Naar de inhoud
Hulpmiddelen
Gratis

Complete cursus · 100% gratis

De theoriecursus

  • 54 lessen
  • 15 hoofdstukken
  • 7 uur 29 in totaal
  • quizzen met uitleg
Begin met les 1

Rechts houden: waar op de weg mag jij rijden? · 10 min

Wanneer is je theorie-examen?

De dode hoek: wat je niet ziet naast en achter je auto

8 min leestijdHoofdstuk: Jij als bestuurderGratis, zonder accountBijgewerkt in oktober 2026okt. 2026
Het belangrijkste in 30 seconden
  • Een lege spiegel bewijst niet dat er niemand naast je rijdt.
  • Stel je spiegels vóór vertrek af; houd je uitzicht door de ruiten vrij.
  • Controleer vóór een rijstrookwissel ook de kant waar je naartoe gaat.
  • Bij een bijzondere manoeuvre laat je het overige verkeer voorgaan, ook voetgangers.
  • Kun je minder ver kijken? Zorg dat je kunt stoppen binnen het vrije, zichtbare weggedeelte.

Je ziet de spiegels van een vrachtwagen; betekent dat ook dat de chauffeur jou ziet?

Je wilt naar links, maar de auto die net achter je reed, is uit je spiegel verdwenen. Is hij weg of rijdt hij naast je? Begin pas aan de rijstrookwissel als je weet of de ruimte vrij is.

Wat zie je niet in je spiegels?

Je kijkt door de voorruit naar de weg en daarna in de buitenspiegel naar het verkeer achter je. Door de ruiten kijk je rechtstreeks naar buiten. Via een spiegel of een camera kijk je indirect.

Definitie. Een voorziening voor indirect zicht laat je een gebied rond de auto zien dat je niet rechtstreeks kunt waarnemen. Dat kan een spiegel zijn, maar ook een camera met een beeldscherm.

Naast je auto kan verkeer buiten het beeld van je spiegels zitten. Die moeilijk zichtbare ruimte noemen we de dode hoek. Je gezichtsveld is het gebied dat je kunt overzien; de bouw van een voertuig beperkt dat gebied.

Van boven zie je een blauwe auto rechts en een andere auto schuin links erachter, met naast de rijbaan twee pijlen voor dezelfde rijrichting.
Je rijdt nog rechtuit. De auto rijdt schuin naast je. Controleer vóór een rijstrookwissel ook kort de dode hoek aan die kant.

Het theorie-examen gaat hierbij over jouw zicht én dat van anderen. Vanuit jouw stoel kun je een vrachtwagen duidelijk zien, terwijl de chauffeur jou misschien niet kan zien.

Hoe maak je het zicht vóór vertrek goed?

Je stapt in een auto waarin iemand anders heeft gereden. In de buitenspiegel zie je vooral het portier. Stel de spiegels eerst af. Je moet de weg kunnen zien, niet vooral je eigen portier.

Het CBR beschrijft in de Rijprocedure B voor het praktijkexamen hoe je dat doet. Dit zijn praktische aanwijzingen voor het rijden, geen afzonderlijke wettelijke kijkregels.

  1. Richt de binnenspiegel zo dat je de achterruit goed overziet. Het midden van de achterruit hoort in het midden van de spiegel.
  2. Laat in elke buitenspiegel nog net de zijkant van je auto zichtbaar. Breng zoveel mogelijk van de weg naast en achter je in beeld.
  3. Doe dit vóór de rit, zodat je onderweg niet bezig hoeft te zijn met afstellen.
De linkerbuitenspiegel toont nog net de zijkant van de auto en verder de weg naast en achter de auto.
Je ziet nog net de zijkant van je auto en zoveel mogelijk van de weg naast en achter je.

Er hangt ook een versiering voor de voorruit. Als zo'n onnodig voorwerp je uitzicht belemmert, mag het daar niet zitten. Dat geldt eveneens voor de zijruiten naast de bestuurder: haal het obstakel weg voordat je vertrekt.

Geheugensteun. Controleer vanuit je bestuurdersplaats zowel het uitzicht door de ruiten als het beeld in de spiegels. Een goed afgestelde spiegel helpt niet tegen een voorwerp dat het zicht door je voorruit blokkeert.

Je staat nog geparkeerd. In je buitenspiegel vult je eigen portier bijna het hele beeld. Wat doe je?

Hoe kijk je vóór een rijstrookwissel?

Je wilt op een weg met meerdere rijstroken naar rechts. De ruimte lijkt vrij, maar iemand kan schuin naast je rijden. Van rijstrook wisselen is een bijzondere manoeuvre: daarbij moet jij het overige verkeer voor laten gaan.

Dat is de wettelijke plicht. De Rijprocedure B van het CBR geeft je hiervoor een kijkvolgorde. Kies de kant waarheen je wilt bewegen:

  • Naar rechts: kijk vooruit, in de binnenspiegel, in de rechterbuitenspiegel en over je rechterschouder.
  • Naar links: kijk vooruit, in de binnenspiegel, in de linkerbuitenspiegel en over je linkerschouder.

Het kijken over je schouder heet ook een schouderblik. Volgens het CBR controleer je daarmee de dode hoek naast je. Kijk kort; lang achterom kijken kan je koers verstoren en ontneemt je het zicht vooruit.

Zie je naast je een auto op de strook waar je heen wilt? Blijf op je eigen strook en laat die auto voorgaan. De spiegelcontrole is pas nuttig als je je beslissing aanpast aan wat je ziet.

Op het examen. Je kijkt in de juiste volgorde, maar naast je rijdt nog een auto. Mag je al opschuiven? Nee. Goed kijken is een controle, geen toestemming om te gaan. Bij een rijstrookwissel laat je het overige verkeer voorgaan.

Je wilt een rijstrook naar links. Waar kijk je volgens het CBR na de linkerbuitenspiegel?

Wie laat je voorgaan bij wegrijden of achteruitrijden?

Je wilt vanaf de rechterkant van de weg wegrijden. Een fietser nadert van achteren. Ook wegrijden is een bijzondere manoeuvre: je wacht op die fietser en kijkt vóór vertrek opnieuw of de ruimte vrij is.

Voor deze situatie beschrijft het CBR: binnenspiegel, vooruit, linkerbuitenspiegel, linkerschouder.

Wegrijden vanaf de linkerkant van de weg? Dan beschrijft het CBR: binnenspiegel, vooruit, rechterbuitenspiegel, rechterschouder.

Blijf ook tijdens het wegrijden het achteropkomende verkeer volgen met de spiegels.

Voorbeeld: je wilt achteruit een parkeervak verlaten. Er loopt iemand achter je auto. Je laat die voetganger eerst passeren, ook al komt er geen auto aan.

Een auto staat nog helemaal in een parkeervak terwijl er een voetganger achterlangs loopt.
De auto staat nog in het parkeervak. Achter het vak loopt een voetganger.

Het overige verkeer betekent meer dan alleen motorvoertuigen. Bij een bijzondere manoeuvre tellen fietsers en voetgangers dus mee. Kijk naar de hele ruimte die je gaat gebruiken, niet alleen naar naderende auto's.

Wil je keren, dan kan ook tegemoetkomend verkeer jouw beweging kruisen. Wil je uit een uitrit de weg oprijden, dan kan er iemand over het trottoir voor je langs lopen. Ook in die gevallen laat jij het overige verkeer voorgaan.

Het CBR beschrijft in de Rijprocedure B voor het praktijkexamen dat je vóór het uitstappen in de binnenspiegel, in de linkerbuitenspiegel en over je linkerschouder kijkt. Sta je op een parkeerplaats naast een andere auto, dan open je het portier extra voorzichtig. Laat een portier niet langer open staan dan nodig is. Dit zijn praktische aanwijzingen, geen wetsregels.

Op het examen. Zoek bij een manoeuvre ook naar iemand die loopt. Een antwoord waarin je alleen auto's laat passeren, kan onvolledig zijn: de plicht geldt voor het overige verkeer.

Je wilt achteruitrijden. Achter je loopt een voetganger, maar er nadert geen auto. Mag je beginnen?

Moet elke auto dezelfde spiegels hebben?

Je weet nu hoe je kijkt voordat je beweegt. Welke spiegels of camera's de auto moet hebben, is een andere vraag.

Je gaat rijden met een personenauto die na 25 januari 2010 in gebruik is genomen. De hoofdregel is dat deze een linkerbuitenspiegel, rechterbuitenspiegel en binnenspiegel heeft.

Maar stel dat de binnenspiegel onvoldoende zicht op de weg achter die auto kan geven. Dan hoeft die binnenspiegel niet aanwezig te zijn. Dat is een uitzondering op de uitrustingseis, geen toestemming om zonder zicht achteruit te rijden.

Bij een auto zonder gewone buitenspiegels zie je misschien schermen in het interieur. Goedwerkende camera-monitorsystemen mogen verplichte spiegels vervangen. Ze moeten ook deugdelijk bevestigd zijn, dus stevig vastzitten.

Een aanwezig scherm is daardoor niet automatisch voldoende: het systeem moet werkelijk werken. De precieze technische eisen aan oudere auto's, ruiten en spiegelglas vind je in de les over ruiten, spiegels en verlichting.

Klassieke valkuil. Beoordeel een auto niet alleen op het aantal zichtbare spiegels. Een werkend, stevig bevestigd camera-monitorsysteem mag een verplichte spiegel vervangen; een camera die geen beeld geeft, voldoet daar niet aan.

Wat kan een vrachtwagenchauffeur van jou zien?

Je rijdt naast een vrachtwagen. Vanuit je auto zie je de hoge cabine en meerdere spiegels. Daaruit kun je niet afleiden dat de chauffeur jou ziet: de bouw van zijn voertuig beperkt zijn gezichtsveld.

Denk ook aan een fietser die rechts naast die vrachtwagen rijdt. Beoordeel de situatie vanuit de stoel van de chauffeur: welke ruimte kan hij overzien? Alleen vaststellen dat de fietser de vrachtwagen ziet, beantwoordt die vraag niet.

Vanuit een volgende auto zie je een vrachtwagen rechtuit rijden en een fietser rechts naast de cabine op een fietsstrook.
Een vrachtwagen rijdt rechtuit. Rechts naast de cabine bevindt zich een fietser.

Ter achtergrond: voor zwaardere vrachtwagens voor goederenvervoer schrijft de wet aan de rechterzijde een trottoirspiegel en een breedtespiegel voor. Daarop bestaan uitzonderingen: andere voorzieningen kunnen die spiegels onder voorwaarden vervangen.

Naast een bus geldt dezelfde vraag over het gezichtsveld. Een bus moet links en rechts een buitenspiegel hebben; goedwerkende, stevig bevestigde camera-monitorsystemen mogen deze vervangen. Dat bewijst nog niet dat elke plek naast de bus zichtbaar is.

In de les over kwetsbare verkeersdeelnemers lees je meer over fietsers en voetgangers.

Hoe hard rijd je als je weinig kunt zien?

Een grote bus vóór je neemt een deel van het zicht weg. Je kunt slechts een kort stuk vrije weg overzien. Pas je snelheid aan: je moet kunnen stoppen binnen de afstand die zichtbaar én vrij is.

Vergelijk twee situaties. In een onoverzichtelijke bocht zie je niet hoe de weg verderloopt. Op een rechte weg zie je verder, maar kan er een obstakel staan. In beide gevallen telt alleen het vrije stuk dat je werkelijk overziet.

Neem niet aan dat de weg achter de bus vrij is. Meer over slecht zicht lees je in de les over weer, donker en gladheid.

Oefen nu met de herhaalsprint en de quiz: wat kun je zien, wie moet je laten voorgaan en wanneer wacht je?

Bronnen en methode
  • Regeling eisen theorie-examen rijbewijscategorie B, artikel 2, onderdeel e; versie 1 april 2026.
  • Regeling voertuigen, artikelen 1.1 (voorziening voor indirect zicht), 5.2.42 en 5.2.45; versie 1 juli 2026.
  • Regeling voertuigen, artikelen 5.3.45 en 5.3a.45; versie 1 juli 2026. Uitrusting van vrachtwagens en bussen als achtergrond bij het gezichtsveld.
  • RVV 1990, artikelen 19 en 54; versie 1 juli 2026.
  • CBR, Rijprocedure B, versie 1 januari 2024, onderdelen wegrijden vanaf rechts en links, rijstrook wisselen en uitstappen; sources/complements/cbr-rijprocedure-b/page.txt. Praktische rijaanwijzingen, geen afzonderlijke wettelijke kijkregels.
  • CBR, Rijprocedure praktijkexamen, Afstellen spiegels; sources/complements/cbr-milieubewust-rijgedrag/page.txt. Lokale bronnenkopieën van 21 oktober 2026.

Auteur: Wenceslas Dasnois, oprichter van Theorie Rijbewijs. Les geschreven en gecontroleerd volgens onze redactionele principes en onze werkwijze.

Beeldverantwoording. Illustraties en schema’s: Theorie Rijbewijs.