Naar de inhoud
Hulpmiddelen
Gratis

Complete cursus · 100% gratis

De theoriecursus

  • 31 lessen
  • 10 hoofdstukken
  • 4 uur 25 in totaal
  • quizzen met uitleg
Begin met les 1

Rechts houden: waar op de weg mag jij rijden? · 10 min

Wanneer is je theorie-examen?

Autogordel en kinderzitje: wie moet wat gebruiken in de auto?

8 min leestijdHoofdstuk: Veilig in de auto en bij pechGratis, zonder accountBijgewerkt in oktober 2026okt. 2026
Het belangrijkste in 30 seconden
  • Gebruik de beschikbare autogordel, ook achterin.
  • Een passagier jonger dan 18 jaar én korter dan 1,35 meter gebruikt in principe een geschikt kinderzitje met keurmerk.
  • Een kinderzitje tegen de rijrichting mag niet op een stoel met een actieve voorairbag.
  • Tel de zitplaatsen en gordels: er zitten niet meer passagiers achterin dan er gordels zijn.
  • Een kind jonger dan 12 jaar vervoer je alleen volgens de regels: jij bent als bestuurder zelf verantwoordelijk.

Hieronder oefen je met kinderen, passagiers en de controle voor vertrek.

Je haalt een kind op en er ligt geen kinderzitje in je auto. Kun je toch vertrekken? Kijk naar leeftijd, lengte en de omstandigheden van deze rit voordat je iemand laat instappen.

Wie moet de autogordel gebruiken?

Je vriend stapt achterin voor een rit naar de winkel. Hij vindt vastmaken niet nodig. Toch gebruiken in een personenauto de bestuurder en de passagiers hun beschikbare autogordel, ook op de achterbank.

Voor een volwassen bestuurder of passagier die de beschikbare gordel niet draagt, is de boete € 190.

Dezelfde gordelplicht geldt in een bedrijfsauto, zoals een bestelauto, in een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie en in een brommobiel.

Je vertrekt met je gezin. Voor passagiers jonger dan 12 jaar ben jij als bestuurder zelf verantwoordelijk: je mag hen niet vervoeren in strijd met de gordel- en kinderzitregels. Controleer dus zelf hoe zij zitten.

Is een passagier 12 jaar of ouder, dan kan hij zelf een boete krijgen als hij zijn gordel niet draagt. Is hij nog geen 16, dan wordt het bedrag gehalveerd.

Wanneer heeft een kind een kinderzitje nodig?

Je neemt je nichtje mee. Ze is 10 jaar en 1,40 meter lang. Haar leeftijd alleen geeft geen antwoord: de kinderzitplicht geldt voor passagiers die jonger dan 18 jaar én korter dan 1,35 meter zijn.

Vervoer je als bestuurder een kind jonger dan 12 jaar en korter dan 1,35 meter zonder het geschikte, goedgekeurde kinderzitje dat de wet eist, dan is de boete € 280.

Definitie. Kinderbeveiligingssysteem is de wettelijke naam voor wat wij een kinderzitje noemen. Het moet geschikt zijn voor het kind en een keurmerk hebben, een teken van goedkeuring.

Je nichtje gebruikt dus de gewone autogordel. Is een kind precies 1,35 meter lang, dan is het niet korter dan die grens: ook dan geldt de gewone autogordel.

PassagierWelke bescherming?
10 jaar, 1,30 meterGeschikt kinderzitje met keurmerk
10 jaar, 1,40 meterGewone autogordel
18 jaar, 1,30 meterGewone autogordel
Klassieke valkuil. Beide voorwaarden moeten kloppen: jonger dan 18 jaar én korter dan 1,35 meter. Is één van de twee niet waar, dan gebruikt het kind de gewone autogordel.
Twee gezichtsloze kinderen, een kleinere en een grotere, staan voor een meetlat met alleen het merkteken 1,35 m, en een auto staat op de achtergrond.
Onder 1,35 meter (en jonger dan 18 jaar): kinderzitje. Vanaf 1,35 meter: gewone autogordel.

Je passagier is 9 jaar en 1,32 meter. Wat gebruikt hij bij een gewone autorit?

Mag het kinderzitje op de voorstoel?

Je wilt een baby voorin meenemen, in een zitje waarin het kind tegen de rijrichting kijkt. Controleer eerst of de voorairbag van die stoel aan of uit staat.

Een passagier jonger dan 18 jaar mag niet in zo'n achterwaarts gericht zitje op een stoel met voorairbag worden vervoerd, tenzij die airbag uitgeschakeld is of automatisch voldoende wordt uitgeschakeld.

Een kinderzitje voorin is dus niet altijd verboden. De airbagregel geldt alleen voor een zitje dat tegen de rijrichting in staat, op een stoel met een voorairbag die aan staat. Het zitje moet daarnaast altijd geschikt en goedgekeurd zijn.

Weet je niet zeker dat de airbag uit is? Vervoer het kind dan niet achterwaarts voorin.

Op het examen. Lees bij een vraag over een kinderzitje voorin eerst de rijrichting van het zitje. Alleen het woord airbag betekent nog niet dat elk kinderzitje daar verboden is.

Je wilt een baby achterwaarts voorin vervoeren. De voorairbag blijft actief. Mag je zo vertrekken?

Past er nog iemand bij op de achterbank?

Na een feestje zit er al iemand naast je en willen vier vrienden op je achterbank met drie gordels. Dat kan niet: op passagierszitplaatsen met gordels vervoer je niet meer passagiers dan er gordels zijn. Laat dus niemand bij een ander op schoot zitten.

Iedereen krijgt een eigen zitplaats die daarvoor bedoeld is. Is er nergens anders plaats, regel dan ander vervoer voor wie niet mee kan.

Passagiers in een laadruimte komen aan bod in lading en aanhangwagen.

In een autobus gebruiken passagiers vanaf 3 jaar de gordel of het kinderzitje waarmee de bus is uitgerust, als ze op hun plaats zitten en de bus aan het verkeer deelneemt. Dat hoeft niet in een bus waarin passagiers mogen staan, en ook niet in een stads- of streekbus die volgens dienstregeling binnen de bebouwde kom rijdt.

Wanneer mag een klein kind toch alleen een gordel dragen?

In twee gevallen mag een kind van 3 jaar of ouder en korter dan 1,35 meter toch met de gewone autogordel meerijden, in een personenauto of bestelauto. Elke voorwaarde moet kloppen.

VoorwaardeGeen plaats voor een derde zitjeIncidenteel en over korte afstand
Kind3 jaar of ouder en korter dan 1,35 meter3 jaar of ouder en korter dan 1,35 meter
Waar en hoeNiet voorin, met de autogordelNiet voorin, met de autogordel
VerderAchterin zijn twee kinderzitjes echt in gebruik en een derde past niet. Een ouder mag rijden.Geen ouder is bestuurder, eigenaar of houder

Dat je maar twee zitjes hebt, bewijst niet dat een derde niet past.

Een buur vraagt je eenmalig zijn kind kort naar huis te brengen. Voor vervoer in incidentele gevallen en over korte afstand bestaat een andere uitzondering. De regels zeggen niet precies wanneer vervoer incidenteel is of een afstand kort.

Haal je het buurkind iedere schooldag op? Reken dan niet op deze uitzondering en regel een kinderzitje, ook als je maar een klein stukje rijdt en geen ouder bij de auto betrokken is.

Een houder heeft de auto bijvoorbeeld langdurig in gebruik zonder eigenaar of bezitter te zijn. Is de auto van een ouder, dan geldt de tweede uitzondering niet, ook al rijd jij.

Klassieke valkuil. Een korte afstand is bij deze uitzondering maar één voorwaarde. Controleer ook de leeftijd, de zitplaats, de gordel en of een ouder de auto bestuurt of er eigenaar of houder van is.

Je brengt je eigen kind van 5 jaar en 1,10 meter even naar een vriend. Er zijn geen andere kinderen. Mag dat zonder kinderzitje?

Wat als een oude auto helemaal geen gordels heeft?

Je wilt kinderen meenemen in een auto zonder autogordels of kinderbeveiligingssysteem.

Een kind jonger dan 3 jaar mag in die auto niet mee. Een kind vanaf 3 jaar, maar jonger dan 18 en korter dan 1,35 meter, mag niet op een voorste zitplaats zitten.

En als je met een taxi reist?

Je stapt met een klein kind in een taxi zonder kinderzitje. Voor taxi's geldt een uitzondering op de kinderzitplicht. Een passagier jonger dan 18 jaar en korter dan 1,35 meter zit dan niet voorin.

De beschikbare gordel blijft verplicht. In je eigen personenauto geldt deze uitzondering niet.

Draagt de chauffeur zelf geen gordel? Wie in een taxi passagiers tegen betaling vervoert, hoeft tijdens die rit in de regel zelf geen gordel te dragen. Voor jou als passagier verandert dat niets.

Wat geldt bij een rolstoel of medische beperking?

Je neemt iemand mee die in zijn rolstoel blijft zitten. Alleen de stoel neerzetten volstaat niet: de rolstoel moet stabiel en veilig worden vastgezet. De passagier gebruikt daarnaast de beschikbare voertuiggordel, de gordel van het bevestigingssysteem of een door de minister aangewezen constructie.

Ook voor deze passagier ben jij als bestuurder zelf verantwoordelijk. Controleer de bevestiging voordat je vertrekt.

Een passagier zegt dat gordelen door een medische beperking niet lukt. Daarvoor is een ontheffing van het CBR nodig: officiële toestemming om van de verplichting af te wijken. Bij de aanvraag kan een schriftelijke artsverklaring worden verlangd.

Een ontheffing is maximaal twintig jaar geldig. Een verklaring van een arts is niet zelf die toestemming.

Wat controleer je vóór het wegrijden?

Je zit achter het stuur en hoort alle gordels klikken. Kijk ook hoe ze gedragen worden. De wet eist dat je gordel of kinderzitje zo gebruikt, dat de bescherming niet minder wordt.

Volwassenen en kinderen die op dat moment geen kinderzitje nodig hebben, mogen een hulpstuk gebruiken dat het schuine deel van de gordel over de schouder leidt. Moet een kind wel een kinderzitje gebruiken, dan blijft dat zitje verplicht.

Het CBR geeft in de Rijprocedure B aanwijzingen voor het starten. Het zijn aanwijzingen van het CBR, geen wettelijke regels over het afstellen:

  1. Controleer vóór de start of je passagiers de gordel dragen.
  2. Draag de gordel strak tegen het lichaam, vooral het heupdeel: het onderste gedeelte van de gordel.
  3. Gebruik geen knijper of ander hulpmiddel om minder last van de gordel te hebben. Het CBR raadt dat sterk af.
  4. Stel de hoofdsteun zo af dat de bovenkant gelijk staat met de bovenkant van je hoofd. Zo beschermt hij je nek en hoofd het best bij een aanrijding, vooral bij een kop-staartbotsing.
Een volwassen bestuurder in zacht profiel, gezicht niet herkenbaar: de hoofdsteun staat gelijk met de bovenkant van het hoofd en het heupdeel van de gordel zit strak.
De bovenkant van de hoofdsteun staat gelijk met de bovenkant van het hoofd. Het heupdeel van de gordel zit strak.
Geheugensteun. Maak van vertrek een controlemoment: klopt de bescherming per passagier en wordt die goed gebruikt? Een vastgeklikte gordel zegt nog niet dat hij ook goed aansluit.

Eerst de twee grenzen, jonger dan 18 jaar én korter dan 1,35 meter, dan de zitplaats en de uitzonderingen: zo loop je elk vervoer van een kind langs. Oefen daarna met de herhaalsprint en maak de quiz.

Bronnen en methode
  • RVV 1990, artikelen 58a, 59, 59a, 59b en 88; versie 1 juli 2026, lokale kopie van 21 oktober 2026.
  • Regeling eisen theorie-examen rijbewijscategorie B, artikel 3, onderdeel d; versie 1 april 2026.
  • Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), bijlage, R 533 en R 535 f, categorie 1; versie 1 september 2026, lokale kopie van 21 oktober 2026.
  • Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), artikel 2, vierde lid, en artikel 3, tweede lid (leeftijd van 12 jaar, bedrag gehalveerd onder 16 jaar); versie 1 september 2026.
  • CBR, Rijprocedure B, Rijklaar maken, Gebruik autogordel, Controle in de auto en Controle voor de start; sources/complements/cbr-rijprocedure-b/page.txt. Praktische aanwijzingen voor het praktijkexamen, geen afzonderlijke wettelijke afstelregels.
  • Wegenverkeerswet 1994, artikel 1, eerste lid, onderdeel p, houder; versie 1 september 2026.
  • Wegenverkeerswet 1994, artikel 149, tweede lid (ontheffing door het CBR); versie 1 september 2026.

Auteur: Wenceslas Dasnois, oprichter van Theorie Rijbewijs. Les geschreven en gecontroleerd volgens onze redactionele principes en onze werkwijze.

Beeldverantwoording. Illustraties en schema’s: Theorie Rijbewijs.