Autogordel en kinderzitje: wie moet wat gebruiken in de auto?
- Gebruik de beschikbare autogordel, ook achterin.
- Een passagier jonger dan 18 jaar én korter dan 1,35 meter gebruikt in principe een geschikt kinderzitje met keurmerk.
- Een kinderzitje tegen de rijrichting mag niet op een stoel met een actieve voorairbag.
- Tel de zitplaatsen en gordels: er zitten niet meer passagiers achterin dan er gordels zijn.
- Een kind jonger dan 12 jaar vervoer je alleen volgens de regels: jij bent als bestuurder zelf verantwoordelijk.
Hieronder oefen je met kinderen, passagiers en de controle voor vertrek.
Je haalt een kind op en er ligt geen kinderzitje in je auto. Kun je toch vertrekken? Kijk naar leeftijd, lengte en de omstandigheden van deze rit voordat je iemand laat instappen.
Wie moet de autogordel gebruiken?
Je vriend stapt achterin voor een rit naar de winkel. Hij vindt vastmaken niet nodig. Toch gebruiken in een personenauto de bestuurder en de passagiers hun beschikbare autogordel, ook op de achterbank.
Voor een volwassen bestuurder of passagier die de beschikbare gordel niet draagt, is de boete € 190.
Dezelfde gordelplicht geldt in een bedrijfsauto, zoals een bestelauto, in een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie en in een brommobiel.
Je vertrekt met je gezin. Voor passagiers jonger dan 12 jaar ben jij als bestuurder zelf verantwoordelijk: je mag hen niet vervoeren in strijd met de gordel- en kinderzitregels. Controleer dus zelf hoe zij zitten.
Is een passagier 12 jaar of ouder, dan kan hij zelf een boete krijgen als hij zijn gordel niet draagt. Is hij nog geen 16, dan wordt het bedrag gehalveerd.
Wanneer heeft een kind een kinderzitje nodig?
Je neemt je nichtje mee. Ze is 10 jaar en 1,40 meter lang. Haar leeftijd alleen geeft geen antwoord: de kinderzitplicht geldt voor passagiers die jonger dan 18 jaar én korter dan 1,35 meter zijn.
Vervoer je als bestuurder een kind jonger dan 12 jaar en korter dan 1,35 meter zonder het geschikte, goedgekeurde kinderzitje dat de wet eist, dan is de boete € 280.
Je nichtje gebruikt dus de gewone autogordel. Is een kind precies 1,35 meter lang, dan is het niet korter dan die grens: ook dan geldt de gewone autogordel.
| Passagier | Welke bescherming? |
|---|---|
| 10 jaar, 1,30 meter | Geschikt kinderzitje met keurmerk |
| 10 jaar, 1,40 meter | Gewone autogordel |
| 18 jaar, 1,30 meter | Gewone autogordel |

Je passagier is 9 jaar en 1,32 meter. Wat gebruikt hij bij een gewone autorit?
Mag het kinderzitje op de voorstoel?
Je wilt een baby voorin meenemen, in een zitje waarin het kind tegen de rijrichting kijkt. Controleer eerst of de voorairbag van die stoel aan of uit staat.
Een passagier jonger dan 18 jaar mag niet in zo'n achterwaarts gericht zitje op een stoel met voorairbag worden vervoerd, tenzij die airbag uitgeschakeld is of automatisch voldoende wordt uitgeschakeld.
Een kinderzitje voorin is dus niet altijd verboden. De airbagregel geldt alleen voor een zitje dat tegen de rijrichting in staat, op een stoel met een voorairbag die aan staat. Het zitje moet daarnaast altijd geschikt en goedgekeurd zijn.
Weet je niet zeker dat de airbag uit is? Vervoer het kind dan niet achterwaarts voorin.
Je wilt een baby achterwaarts voorin vervoeren. De voorairbag blijft actief. Mag je zo vertrekken?
Past er nog iemand bij op de achterbank?
Na een feestje zit er al iemand naast je en willen vier vrienden op je achterbank met drie gordels. Dat kan niet: op passagierszitplaatsen met gordels vervoer je niet meer passagiers dan er gordels zijn. Laat dus niemand bij een ander op schoot zitten.
Iedereen krijgt een eigen zitplaats die daarvoor bedoeld is. Is er nergens anders plaats, regel dan ander vervoer voor wie niet mee kan.
Passagiers in een laadruimte komen aan bod in lading en aanhangwagen.
In een autobus gebruiken passagiers vanaf 3 jaar de gordel of het kinderzitje waarmee de bus is uitgerust, als ze op hun plaats zitten en de bus aan het verkeer deelneemt. Dat hoeft niet in een bus waarin passagiers mogen staan, en ook niet in een stads- of streekbus die volgens dienstregeling binnen de bebouwde kom rijdt.
Wanneer mag een klein kind toch alleen een gordel dragen?
In twee gevallen mag een kind van 3 jaar of ouder en korter dan 1,35 meter toch met de gewone autogordel meerijden, in een personenauto of bestelauto. Elke voorwaarde moet kloppen.
| Voorwaarde | Geen plaats voor een derde zitje | Incidenteel en over korte afstand |
|---|---|---|
| Kind | 3 jaar of ouder en korter dan 1,35 meter | 3 jaar of ouder en korter dan 1,35 meter |
| Waar en hoe | Niet voorin, met de autogordel | Niet voorin, met de autogordel |
| Verder | Achterin zijn twee kinderzitjes echt in gebruik en een derde past niet. Een ouder mag rijden. | Geen ouder is bestuurder, eigenaar of houder |
Dat je maar twee zitjes hebt, bewijst niet dat een derde niet past.
Een buur vraagt je eenmalig zijn kind kort naar huis te brengen. Voor vervoer in incidentele gevallen en over korte afstand bestaat een andere uitzondering. De regels zeggen niet precies wanneer vervoer incidenteel is of een afstand kort.
Haal je het buurkind iedere schooldag op? Reken dan niet op deze uitzondering en regel een kinderzitje, ook als je maar een klein stukje rijdt en geen ouder bij de auto betrokken is.
Een houder heeft de auto bijvoorbeeld langdurig in gebruik zonder eigenaar of bezitter te zijn. Is de auto van een ouder, dan geldt de tweede uitzondering niet, ook al rijd jij.
Je brengt je eigen kind van 5 jaar en 1,10 meter even naar een vriend. Er zijn geen andere kinderen. Mag dat zonder kinderzitje?
Wat als een oude auto helemaal geen gordels heeft?
Je wilt kinderen meenemen in een auto zonder autogordels of kinderbeveiligingssysteem.
Een kind jonger dan 3 jaar mag in die auto niet mee. Een kind vanaf 3 jaar, maar jonger dan 18 en korter dan 1,35 meter, mag niet op een voorste zitplaats zitten.
En als je met een taxi reist?
Je stapt met een klein kind in een taxi zonder kinderzitje. Voor taxi's geldt een uitzondering op de kinderzitplicht. Een passagier jonger dan 18 jaar en korter dan 1,35 meter zit dan niet voorin.
De beschikbare gordel blijft verplicht. In je eigen personenauto geldt deze uitzondering niet.
Draagt de chauffeur zelf geen gordel? Wie in een taxi passagiers tegen betaling vervoert, hoeft tijdens die rit in de regel zelf geen gordel te dragen. Voor jou als passagier verandert dat niets.
Wat geldt bij een rolstoel of medische beperking?
Je neemt iemand mee die in zijn rolstoel blijft zitten. Alleen de stoel neerzetten volstaat niet: de rolstoel moet stabiel en veilig worden vastgezet. De passagier gebruikt daarnaast de beschikbare voertuiggordel, de gordel van het bevestigingssysteem of een door de minister aangewezen constructie.
Ook voor deze passagier ben jij als bestuurder zelf verantwoordelijk. Controleer de bevestiging voordat je vertrekt.
Een passagier zegt dat gordelen door een medische beperking niet lukt. Daarvoor is een ontheffing van het CBR nodig: officiële toestemming om van de verplichting af te wijken. Bij de aanvraag kan een schriftelijke artsverklaring worden verlangd.
Een ontheffing is maximaal twintig jaar geldig. Een verklaring van een arts is niet zelf die toestemming.
Wat controleer je vóór het wegrijden?
Je zit achter het stuur en hoort alle gordels klikken. Kijk ook hoe ze gedragen worden. De wet eist dat je gordel of kinderzitje zo gebruikt, dat de bescherming niet minder wordt.
Volwassenen en kinderen die op dat moment geen kinderzitje nodig hebben, mogen een hulpstuk gebruiken dat het schuine deel van de gordel over de schouder leidt. Moet een kind wel een kinderzitje gebruiken, dan blijft dat zitje verplicht.
Het CBR geeft in de Rijprocedure B aanwijzingen voor het starten. Het zijn aanwijzingen van het CBR, geen wettelijke regels over het afstellen:
- Controleer vóór de start of je passagiers de gordel dragen.
- Draag de gordel strak tegen het lichaam, vooral het heupdeel: het onderste gedeelte van de gordel.
- Gebruik geen knijper of ander hulpmiddel om minder last van de gordel te hebben. Het CBR raadt dat sterk af.
- Stel de hoofdsteun zo af dat de bovenkant gelijk staat met de bovenkant van je hoofd. Zo beschermt hij je nek en hoofd het best bij een aanrijding, vooral bij een kop-staartbotsing.

Eerst de twee grenzen, jonger dan 18 jaar én korter dan 1,35 meter, dan de zitplaats en de uitzonderingen: zo loop je elk vervoer van een kind langs. Oefen daarna met de herhaalsprint en maak de quiz.