Naar de inhoud
Hulpmiddelen
Gratis

Complete cursus · 100% gratis

De theoriecursus

  • 25 lessen
  • 8 hoofdstukken
  • 3 uur 35 in totaal
  • quizzen met uitleg
Begin met les 1

Rechts houden: waar op de weg mag jij rijden? · 10 min

Wanneer is je theorie-examen?

Lichten als je stilstaat of parkeert, en wat blauw, geel en groen licht betekenen

8 min leestijdHoofdstuk: Lichten en signalenGratis, zonder accountBijgewerkt in oktober 2026okt. 2026
Het belangrijkste in 30 seconden
  • Buiten de bebouwde kom voer je met een stilstaande auto op de rijbaan bij nacht stadslicht en achterlicht. Overdag geldt dit bij ernstig belemmerd zicht.
  • Dit geldt ook op parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken en vluchthavens langs autosnelwegen en autowegen buiten de bebouwde kom.
  • Een stilstaande aanhangwagen voert daar achterlicht en het voorgeschreven stadslicht, onder dezelfde omstandigheden.
  • Een voorrangsvoertuig herken je aan blauw licht én een tweetonige hoorn. Geel of groen zwaailicht geeft die status niet.
  • Een verlicht bord op een voertuig mag niet zomaar: een lesauto mag als verlicht transparant alleen de letter L voeren.

Bekijk eerst waar je stilstaat, daarna welke lichten nodig zijn.

Je staat na zonsondergang met je auto buiten het dorp. Kunnen andere bestuurders je nog zien? Ook een stilstaande auto moet soms verlichting aan hebben.

Stadslicht of parkeerlicht: wat bedoelt de regel?

Voor een stilstaande auto draait het om twee lichten. Het stadslicht maakt je auto van voren zichtbaar en laat zien hoe breed hij is. Het achterlicht doet hetzelfde van achteren.

De regel eist daarom een combinatie: stadslicht én achterlicht. Alleen de voorkant verlichten is niet genoeg.

Definitie. Parkeerlicht is licht dat bestemd is om aan te geven dat er een geparkeerd voertuig staat. De voertuigregels noemen het apart van stadslicht. De regel voor stilstaan eist uitdrukkelijk stadslicht en achterlicht.

Je hoort misschien ook het woord parkeerlicht. Voor de regel hierboven telt alleen stadslicht én achterlicht.

Welke lichten je tijdens het rijden gebruikt, leer je in dimlicht en grootlicht.

Wanneer moet je stadslicht en achterlicht voeren?

Je laat buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een gewone weg iemand uitstappen. Het is nacht. Ook al duurt dit kort, je auto moet stadslicht en achterlicht voeren. De regel geldt voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen.

Het niet voeren van deze verplichte verlichting is strafbaar.

De rijbaan is het deel van de weg dat bestemd is voor rijdende voertuigen, zonder de fietspaden en de fiets-/bromfietspaden. Ook helemaal rechts op het stuk waar verkeer rijdt, sta je nog op de rijbaan.

Voorbeeld: de zon is net onder, maar je ziet de omgeving nog goed. Toch is het wettelijk al nacht: de periode tussen zonsondergang en zonsopgang. Wacht dus niet totdat het helemaal donker is.

Je staat buiten de bebouwde kom op de rijbaan. De zon is net onder en de omgeving is nog goed te zien.
Je staat buiten de bebouwde kom op de rijbaan. De zon is net onder.

Sta je daar overdag in dichte mist, dan kijk je naar een andere voorwaarde: is het zicht ernstig belemmerd? Dan moet dezelfde verlichting aan.

Op het examen. Staat in de vraag dat de zon onder is? Ga dan niet af op een afbeelding die nog vrij licht oogt. De grens voor nacht is zonsondergang, niet jouw indruk van de duisternis.

Je staat 's nachts buiten de bebouwde kom even stil op de rijbaan van een gewone weg om iemand te laten uitstappen. Moeten je stadslicht en achterlicht aan?

Wacht je langer dan een minuut, dan is het volgens het CBR gewenst om de motor af te zetten. De verplichte verlichting moet dan blijven branden.

Geldt dit ook naast de rijbaan?

Je krijgt 's nachts pech op een autoweg buiten de bebouwde kom en komt op de vluchtstrook tot stilstand. Dat is de strook voor noodgevallen, afgescheiden van de rijbaan door een doorgetrokken streep.

Je staat nu naast de rijbaan, maar de lichtplicht geldt ook daar. Langs een autosnelweg of autoweg buiten de bebouwde kom noemt de regel deze plaatsen:

  • Parkeerstrook of parkeerhaven: verharding langs de rijbaan voor stilstaande of geparkeerde voertuigen.
  • Vluchtstrook of vluchthaven: een afgescheiden strook of plek voor noodgevallen.

Op die plekken voer je bij nacht en bij ernstig belemmerd zicht overdag stadslicht en achterlicht.

Door pech sta je 's nachts stil in een vluchthaven langs een autoweg buiten de bebouwde kom.
Door pech sta je in een vluchthaven langs een autoweg buiten de bebouwde kom.
Klassieke valkuil. De lichtplicht geeft je geen toestemming om ergens te stoppen. De vluchtstrook en vluchthaven zijn voor noodgevallen. Met stadslicht aan worden ze geen gewone parkeerplek.

Sta je binnen de bebouwde kom, bijvoorbeeld geparkeerd in een woonstraat? Dan geldt deze regel niet: hij geldt alleen als je erbuiten stilstaat. Een berm of parkeerplaats langs een gewone weg staat ook niet in de lijst.

Je staat 's nachts door pech in een vluchthaven langs een autoweg buiten de bebouwde kom. Geldt de lichtplicht daar?

Wat je verder doet bij pech, staat in pech en gevarendriehoek; daar komen ook de alarmlichten aan bod.

Wat als er een aanhanger of wagen staat?

Je staat met je auto en aanhanger 's nachts op de rijbaan buiten de bebouwde kom. Kijk niet alleen naar de auto. Een aanhangwagen is een voertuig dat door een ander voertuig wordt voortbewogen of daarvoor bestemd is.

De stilstaande aanhangwagen moet achterlicht en het voorgeschreven stadslicht voeren. Dat geldt op dezelfde plaatsen als bij de auto, dus ook op de genoemde stroken en havens langs autosnelwegen en autowegen.

Welk stadslicht is voorgeschreven? Is de aanhanger breder dan 1,60 meter, dan moet hij in principe twee stadslichten hebben. Is hij smaller, dan is stadslicht niet voorgeschreven en hoeft hij bij stilstaan alleen achterlicht te voeren.

Overdag geldt dit weer wanneer het zicht ernstig belemmerd is. Het niet voeren van deze verplichte verlichting is strafbaar.

Je auto met aanhanger staat 's nachts stil buiten de bebouwde kom, nog voor de controle van de verlichting.
Je auto met aanhanger staat buiten de bebouwde kom. Controleer ook de verlichting van de aanhanger.

Een stilstaande wagen, zoals een paardenwagen, is een ander soort voertuig dan een auto of aanhangwagen. Buiten de bebouwde kom op de rijbaan moet hij bij nacht voorlicht en achterlicht voeren, en overdag als het zicht ernstig belemmerd is. Lees bij een vraag dus eerst welk voertuig er staat.

Wanneer is een hulpdienst een voorrangsvoertuig?

Tot hier ging het om je eigen lichten. Nu de lichten van andere voertuigen: welke herken je?

In je spiegel zie je een ambulance met blauw knipperlicht en je hoort een sirene met twee tonen. Die combinatie maakt het voertuig tot een voorrangsvoertuig. Alleen het uiterlijk van een ambulance is daarvoor niet genoeg.

Het blauwe licht kan draaien, flitsen of knipperen. Voor deze herkenning hebben die vormen dezelfde betekenis. Let dus op licht én geluid, niet op de vorm van de lamp.

Een ambulance met blauw licht nadert achter je. Op een foto hoor je de hoorn niet.
Een ambulance met blauw licht nadert achter je. Op een foto hoor je de hoorn niet.

Zie je deze combinatie bij een politie- of brandweervoertuig, dan maakt de bestuurder daarmee een dringende taak kenbaar. Ook spoedeisende medische hulpdiensten en andere door de minister aangewezen hulpverleningsdiensten mogen deze signalen daarvoor voeren.

Overdag zie je soms bovendien de koplampen knipperen. Dat mag aanvullend: die koplampen vervangen het blauwe licht en de tweetonige hoorn niet.

Een brandweerauto nadert met blauw flitslicht én een tweetonige hoorn. Is dit een voorrangsvoertuig?

Hoe je het voertuig ruimte geeft, leer je in voorrangsvoertuigen.

Wat betekenen geel en groen zwaailicht?

Je nadert een voertuig met geel zwaailicht bij werkzaamheden. Geel of groen zwaai-, flits- of knipperlicht hoort bij aangewezen werkzaamheden en omstandigheden.

Dit licht maakt het voertuig niet tot voorrangsvoertuig. Verwar het niet met een hulpdienst met de vereiste blauwe lichtsignalen en geluidssignalen.

Ook een hulpdienst voert bij zulke werkzaamheden geel of groen licht in plaats van blauw. Komt de bestuurder als eerste of enige op de plek aan waar hij zijn taak moet uitvoeren, dan mag hij blauw voeren.

Geheugensteun. Blauw licht plus een tweetonige hoorn: voorrangsvoertuig. Geel of groen licht: werkzaamheden, geen voorrang. Blauw licht of een tweetonige hoorn alleen is niet genoeg.

Een zwaailamp op je eigen auto zetten om op te vallen? Dat mag niet: signalen mogen alleen in de voorgeschreven gevallen en op de voorgeschreven manier worden gegeven. Misbruik is strafbaar.

Gewone lichtsignalen en de claxon worden behandeld in richting aangeven en claxon.

Mag je een verlicht bord op je auto zetten?

Een taxi rijdt vóór je en heeft een verlicht bord. Zo'n verlicht transparant is verlichting op een voertuig die alleen informatie geeft over de bestemming of het gebruik van het voertuig, of aanwijzingen aan het andere verkeer. Het mag alleen op de daarvoor aangewezen voertuigen en voor de toegestane informatie worden gebruikt.

Alleen bepaalde diensten, zoals de politie, de brandweer en pechhulpdiensten, mogen op zo'n transparant ook aanwijzingen voor het andere verkeer tonen. Hoe je zo'n aanwijzing opvolgt, leer je in aanwijzingen van politie.

Een taxi mag bijvoorbeeld zijn bedrijfsnaam en telefoonnummer tonen. Toont het transparant tarieven, dan mag die verlichting alleen aanstaan wanneer de taxi op een taxistandplaats staat.

Een lesauto mag als verlicht transparant alleen de voorgeschreven letter L voeren. Een lichtbord met de rijschoolnaam mag dus niet.

Een gewone privéauto met zo'n bord wordt daardoor nog geen taxi of lesauto. Ongeoorloofd gebruik van verlichte transparanten is strafbaar.

Een taxi heeft een verlicht transparant. Mag daarop het telefoonnummer van het taxibedrijf staan?

Dus: stilstaan buiten de kom vraagt stadslicht én achterlicht, en een voorrangsvoertuig heeft blauw licht én een hoorn. Test het nu in de quiz.

Bronnen en methode
  • RVV 1990, artikelen 1, 29, 30, 31, 38, 39, 40, 41a, 43 en 92; versie 1 juli 2026, lokale kopie van 21 oktober 2026.
  • Regeling voertuigen, artikelen 1.1, 5.2.57, 5.12.51, 5.13.51 en 5.13.57; versie 1 juli 2026, lokale kopie van 21 oktober 2026.
  • CBR, Rijprocedure B, versie 1 januari 2024, onderdeel Milieubewust rijgedrag: verplichte verlichting bij het afzetten van de motor; sources/complements/cbr-rijprocedure-b/page.txt, regel 172. Aanwijzing voor het praktijkexamen, geen afzonderlijke wettelijke regel.

Auteur: Wenceslas Dasnois, oprichter van Theorie Rijbewijs. Les geschreven en gecontroleerd volgens onze redactionele principes en onze werkwijze.

Beeldverantwoording. Illustraties en schema’s: Theorie Rijbewijs.