Zoneborden en komborden: welke regel geldt waar?
- Het bord Bebouwde kom markeert het begin van de kom. Voor je personenauto geldt daar normaal 50 km/h.
- Staat boven een bord het woord zone, dan geldt het bord in een gebied. Een zijstraat beëindigt die zone niet.
- De borden Autosnelweg en Autoweg bepalen het soort weg; lees daarnaast de snelheidsborden.
- Bij Erf hoort maximaal 15 km/h, ruimte voor voetgangers en parkeren op aangegeven plaatsen.
- Een pad voor fietsers is geen autoroute. Met je auto gebruik je de rijbaan.
Hieronder leer je welke grens je passeert en wat je daarna doet.
Je slaat een woonstraat in en ziet geen nieuw snelheidsbord. Mag je nu weer sneller rijden? Dat hangt af van het bord dat je eerder passeerde: staat daar het woord zone boven, dan blijft de regel ook in de zijstraten gelden.
Wanneer rijd je de bebouwde kom in of uit?
Je nadert een dorp. Langs de weg staan steeds meer huizen en daar staat een blauw bord met de naam van het dorp: het bord Bebouwde kom. Bij het bord Einde bebouwde kom loopt een rode streep schuin over die naam.

De bebouwde kom is het gebied tussen die twee borden. Het bord staat waar de aaneengesloten bebouwing langs de weg begint, maar jij telt geen huizen: het bord bepaalt waar de kom begint en eindigt.
Rijd je met een gewone personenauto de kom binnen, dan geldt als algemene maximumsnelheid 50 km/h. Een apart rond bord met dat getal is niet nodig. Pas je snelheid aan zodra je de grens passeert.
Staat er in de kom toch een bord met 50? Dan is dat alleen een herinnering aan de algemene limiet. Staat er geen, dan geldt die limiet net zo goed.
Je verlaat het dorp via een gewone weg. Na Einde bebouwde kom geldt daar in beginsel 80 km/h voor je personenauto zonder aanhanger. Controleer wel of een snelheidsbord of zone een andere limiet aangeeft.
Je passeert het bord Bebouwde kom. Er staat geen snelheidsbord en er geldt geen zone. Welke algemene limiet geldt voor je auto?
Waarom blijft een zone gelden na het afslaan?
Je rijdt een woonwijk binnen en ziet boven het snelheidsbord het woord zone. Verderop sla je rechtsaf. Hoewel daar geen nieuw bord staat, rijd je nog in hetzelfde gebied.

Het zonebord herken je aan het woord zone boven het ronde snelheidsbord, samen op een wit rechthoekig bord. Bij het eindebord zijn het woord zone en de 30 grijs, met schuine strepen eroverheen.
Neem een 30 km/h-zone zonder gebiedsaanduiding. Je passeert een zijweg, rijdt langs een plein en slaat een andere straat in. Zonder de zone te verlaten blijf je maximaal 30 km/h rijden.
Lees bij een zonebord dus twee dingen: welke regel staat erop en voor welk gebied geldt die?
Je nadert vervolgens het bijbehorende eindebord. Dat beëindigt de zone. Het zegt niet vanzelf dat je ook de bebouwde kom verlaat. Blijf je binnen de kom en geldt niets anders, dan geldt weer 50 km/h.
Het woord zone kan ook boven andere borden staan, bijvoorbeeld bij parkeren en bij toegangsverboden. Dat leer je in de les over parkeerborden en de parkeerschijf en in de les over verbodsborden.
Boven een snelheidsbord staat het woord zone. Wat betekent dat?
Welk bord bepaalt of je op een snelweg rijdt?
Je rijdt vanuit het dorp naar een brede weg. Alleen aan de breedte zie je niet welk wegtype begint. Kijk naar Autosnelweg of Autoweg, en naar hun eindeborden wanneer je zo'n weg verlaat.

Het beginbord maakt van de weg een autosnelweg of een autoweg. Voor een personenauto zonder aanhanger gelden buiten de kom deze algemene grenzen, zolang geen andere snelheidsaanduiding geldt:
- op een autosnelweg: 130 km/h;
- op een autoweg: 100 km/h;
- op andere wegen: 80 km/h.
Bij een eindebord houdt dat wegtype op. Staat er na Einde Autosnelweg geen ander bord, dan rijd je op een gewone weg: buiten de bebouwde kom geldt dan 80 km/h. Een autoweg begint pas bij het bord Autoweg.
Je rijdt naar een tankstation langs de snelweg. Het lijkt bij dezelfde route te horen, maar een tankstation, een parkeerplaats of een bushalteplaats langs een autosnelweg of autoweg hoort niet bij die weg.
Wie deze wegen mag gebruiken en hoe je in- en uitvoegt, leer je in de les over de autosnelweg en de autoweg.
Wat als een snelheidsbord iets anders aangeeft?
Je rijdt op een autoweg, maar ziet een lagere maximumsnelheid. Een verkeersbord gaat boven de algemene regel: je kiest dus niet blind de algemene 100 km/h. Lees de Maximumsnelheid op het gewone bord of op het elektronische signaleringsbord.

Een verkeersbord kan ook op een elektronisch signaleringsbord worden weergegeven. Geven een gewoon bord en zo'n elektronisch bord beide een maximum aan? Dan geldt de laagste aangegeven maximumsnelheid.
Voorbeeld, zoals op de afbeelding: het gewone bord geeft 50 aan en het elektronische bord 70. Je houdt je aan de laagste limiet: maximaal 50 km/h.
De verdere snelheidsregels leer je in de les over maximumsnelheid; de andere signalen boven de rijstroken in de les over matrixborden en de spitsstrook.
Waarom vraagt een erf om ander gedrag?
Je zoekt een adres in een woonwijk. Bij de ingang staat Erf. Verderop lopen mensen op de weg. Het beginbord brengt eigen regels mee; Einde erf staat bij de uitgang.

Op een erf mag je maximaal 15 km/h rijden. Voetgangers mogen de volle breedte van de weg gebruiken. Verwacht dus niet dat iedereen langs de rand blijft om jouw auto ruimte te geven.
Wil je bij het huis parkeren? Zoek een plaats die als parkeerplaats is aangeduid of aangegeven. Een leeg stukje weg is niet genoeg. Verwar een erf niet met een 30 km/h-zone: op een erf rijd je maximaal 15 km/h, in zo'n zone maximaal 30 km/h.
In de les over het erf en de 30 km/h-zone oefen je de situaties op het erf verder.
Je rijdt een erf op. Er staat geen apart snelheidsbord. Wat is je maximumsnelheid?
Kun je dat pad met je auto gebruiken?
Je navigatie wijst naar een smal pad. Kijk eerst voor wie het is aangewezen. Bij Voetpad en Ruiterpad hoort ook een eindebord: Einde voetpad en Einde ruiterpad.

Met je auto gebruik je de rijbaan: het weggedeelte voor rijdende voertuigen, met uitzondering van de fietspaden en fiets/bromfietspaden. Je rijdt dus niet een voetpad of ruiterpad op, ook niet als je auto er net tussen past.
Naast de rijbaan ligt een pad voor fietsers. De borden Verplicht fietspad, Fiets/bromfietspad en Onverplicht fietspad zeggen waar fietsers rijden, niet waar jij mag rijden: jij blijft op de rijbaan.

Een fietser op een gewone fiets gebruikt het verplichte pad of het fiets/bromfietspad. Ontbreken die, dan gebruikt hij de rijbaan. Een onverplicht fietspad mag hij gebruiken: dat hoeft niet.
Rijd je langs zo'n onverplicht pad, dan kun je dus een fietser op de rijbaan tegenkomen. Het woord onverplicht geeft jou geen toestemming om met de auto het pad op te rijden.
Bij een eenrichtingsweg kan een fiets/bromfietspad beginnen aan de kant waar de weg voor het overige verkeer is afgesloten. Zie je daar fietsers of bromfietsers rijden, dan mag jij er nog niet in.
Een onderbord, een extra bord onder het verkeersbord, kan bij een voetpad, ruiterpad, verplicht fietspad of fiets/bromfietspad een uitzondering aangeven. Lees voor welk verkeer die geldt; een uitzondering voor een ander is geen toestemming voor jou.
Meer over fietspaden en fietsstroken leer je in de les over fietsers en de fietsstraat.
Bij elk bord stel je dezelfde twee vragen: waar begint de regel en waar eindigt hij? Oefen dat eerst met de herhaalsprint en pas het daarna toe in de quiz.
De verkeersborden van deze lesJe geheugensteun: de vorm en de betekenis, vóór de quiz21







Verkeersborden volgens het Nederlandse Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Elk bord wordt uitgelegd in de bijbehorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.