Naar de inhoud
Hulpmiddelen
Gratis

Complete cursus · 100% gratis

De theoriecursus

  • 54 lessen
  • 15 hoofdstukken
  • 7 uur 29 in totaal
  • quizzen met uitleg
Begin met les 1

Rechts houden: waar op de weg mag jij rijden? · 10 min

Wanneer is je theorie-examen?

Een agent of verkeersregelaar geeft een aanwijzing: wat gaat voor?

8 min leestijdHoofdstuk: Verkeerslichten, strepen en aanwijzingenGratis, zonder accountBijgewerkt in oktober 2026okt. 2026
Het belangrijkste in 30 seconden
  • Een aanwijzing van een bevoegde, herkenbare agent of verkeersregelaar gaat boven verkeerslichten, borden en verkeersregels.
  • Ook een mondelinge opdracht telt. Een gebaar is niet altijd nodig.
  • Een stopteken kan een rode lamp zijn of een verlicht scherm met stop of stop politie.
  • Volg ook de voorgeschreven stopaanwijzing van een verkeersbrigadier en de stoptekens van een begeleider van een railvoertuig.
  • Verkeerslichten gaan boven tekens die de voorrang regelen. Dat betekent niet dat alle andere borden vervallen.

Bekijk aan de armen van de agent of het stopteken voor jouw rijrichting geldt.

Je staat voor rood, maar een agent zegt dat je moet doorrijden. Wachten op groen lijkt vertrouwd. Toch moet je nu de aanwijzing volgen: die bepaalt wat je doet.

Wat doe je als een aanwijzing botst met het verkeerslicht?

Je nadert een kruispunt waar een herkenbare, bevoegde agent het verkeer regelt. Hij geeft jou opdracht door te rijden terwijl jouw licht rood is. Je volgt de aanwijzing, ook al zou je zonder die opdracht moeten stoppen.

Een aanwijzing is een opdracht aan het verkeer, gegeven met woorden, gebaren of daarvoor bestemde verlichte schermen. De opdracht gaat boven verkeerslichten, borden, tekens op het wegdek en gewone verkeersregels.

Draai de situatie om: jouw licht staat groen, maar de agent laat jou stoppen. Dan stop je. Je kiest dus niet zelf tussen het licht en de agent op basis van wat het beste uitkomt.

Een agent spreekt je aan terwijl je auto vóór de stopstreep bij een rood verkeerslicht staat.
Je nadert een rood verkeerslicht. Een agent spreekt je aan; je auto is nog vóór het kruispunt.

Let daarbij op aan wie de agent de aanwijzing geeft. Richt hij zich alleen tot de auto naast jou, dan heb jij geen aanwijzing gekregen: voor jou blijven het verkeerslicht en de borden gelden.

Op het examen. Lees eerst welke bestuurder de aanwijzing krijgt. Een agent in beeld betekent niet automatisch dat jij mag rijden. Alleen zijn aanwezigheid vertelt nog niet welke opdracht voor jou geldt.

Jouw licht is groen. Een bevoegde agent geeft jou opdracht te stoppen. Wat doe je?

Van wie moet je een aanwijzing opvolgen?

Bij een druk evenement zegt een verkeersregelaar tegen je: wacht hier. Hij is bevoegd en als verkeersregelaar herkenbaar. Je volgt zijn woorden, ook als hij geen armgebaar maakt.

Definitie. De regels spreken van een daartoe bevoegde en als zodanig kenbare verkeersregelaar. Bevoegd: hij mag deze aanwijzingen geven, omdat hij als verkeersregelaar is aangesteld. Kenbaar: je kunt hem in die functie herkennen; tijdens zijn werk draagt hij de voorgeschreven kleding. Een opvallend hesje alleen maakt iemand nog geen verkeersregelaar.

Je volgt mondelinge aanwijzingen en gebaren van bevoegde, herkenbare ambtenaren, zoals een agent die het verkeer regelt. Dat geldt ook voor militairen van de Koninklijke Marechaussee en voor bevoegde, herkenbare verkeersregelaars.

Bij een verkeersregelaar in opleiding kan je twijfelen: telt zijn opdracht al? Tijdens de praktijkles of het praktijkexamen voor verkeersregelaars geldt die plicht ook, zolang hij de voorgeschreven kleding draagt.

Is een verkeersbrigadier hetzelfde als een verkeersregelaar?

Je nadert een oversteekplek. Een bevoegde, herkenbare verkeersbrigadier geeft de voorgeschreven stopaanwijzing. Voor een verkeersbrigadier noemen de regels precies deze aanwijzing: het voorgeschreven stopteken. Als bestuurder moet je stoppen.

Een verkeersbrigadier geeft zijn stopteken met het bord Stop: een witte ronde schijf met een rode rand en een zwarte, liggende balk in het midden. Zie je een bevoegde, herkenbare verkeersbrigadier dat bord tonen, dan stop je.

Het officiële bord Stop
Stop. In het bord kan worden aangegeven door wie of waarom het bord wordt toegepast.

Verwar hem niet met een verkeersregelaar die het verkeer met allerlei aanwijzingen regelt. Voor de brigadier noemen de regels alleen het voorgeschreven stopteken. Je plicht om een brigadier te volgen gaat dus over dat stopteken, niet over alle opdrachten die een agent kan geven.

Zie je iemand met een gebaar het verkeer regelen, dan moet je dat gebaar goed lezen. Waar dat kan, worden de officiële gebaren gebruikt. Een aanwijzing kan ook met woorden worden gegeven: ook zo'n mondelinge opdracht volg je op.

Klassieke valkuil. Verkeersbrigadier en verkeersregelaar lijken op elkaar als woord. Voor de brigadier noemen de regels alleen de voorgeschreven stopaanwijzing. Behandel hem in een vraag dus niet automatisch als een verkeersregelaar, die het verkeer met allerlei aanwijzingen regelt.

Welke gebaren gebruikt een agent of verkeersregelaar?

Een agent of verkeersregelaar kan je ook met een gebaar laten stoppen. De officiële gebaren betekenen:

  • Een arm omhoog: algemeen stopteken.
  • Een arm opzij gestrekt: stopteken voor het verkeer dat de verkeersregelaar van voren nadert.
  • De arm aan de andere kant opzij gestrekt: stopteken voor het verkeer dat hem van achteren nadert.
  • Beide armen opzij gestrekt: stopteken voor het verkeer dat hem van voren én van achteren nadert.
  • Een arm naar voren gestrekt (op de tekening van opzij gezien): stopteken voor het verkeer dat de verkeersregelaar van rechts nadert.
  • Een arm omhoog met een wijzende vinger: stop als je in een vrije richting rijdt, let op als jouw richting al stilstaat en maak het kruispunt vrij.
  • Een gestrekte arm die op en neer beweegt: verminder je snelheid.
Een verkeersregelaar staat tegenover je met beide armen horizontaal opzij gestrekt.
Stoptekens: een arm omhoog, een arm opzij of beide armen opzij.
Je ziet een verkeersregelaar van opzij met één arm recht naar voren gestrekt.
Stop voor verkeer van rechts, het kruispunt vrijmaken en snelheid verminderen.

Wat betekent een stopteken vanuit een voertuig?

Voor je rijdt een politieauto. Op een verlicht scherm verschijnt stop politie, gericht op jou. Dat is een stopteken: je moet stoppen. Het is geen vrijblijvende boodschap om alleen wat langzamer te rijden.

Zo'n scherm heet een verlicht transparant: de tekst licht op zodat je hem kunt lezen. Bij het stopteken staan stop of stop politie in rode letters tegen een donkere achtergrond.

Vanuit je auto zie je het verlichte stopteken op het voertuig van een weginspecteur voor je.
Vanuit je auto zie je het verlichte stopteken op het voertuig voor je.

Ook voor het verlichte stopteken op een voertuig van een weginspecteur van Rijkswaterstaat moet je stoppen.

Bij een controle kan je ook een rode lamp als stopteken worden getoond. Ook dan stop je. Wacht niet eerst op een scherm met letters: de lamp is zelf een mogelijke vorm van het stopteken.

Een weginspecteur van Rijkswaterstaat toont vanuit zijn voertuig het verlichte stopteken. Moet je stoppen?

Ook een verlichte aanwijzing op de bedrijfsauto van een transportbegeleider moet je volgen.

Die plicht geldt ook voor aanwijzingen op verlichte transparanten van personenauto's, bedrijfsauto's en motorfietsen van:

  • de politie en de bijzondere opsporingsdiensten;
  • Rijkswaterstaat;
  • de Inspectie Leefomgeving en Transport;
  • de douane.

Wanneer stop je voor een begeleider van een railvoertuig?

Je nadert rails waar een begeleider van een railvoertuig, een voertuig op rails, je een rode vlag toont. Je stopt. Daarvoor hoeft de begeleider geen politieagent te zijn.

Ook deze begeleider kan je het officiële bord Stop tonen: hetzelfde bord als de verkeersbrigadier gebruikt. In dit bord kan staan door wie of waarom het wordt gebruikt.

De mogelijke stoptekens van deze begeleider zijn dus dit bord, een rode vlag of een rode lamp. Je hoeft ze niet samen te zien: elk van deze tekens verplicht je te stoppen.

Geheugensteun. Kijk bij een rode vlag naar wie hem toont en in welke situatie. De regel hier gaat over een begeleider van een railvoertuig. Trek daaruit geen algemene regel over iedere rode vlag langs de weg.

Wat geldt als er geen aanwijzing is?

Je nadert een kruispunt met een rood licht en tekens die jou normaal voorrang geven. Niemand regelt het verkeer. Je stopt voor rood: het verkeerslicht gaat boven de tekens die de voorrang regelen.

Verkeerstekens is de verzamelnaam voor verkeersborden, verkeerslichten en tekens op het wegdek. Een teken met een gebod of verbod, dus iets wat moet of niet mag, moet je opvolgen.

Zegt een verkeersteken iets anders dan een verkeersregel? Dan volg je het verkeersteken. De andere verkeersregels blijven gelden.

Verkeerslichten gaan boven tekens die de voorrang regelen. Andere borden blijven gelden.

Je nadert een groen verkeerslicht. Het bord Maximumsnelheid geeft hier 50 km/h aan. Groen heft die snelheidslimiet niet op: je mag hier nog steeds niet harder dan 50 km/h rijden.

Voor je staan een groen verkeerslicht en het bord Maximumsnelheid met 50 km/h.
Het groene verkeerslicht en het bord Maximumsnelheid met 50 km/h.
Op het examen. Kijk wat het bord regelt. Een voorrangsteken en een snelheidsbord hebben een andere functie. Groen gaat boven tekens die de voorrang regelen, maar heft een snelheidslimiet niet op.

Je krijgt groen. Het bord Maximumsnelheid geeft 50 km/h aan. Mag je nu harder rijden?

De lessen verkeerslichten en strepen en markeringen leggen de afzonderlijke lichtsignalen en wegmarkeringen uit.

Wat doe je als je voor een controle moet stoppen?

Een bevoegde opsporingsambtenaar, iemand die strafbare feiten opspoort, vordert dat je stopt. Dat is een officiële opdracht, geen verzoek dat je kunt uitstellen. Je moet je auto op de eerste vordering stilhouden.

Bij die controle moet je onder meer je rijbewijs en de aangewezen delen van het kentekenbewijs ter inzage afgeven: je geeft ze zodat de ambtenaar ze kan bekijken. Zelf weten dat je ze hebt, vervangt het tonen niet.

De ambtenaar mag ook controleren of je je aan de regels houdt. Wil hij je auto onderzoeken, dan kan hij die naar een plek in de buurt laten rijden.

Vraagt hij om je medewerking bij dat onderzoek, dan werk je mee, en wil hij met je meerijden, dan neem je hem mee in je auto. Stelt hij vast dat je een regel overtreedt, dan volg je de bevelen op die hij geeft om het verkeer te beschermen.

Welke andere bevoegdheden bij een controle horen, lees je in verkeersboetes en rijontzegging.

Herhaal de verschillen met de herhaalsprint en maak daarna de quiz over aanwijzingen en stoptekens.

De verkeersborden van deze lesJe geheugensteun: de vorm en de betekenis, vóór de quiz2
Verkeersbord: Stop. In het bord kan worden aangegeven door wie of waarom het bord wordt toegepast
Stop. In het bord kan worden aangegeven door wie of waarom het bord wordt toegepast
Verkeersbord: Maximumsnelheid
Maximumsnelheid

Verkeersborden volgens het Nederlandse Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Elk bord wordt uitgelegd in de bijbehorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.

Bronnen en methode
  • RVV 1990, artikelen 41a, 62, 63, 64, 68, 82, 82a, 83 en 84; bijlage 1, A1 en F10; bijlage II. Versie 01-07-2026.
  • BABW, artikelen 3, 56 en 58a. Versie 01-01-2026.
  • Wegenverkeerswet 1994, artikelen 159 en 160. Versie 01-09-2026.

Auteur: Wenceslas Dasnois, oprichter van Theorie Rijbewijs. Les geschreven en gecontroleerd volgens onze redactionele principes en onze werkwijze.

Beeldverantwoording. Copyright (c) 2024 Nationaal Dataportaal Wegverkeer ; Illustraties en schema’s: Theorie Rijbewijs ; Officiële verkeersborden: Copyright (c) 2024 Nationaal Dataportaal Wegverkeer ; Officiële verkeersborden: RVV 1990, bijlage 1.