Naar de inhoud
Hulpmiddelen
Gratis

Complete cursus · 100% gratis

De theoriecursus

  • 54 lessen
  • 15 hoofdstukken
  • 7 uur 29 in totaal
  • quizzen met uitleg
Begin met les 1

Rechts houden: waar op de weg mag jij rijden? · 10 min

Wanneer is je theorie-examen?

Rijden bij slecht weer en in het donker: wat verandert er?

8 min leestijdHoofdstuk: Weer, milieu en techniekGratis, zonder accountBijgewerkt in oktober 2026okt. 2026
Het belangrijkste in 30 seconden
  • Je moet kunnen stoppen binnen de afstand die je kunt overzien en die vrij is.
  • Bij nacht en bij ernstig belemmerd zicht overdag voer je dimlicht, met de toegestane uitzonderingen hieronder.
  • Mistlicht vóór mag bij ernstig belemmerd zicht door mist, sneeuwval of regen.
  • Mistachterlicht mag alleen bij mist of sneeuwval met minder dan 50 meter zicht, niet bij regen.
  • Gladheid kan plaatselijk en onzichtbaar zijn. Abrupt remmen, sturen of optrekken kan tot slippen leiden.

Je ontdekt hoe er op een brug een ijslaagje kan ontstaan zonder dat het eerst heeft geregend.

Je rijdt een mistbank in en ziet de weg ineens veel minder ver. Kun je nog stoppen binnen het zichtbare stuk? Die vraag komt eerst, ook als je de route goed kent.

Hoe kies je je snelheid als je minder ziet?

Voor je verdwijnt de weg in regen, sneeuw of mist. Je moet je auto tot stilstand kunnen brengen binnen de afstand waarover je de weg kunt overzien én waarover die vrij is.

Wordt die afstand korter, dan verlaag je je snelheid. Ook in het donker geldt dat. Je kunt niet blijven rijden alsof je nog even ver kijkt als bij daglicht.

De weg verdwijnt verderop in mist; het zichtbare deel is vrij.
Vanuit de auto zie je hoe de weg verderop in een mistbank verdwijnt.

Voorbeeld: je ziet een stuk weg, maar halverwege staat een stilstaande auto. Het hele zichtbare stuk is dus niet vrij. Je moet vóór die auto kunnen stoppen, niet pas aan het einde van wat je ziet.

Een bekende route helpt je hierbij niet: je weet misschien waar de weg loopt, maar niet of het onzichtbare deel vrij is. Beoordeel steeds wat je nu ziet.

Geheugensteun. Stel jezelf bij minder zicht twee vragen: tot waar zie ik de weg, en welk deel daarvan is vrij? Je snelheid moet passen bij het kortste bruikbare stuk.

De les remweg en stopafstand legt uit hoe je het stoppen en afstand houden beoordeelt; hier pas je dat toe op het weer.

Je kent de weg, maar ziet door mist minder ver. Wat doe je?

Welke lichten gebruik je in het donker?

Je rijdt 's nachts een verlichte straat in. Ook daar voer je dimlicht: de gewone koplampverlichting voor het rijden bij nacht. Straatverlichting maakt die verplichting niet ongedaan.

Wanneer is het nacht? In de verkeersregels is nacht de periode tussen zonsondergang en zonsopgang. Dag is de periode tussen zonsopgang en zonsondergang.

Rijd je overdag een bui in waardoor je zicht ernstig wordt belemmerd? Dan voer je eveneens dimlicht. Het gaat dus niet alleen om de klok, maar ook om hoeveel je kunt zien.

Op een lege weg bij nacht mag je groot licht in plaats van dimlicht gebruiken: de stand van de koplampen waarmee je verder vooruit verlicht. Die mogelijkheid heeft grenzen zodra de situatie verandert:

  • Je rijdt bij dag: groot licht in plaats van dimlicht mag niet, ook niet bij donker weer.
  • Je komt een andere weggebruiker tegen: schakel terug naar dimlicht. Dat geldt ook bij een fietser of voetganger.
  • Je gaat een ander voertuig op korte afstand volgen: ook dan gebruik je geen groot licht in plaats van dimlicht.
Op een donkere weg komt een fietser je tegemoet.
Op de donkere weg nadert een fietser uit de andere richting.

Voorbeeld: je rijdt met groot licht en nadert een auto die dezelfde kant op rijdt. Zodra je hem op korte afstand volgt, is terugschakelen naar dimlicht nodig. Er hoeft geen tegenligger te zijn.

Op het examen. Staat er ‘moet’ of ‘mag’? Op een lege weg bij nacht mag groot licht, maar je hoeft het niet te gebruiken. Een toegestaan licht is niet automatisch verplicht.

Wanneer mogen je mistlichten aan?

Een zware regenbui belemmert je zicht ernstig. Je denkt aan de mistlichten, de speciale verlichting vóór of achter op de auto. Beoordeel voorzijde en achterzijde apart: daarvoor gelden verschillende voorwaarden.

VerlichtingWanneer toegestaan?
Mistlicht vóórBij mist, sneeuwval of regen die het zicht ernstig belemmert.
MistachterlichtAlleen bij mist of sneeuwval met minder dan 50 meter zicht.

Gebruik je onder die voorwaarden mistlicht vóór, dan hoef je geen dimlicht te voeren. Je mag het dimlicht er wel bij gebruiken. Het achterlicht en de verlichting van de achterkentekenplaat moeten dan wel blijven branden. Het mistlicht vóór is toegestaan, niet verplicht.

In die zware regenbui laat je het mistachterlicht uit. Ook als je door de regen nog maar heel weinig ziet, wordt regen geen toegestane reden voor mistachterlicht.

Rijd je vervolgens in mist, kijk dan naar de afstand: bij precies 50 meter zicht mag het mistachterlicht niet aan. De voorwaarde is minder dan 50 meter, niet 50 meter of minder.

Klassieke valkuil. Toestemming voor mistlicht vóór geeft geen toestemming voor mistachterlicht. Lees eerst welk licht wordt gevraagd. Kijk daarna naar de soort neerslag of mist en naar de zichtafstand.

Hevige regen belemmert je zicht ernstig. Welk mistlicht mag je gebruiken?

De overige verlichtingsregels staan in de les dimlicht en grootlicht.

Kan een weg glad zijn zonder dat je ijs ziet?

Je rijdt op een koude, vochtige weg zonder sneeuwlaag. Toch kan die glad worden. Rijkswaterstaat beschrijft bevriezing: het vochtige wegdek komt onder het vriespunt en er ligt onvoldoende zout.

Even verderop nader je een brug. Daar kan ook rijp ontstaan: vocht uit de lucht vormt een ijslaagje. Rijkswaterstaat noemt bruggen en viaducten als voorbeelden bij deze vorm van gladheid.

Dit heet gladheid door condensatie. Vocht uit de lucht kan dan rijp vormen wanneer het wegdek kouder is dan het dauwpunt. Een eerdere regenbui is daarvoor dus geen vereiste.

Je nadert een brug op een koude, vochtige ochtend.
Een koude, vochtige ochtend bij een brug, zonder dikke sneeuwlaag op de weg.

Valt er regen op een koude weg en bevriest die daar? Dan ontstaat ijzel. Het dunne ijslaagje is moeilijk te zien. Ook sneeuw en hagel kunnen gladheid veroorzaken.

Je rijdt door mist en het asfalt lijkt gewoon donker. Dat bewijst niet dat je overal grip hebt. Mist kan op het wegdek bevriezen; volgens Rijkswaterstaat kan een snelweg daardoor plaatselijk glad zijn zonder dat je het ziet.

Definitie. IJzel is regen die op een koude weg bevriest tot een dun ijslaagje. Verwar ijzel niet met sneeuw: juist doordat de laag moeilijk zichtbaar is, kun je de gladheid missen.

Je rijdt bij kou door mist. Je ziet geen ijs. Is gladheid daarmee uitgesloten?

Waardoor kan je auto gaan slippen?

Je nadert een bocht op een nat wegdek. Je banden moeten grip houden: voldoende houvast op het asfalt. Slippen ontstaat als er meer van dat contact wordt gevraagd dan het aankan.

Het CBR legt dit uit in de Rijprocedure B voor het praktijkexamen. De uitleg helpt je slipgevaar herkennen; het is geen aparte verkeersregel.

Wil je vlak voor de bocht nog hard remmen of ineens insturen? Het CBR noemt onder meer deze oorzaken van slipgevaar:

  • Te hard of abrupt remmen: de rembeweging is te krachtig of te plotseling.
  • Te snel accelereren: je laat de auto te snel snelheid opbouwen.
  • Te snel de koppeling loslaten: je laat het koppelingspedaal te vlug opkomen.
  • Te abrupt sturen of te snel een bocht rijden.

Volgens het CBR stem je je bediening af op verhoogd slipgevaar: het doel is te voorkomen dat je auto in een slip raakt. Het CBR vraagt ook om onnodige en abrupte stuurbewegingen te vermijden. Rijd een bocht dus niet te snel in.

Ook hellingen, zijwind (wind van opzij) en wegverkanting noemt het CBR als mogelijke oorzaken van slipgevaar.

Bij een verandering van het wegdek beoordeel je de grip opnieuw. Volgens het CBR tellen de soort en toestand van banden én wegdek mee. Alleen letten op wat je met het stuur doet, is dus niet genoeg.

Geheugensteun. Je rijdt een bocht in en het wegdek verandert. Ook als je het stuur hetzelfde houdt, kan de grip veranderen. Kijk dus naar je bediening én naar de weg.

Welke waarschuwing zie je langs de weg?

Je nadert een open stuk weg of een glad weggedeelte. Deze borden helpen het gevaar herkennen: Slipgevaar, Zijwind, Slecht zicht door sneeuw, regen of mist en IJzel of sneeuw.

Van links naar rechts: Slipgevaar, Zijwind, Slecht zicht door sneeuw, regen of mist, IJzel of sneeuw
Van links naar rechts: Slipgevaar; Zijwind; Slecht zicht door sneeuw, regen of mist; IJzel of sneeuw.

Bij het bord met de windzak denk je aan wind van opzij, niet aan neerslag. Bij de waarschuwing voor slecht zicht kijk je vooral naar de afstand waarover je de weg nog kunt beoordelen.

De les waarschuwingsborden behandelt de andere gevarenborden.

Moet je op het examen zelf slecht weer erbij bedenken?

Je krijgt een verkeerssituatie zonder aanwijzing voor mist, sneeuw of gladheid. Het CBR laat je dan uitgaan van normale weg- en weersomstandigheden. Verzin geen onzichtbaar ijs om een antwoord te kiezen.

Op het examen. Controleer beeld én vraagtekst. Een expliciete melding van gladheid telt ook als een foto het ijs niet duidelijk toont. Andersom kan zichtbare sneeuw reden zijn om niet van normale omstandigheden uit te gaan.

Oefen deze manier van kijken verder in de les kijken, voorspellen en handelen. Gebruik nu de herhaalsprint en maak daarna de quiz.

De verkeersborden van deze lesJe geheugensteun: de vorm en de betekenis, vóór de quiz4
Verkeersbord: Slipgevaar
Slipgevaar
Verkeersbord: Zijwind
Zijwind
Verkeersbord: Slecht zicht door sneeuw, regen of mist
Slecht zicht door sneeuw, regen of mist
Verkeersbord: IJzel of sneeuw
IJzel of sneeuw

Verkeersborden volgens het Nederlandse Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Elk bord wordt uitgelegd in de bijbehorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.

Bronnen en methode
  • RVV 1990, artikelen 1, 19, 32 en 34 en bijlage 1 (J20, J31, J35 en J36); versie 1 juli 2026, lokale kopie van 21 oktober 2026.
  • Regeling eisen theorie-examen rijbewijscategorie B, artikel 2, onderdelen c en d; versie 1 april 2026, lokale kopie van 21 oktober 2026.
  • Rijkswaterstaat, Gladheid: soorten gladheid en veelgestelde vragen; lokale kopie in sources/complements/rijkswaterstaat-gladheid/page.txt.
  • CBR, Rijprocedure B voor het praktijkexamen, Slipgevaar en Stuurvastheid; lokale kopieën in sources/complements/cbr-rijprocedure-b/page.txt en sources/complements/cbr-milieubewust-rijgedrag/page.txt. Praktische uitleg, geen afzonderlijke wettelijke regels.
  • CBR, Theorie-examenplan auto, Aandachtspunten; lokale kopie in sources/cbr-theorie/theorie-examenplan-auto.txt.

Auteur: Wenceslas Dasnois, oprichter van Theorie Rijbewijs. Les geschreven en gecontroleerd volgens onze redactionele principes en onze werkwijze.

Beeldverantwoording. Copyright (c) 2024 Nationaal Dataportaal Wegverkeer ; Illustraties en schema’s: Theorie Rijbewijs ; Panneau officiel : Copyright (c) 2024 Nationaal Dataportaal Wegverkeer.