Naar de inhoud
Hulpmiddelen
Gratis

Complete cursus · 100% gratis

De theoriecursus

  • 25 lessen
  • 8 hoofdstukken
  • 3 uur 35 in totaal
  • quizzen met uitleg
Begin met les 1

Rechts houden: waar op de weg mag jij rijden? · 10 min

Wanneer is je theorie-examen?

Brommers, snorfietsen, speed pedelecs en brommobielen: waar rijden ze en hoe hard?

8 min leestijdHoofdstuk: Erf, fietsers, brommers en manoeuvresGratis, zonder accountBijgewerkt in oktober 2026okt. 2026
Het belangrijkste in 30 seconden
  • Een snorfiets volgt de fietsregels, behalve waar iets anders staat, en mag maximaal 25 km/h.
  • Een bromfiets of speed pedelec gebruikt het fiets/bromfietspad, anders de rijbaan.
  • Een bromfiets mag op de rijbaan 45 km/h, op het fiets/bromfietspad 30 binnen en 40 buiten de bebouwde kom.
  • Een brommobiel hoort op de rijbaan en mag maximaal 45 km/h.
  • Een bromfietser is een bestuurder: bij voorrang van rechts telt hij net zo goed mee als een automobilist.

Eerst het voertuig, dan de plek, dan de snelheid: zo vind je de regel.

Er rijdt een brommer voor je, terwijl rechts een fietspad ligt. Hoort hij daar niet thuis? Dat hangt af van het voertuig en van het soort pad. Kijk dus eerst welk voertuig het is en welk pad er ligt.

Snorfiets, bromfiets of speed pedelec: wat is het verschil?

Definitie. Een gewone snorfiets is een bromfiets die volgens het kentekenregister, de officiële voertuigregistratie, voor maximaal 25 km/h is gebouwd. Een speed pedelec is een elektrische bromfiets waarvan de trapondersteuning boven 25 km/h doorgaat.

Iemand fietst 35 km/h op een elektrische fiets en de motor helpt nog steeds mee. Dan is het geen gewone elektrische fiets meer, maar een speed pedelec: een bromfiets met pedalen. Bij een gewone elektrische fiets stopt de motorondersteuning uiterlijk bij 25 km/h, of eerder als de fietser stopt met trappen.

VoertuigGebouwd voorRegels
Snorfietsmaximaal 25 km/hfietsregels, tenzij anders bepaald
Bromfietsmaximaal 45 km/hbromfietsregels
Speed pedelecmaximaal 45 km/h, ondersteuning boven 25 km/hbromfietsregels
Op het examen. Een vraag spreekt van een elektrische fiets. Kijk dan of de motor ook boven 25 km/h blijft ondersteunen. Doet hij dat, dan is het een speed pedelec en dus een bromfiets, met helmplicht en de bromfietsregels.

Een brommobiel is een bromfiets op meer dan twee wielen met een carrosserie, de opbouw van het voertuig. Voor zijn plek op de weg gelden andere regels dan voor een tweewielige bromfiets.

Waarom rijdt een snorfiets soms op de rijbaan?

Naast je auto rijdt een snorfietser op een pad. Bekijk welk pad het is: hieronder staan Verplicht fietspad, Fiets/bromfietspad en Einde fiets/bromfietspad.

Verplicht fietspad, Fiets/bromfietspad en Einde fiets/bromfietspad
Van links naar rechts: Verplicht fietspad, Fiets/bromfietspad en Einde fiets/bromfietspad.

Een gewone snorfiets gebruikt het verplichte fietspad of fiets/bromfietspad. Ontbreken beide, dan gebruikt hij de rijbaan: het deel voor rijdende voertuigen, zonder de fietspaden.

Er is nog een reden om op de rijbaan te rijden. Een onderbord, een aanvullend bord onder het hoofdbord, kan bij het verplichte fietspad aangeven dat snorfietsers de rijbaan moeten gebruiken.

Dat berust op een plaatselijk verkeersbesluit. Voor enkele bijzondere voertuigen en voor bestuurders met een gehandicaptenkaart gelden uitzonderingen. Voor fietsers verandert er niets.

Ook een brede snorfiets mag op de rijbaan rijden. Dat geldt voor een snorfiets op meer dan twee wielen of met aanhangwagen die inclusief lading breder is dan 0,75 meter. Een bromfiets in dezelfde situatie moet op de rijbaan rijden.

Op een onverplicht fietspad, een fietspad zonder het bord Verplicht fietspad, geldt voor een snorfiets met een verbrandingsmotor een extra voorwaarde: hij mag er alleen rijden met uitgeschakelde motor. Voor een elektrische snorfiets geldt die voorwaarde niet.

Snorfietsers mogen ook niet naast elkaar rijden, hoewel fietsers dat met zijn tweeën wel mogen.

Klassieke valkuil. Het verplichte fietspad is voor de snorfiets, niet voor de bromfiets. Dezelfde plek op de weg is dus goed voor het ene voertuig en fout voor het andere. Kijk daarom eerst welk voertuig het is.

Er staat een bord Verplicht fietspad, zonder onderbord. Waar rijdt een gewone snorfiets?

Waar hoort een bromfiets naast jouw auto?

Je rijdt langs een verplicht fietspad. Een bromfietser blijft voor je rijden. Een bromfiets hoort niet op dat fietspad: hij gebruikt het fiets/bromfietspad, of de rijbaan als zo'n pad ontbreekt.

Een speed pedelec volgt dezelfde regel, omdat het een elektrische bromfiets is. Ligt er alleen een fietspad naast de weg, dan verwacht je hem dus op de rijbaan.

Bij Einde fiets/bromfietspad houdt dat pad op. Is er verder geen fiets/bromfietspad, dan gaat de bromfietser op de rijbaan verder.

Je nadert een bromfiets op de rijbaan. Rechts ligt een verplicht fietspad.
Je nadert een bromfiets op de rijbaan. Rechts ligt een verplicht fietspad.
Geheugensteun. Een bromfiets rijdt alleen op een pad met 'brom' in de naam: het fiets/bromfietspad. Staat er alleen 'fietspad', dan rijdt hij op de rijbaan.

Hoe hard mogen deze voertuigen rijden?

Je nadert een bromfietser. Zijn maximumsnelheid hangt af van zijn plek op de weg en van de bebouwde kom.

Voertuig en plaatsBinnen de bebouwde komBuiten de bebouwde kom
Bromfiets of speed pedelec op de rijbaan45 km/h45 km/h
Bromfiets of speed pedelec op het fiets/bromfietspad30 km/h40 km/h
Gewone snorfiets25 km/h25 km/h
Brommobiel45 km/h45 km/h

Ook zonder snelheidsbord gelden deze maxima; een lagere geldende limiet blijft bepalend. Overtreding van de snelheidsregels is strafbaar.

Meer over lagere limieten lees je in de les over maximumsnelheid.

Wie moet een helm dragen?

Je ziet een snorfiets met een passagier. Ook op dit langzamere voertuig dragen bestuurder én passagier een goed passende, goedgekeurde helm met de sluiting vast.

Neemt de bestuurder een passagier jonger dan 12 jaar mee, dan mag hij hem alleen vervoeren zoals deze helmregels het voorschrijven.

De helmplicht geldt ook voor de bromfiets en de speed pedelec. Bij een brommobiel kijk je naar de opbouw: zonder gesloten carrosserie geldt in beginsel helmplicht. Overtreding van de helmplicht is strafbaar.

De uitzonderingen gelden voor bepaalde voertuigen en zitplaatsen:

  • Bijzondere elektrische bromfietsen waarvoor geen Europese typegoedkeuring nodig is, vallen onder een uitzondering.
  • Bij een brombakfiets, een bromfiets op drie wielen met twee voorwielen die alleen is ingericht voor de bestuurder, goederen en eventueel een passagier achter hem, geldt de uitzondering voor de bestuurder en die passagier.
  • Bij daarvoor aangewezen bromfietsen, behalve brommobielen, en motorfietsen kan een veiligheidscel, een constructie die tegen hoofdletsel beschermt, samen met een gedragen autogordel de helm vervangen.
  • In een open brommobiel geldt de uitzondering als de zitplaats volgens de typegoedkeuring van het voertuig drie bevestigingspunten voor een autogordel heeft (twee onder en één boven), de gordel in goede staat is en de bestuurder of passagier die gordel ook echt draagt.
Klassieke valkuil. Een gordel is niet automatisch een vervanging voor een helm. Bij een open brommobiel moet de gordel aan de wettelijke voorwaarden voldoen én gedragen worden. Alleen aanwezig zijn is onvoldoende.

In elke brommobiel, open of gesloten, gebruiken de bestuurder en de passagiers de autogordel die voor hen beschikbaar is.

Wat doe je achter een brommobiel?

Voor je rijdt een brommobiel. In plaats van de bromfietsregels gelden voor hem in principe de regels voor motorvoertuigen, zoals voor een auto. Hij hoort dus op de rijbaan, niet op het fiets/bromfietspad, en zijn maximum is 45 km/h, ook als jouw auto daar harder mag.

Rij niet dicht achter hem omdat jij harder mag rijden. Je moet altijd kunnen stoppen binnen de afstand die je kunt overzien en die vrij is. Hoe je veilig inhaalt, leer je in de les over inhalen.

Een bromfiets van rechts: wie gaat eerst?

Je nadert een kruispunt van gelijkwaardige verharde wegen. Er zijn geen tekens die de voorrang regelen. Rechts komt een bromfietser aan: jij verleent voorrang.

Je nadert het kruispunt tegelijk met een bromfietser uit de rechter zijstraat.
Je nadert het kruispunt tegelijk met een bromfietser uit de rechter zijstraat.

Een bromfietser is een bestuurder. Voorrang verlenen betekent dat hij ongehinderd zijn weg kan vervolgen. Jij laat hem dus eerst doorrijden.

Komt hij uit een onverharde weg en jij rijdt op een verharde weg? Dan verleent hij voorrang aan jou. Rechts alleen is dus niet genoeg: kijk ook naar de wegen en de tekens.

Op gelijkwaardige verharde wegen komt een snorfietser van rechts. Er zijn geen voorrangstekens. Wie wacht?

Welke voertuigen mogen een weg niet in?

Een bromfietser wil een zijweg in. Een bord dat de weg sluit voor bepaalde voertuigen, een geslotenverklaring, bepaalt wie daar niet mag komen.

Drie geslotenverklaringen voor verschillende voertuiggroepen
Van links naar rechts: Gesloten voor bromfietsen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen, met in werking zijnde motor; Gesloten voor fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen; Gesloten voor landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines.

Een gehandicaptenvoertuig is een smal voertuig, niet breder dan 1,10 meter, voor het vervoer van een gehandicapte.

Bij het eerste bord telt de werkende motor mee. Het tweede sluit ook fietsen uit en kent die motorvoorwaarde niet. Kies dus niet alleen op basis van het woord bromfiets.

Het bord Gesloten voor ruiters, vee, wagens, landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid, mobiele machines, brommobielen, fietsen, snorfietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen sluit de weg onder meer voor brommobielen, bromfietsen en snorfietsen.

Het verkeersbord Gesloten voor ruiters, vee, wagens, landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid, mobiele machines, brommobielen, fietsen, snorfietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen.
Gesloten voor ruiters, vee, wagens, landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid, mobiele machines, brommobielen, fietsen, snorfietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen.

Op een autoweg en een autosnelweg mogen bromfietsen en snorfietsen niet komen. Een brommobiel mag niet harder dan 45 km/h, terwijl je op een autoweg minstens 50 km/h en op een autosnelweg minstens 60 km/h moet mogen en kunnen rijden. Ook hij blijft er dus weg. De les over de autosnelweg legt dat uit.

Rijd je achter een tractor (het derde bord op de eerste afbeelding), reken dan op een veel lager tempo: 25 km/h, en buiten de bebouwde kom 40 km/h. De uitzonderingen binnen de bebouwde kom staan in de les over maximumsnelheid.

Dus: kijk eerst welk voertuig het is, dan waar het rijdt, en pas daarna zijn snelheid en helmplicht toe. Oefen dat met de herhaalsprint en maak daarna de quiz.

De verkeersborden van deze lesJe geheugensteun: de vorm en de betekenis, vóór de quiz7
Verkeersbord: Verplicht fietspad
Verplicht fietspad
Verkeersbord: Fiets/bromfietspad
Fiets/bromfietspad
Verkeersbord: Einde fiets/bromfietspad
Einde fiets/bromfietspad
Verkeersbord: Gesloten voor bromfietsen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen, met in werking zijnde motor
Gesloten voor bromfietsen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen, met in werking zijnde motor
Verkeersbord: Gesloten voor fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen
Gesloten voor fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen
Verkeersbord: Gesloten voor landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines
Gesloten voor landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines
Verkeersbord: Gesloten voor ruiters, vee, wagens, landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid, mobiele machines, brommobielen, fietsen, snorfietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen
Gesloten voor ruiters, vee, wagens, landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid, mobiele machines, brommobielen, fietsen, snorfietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen

Verkeersborden volgens het Nederlandse Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Elk bord wordt uitgelegd in de bijbehorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.

Bronnen en methode
  • RVV 1990, artikelen 1, 2a, 2b, 3, 5, 6, 10, 15, 19, 20, 21, 22, 22a, 42, 59, 60, 63 en 92; versie 1 juli 2026, lokale kopie van 21 oktober 2026.
  • RVV 1990, bijlage 1: G11, G12a, G12b, C13, C15, C8 en C9; officiële verkeersborden.
  • Wegenverkeerswet 1994, artikel 1; versie 1 september 2026, lokale kopie van 21 oktober 2026.
  • Regeling eisen theorie-examen rijbewijscategorie B, artikel 2; versie 1 april 2026, lokale kopie van 21 oktober 2026.

Auteur: Wenceslas Dasnois, oprichter van Theorie Rijbewijs. Les geschreven en gecontroleerd volgens onze redactionele principes en onze werkwijze.

Beeldverantwoording. Copyright (c) 2024 Nationaal Dataportaal Wegverkeer ; Illustraties en schema’s: Theorie Rijbewijs ; Officiële verkeersborden: Copyright (c) 2024 Nationaal Dataportaal Wegverkeer.