de wegverkeersleider, de medewerker die vanuit de verkeerscentrale het verkeer bewaakt.
Die medewerker kan maatregelen nemen en veiligheidsinstructies geven. Wacht volgens Rijkswaterstaat dicht bij de tunnelwand op hulp. Een hulppost aan de overkant is geen reden om toch over te steken.
Je staat met pech rechts in de tunnel. Aan de overkant zie je een hulppost. Welke route kies je?
Wat verandert er bij brand?
Bij rook of brand in de tunnel adviseert Rijkswaterstaat om te evacueren: jezelf en je passagiers naar buiten brengen. Blijf niet in de tunnel wachten zoals bij gewone pech. Rook kan zich snel verspreiden.
Staat je eigen auto in brand? Rijkswaterstaat adviseert dan om als het kan de tunnel uit te rijden en buiten op een vluchtstrook of vluchthaven te parkeren. Lukt dat niet, zet dan je alarmlichten aan en parkeer zo dicht mogelijk tegen de tunnelwand.
Staat een ander voertuig in brand? Houd dan volgens Rijkswaterstaat afstand, zet je alarmlichten aan en parkeer zo ver mogelijk rechts in de tunnel.
Ben je in de tunnel gestopt, dan adviseert Rijkswaterstaat verder:
- Keer niet om en rijd niet achteruit. Ook een leeg stuk weg achter je is geen vluchtroute voor je auto. Ligt de tunnel in een autosnelweg of autoweg, dan zijn keren en achteruitrijden daar ook volgens de verkeersregels verboden.
- Zet de motor uit, laat de sleutel zitten en verlaat samen je auto, liefst met een veiligheidsvest aan.
- Volg de instructies uit de luidsprekers. Loop langs de wand van de brand vandaan naar de dichtstbijzijnde nooduitgang en verlaat de tunnel.
In de hulppost hangt volgens Rijkswaterstaat ook een brandblusser, voor een kleine brand die net begint. Let daarbij op je eigen veiligheid en neem geen risico.
In een tunnel houd je afstand en volg je de lichten boven de rijstroken. Bij file, pech en brand volg je het advies van Rijkswaterstaat. Oefen het daarna in de herhaalsprint en de quiz.
De verkeersborden van deze lesJe geheugensteun: de vorm en de betekenis, vóór de quiz1

Verkeersborden volgens het Nederlandse Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Elk bord wordt uitgelegd in de bijbehorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.