Moe of afgeleid achter het stuur: dit moet je weten
- Vermoeidheid en emoties kunnen veranderen wat je ziet, hoe je een situatie inschat en hoe je reageert.
- Opletten betekent ook rekening houden met andere weggebruikers, zelfs als je je ergert.
- Tijdens het rijden mag je geen mobiel elektronisch apparaat vasthouden voor communicatie of informatieverwerking.
- Dat verbod geldt ook voor een tablet of mediaspeler, niet alleen voor een telefoon.
- Ook zonder apparaat in je hand mag je geen gevaar of hinder veroorzaken, of gedrag vertonen waardoor die kunnen ontstaan.
Ook vlak bij huis onderbreek je de rit op een veilige, toegestane plek als je het verkeer niet meer volgt.
Je kijkt vooruit, maar merkt de remlichten pas laat op. Je bent moe en dacht nog aan een vervelend gesprek. Aan het stuur zitten is niet genoeg: je moet de verkeerssituatie kunnen volgen.
Wat verandert er als je moe bent?
Je rijdt naar huis en ziet laat dat het verkeer voor je vertraagt. Vermoeidheid kan je waarnemingsvermogen veranderen: je vermogen om op te merken wat er om je heen gebeurt.
Neem dezelfde situatie, maar nu zie je de remlichten meteen. Je denkt alleen dat de auto's wel blijven doorrijden. Dan gaat het om je beoordelingsvermogen: inschatten wat een situatie betekent en welke reactie nodig is.
Je kunt ook zien én begrijpen dat je moet reageren, maar pas laat handelen. Dan speelt je reactievermogen mee: kunnen reageren op wat er gebeurt. Vermoeidheid kan ook dat vermogen beïnvloeden.

Deze problemen kunnen samen voorkomen: je mist iets, schat de situatie verkeerd in en reageert vervolgens te laat.
Je ziet het remmen voor je, maar denkt ten onrechte dat reageren niet nodig is. Wat gaat hier mis?
Wat doe je als je het verkeer niet goed meer volgt?
Je hebt nog maar een klein stuk te rijden, maar merkt dat je steeds verkeerssituaties mist. De vraag is niet hoeveel weg er overblijft. Kun je op dit moment nog verantwoord rijden?
Vermoeidheid kan behalve je waarneming en reactie ook je gedrag veranderen. Je neemt bijvoorbeeld een besluit zonder de situatie goed te hebben beoordeeld. Blijven rijden omdat je bijna thuis bent, neemt dat probleem niet weg.
Kun je het verkeer niet meer voldoende volgen, zet de rit dan niet zomaar voort. Doorrijden kan dan gevaar veroorzaken, en gedrag waardoor gevaar ontstaat of kan ontstaan, is verboden. Onderbreek de rit op een plek waar je mag stoppen. Maak van het stoppen zelf geen gevaarlijke handeling.
Rijd je op een autosnelweg of autoweg? Daar mag je niet op de rijbaan stilstaan. De vluchtstrook, de vluchthaven en de berm zijn daar alleen voor noodgevallen.
Twijfel je al voordat je wegrijdt of je voldoende kunt opletten? Het CBR raadt aan om niet vermoeid of geïrriteerd aan een autorit te beginnen. Beoordeel dat dus vóór vertrek, ook bij een korte rit.
Kun je afgeleid zijn zonder telefoon?
Een andere bestuurder maakt je boos. Je blijft aan zijn gedrag denken terwijl het verkeer voor je verandert. Die boosheid hoort bij je gemoedsgesteldheid: hoe je je voelt, bijvoorbeeld boos, verdrietig of gespannen.
Emoties kunnen, net als vermoeidheid, je waarneming, beoordeling, reactie en gedrag beïnvloeden. Een telefoon die netjes opgeborgen ligt, betekent dus niet dat je aandacht bij het verkeer is.
Wil je uit ergernis een ander tegenhouden? Laat dat plan los en blijf op het verkeer letten. Ook hoe je met anderen omgaat, hoort bij verantwoord rijden.
Ook een gesprek met een passagier kan je aandacht opeisen. Het CBR raadt aan om je tijdens het rijden niet te laten afleiden door passagiers, de autoradio of je mobiele telefoon. Merk je dat je door een gesprek niet goed oplet, laat het gesprek dan wachten.

Alcohol, drugs en medicijnen kunnen deze vermogens ook veranderen. De regels daarvoor lees je in de les over alcohol, drugs en medicijnen.
Je blijft tijdens het rijden in gedachten ruzie maken. Je telefoon ligt opgeborgen. Kun je toch afgeleid zijn?
Wat mag je tijdens het rijden niet vasthouden?
Je telefoon ligt naast je en je wilt hem even oppakken om op het scherm te kijken. Tijdens het rijden mag je als bestuurder geen mobiel elektronisch apparaat vasthouden dat voor communicatie of informatieverwerking gebruikt kan worden.
Denk bij communicatie bijvoorbeeld aan bellen of berichten uitwisselen, en bij informatieverwerking aan gegevens op een apparaat bekijken of gebruiken. De regel noemt in elk geval mobiele telefoons, tabletcomputers en mediaspelers.

Je hoeft dus niet daadwerkelijk te bellen. Houd je je telefoon vast terwijl je rijdt, dan valt dat onder het verbod. Alleen vasthouden is al genoeg; de regel vereist geen gesprek of getypt bericht.
Wil je op een tablet je route bekijken, of op een mediaspeler muziek kiezen? Ook deze apparaten mag je tijdens het rijden niet vasthouden. Een mediaspeler is een apparaat waarmee je bijvoorbeeld muziek of video's afspeelt.
Het CBR raadt aan om je tijdens het rijden niet te laten afleiden door je mobiele telefoon. Een handige gewoonte: leg apparaten vóór vertrek weg, en onderbreek de rit eerst op een plek waar je mag stoppen als je onderweg iets wilt opzoeken. Pak het apparaat in elk geval niet rijdend op: vasthouden is verboden.
Je houdt tijdens het rijden een mediaspeler vast om muziek te kiezen. Mag dat?
Betekent niet vasthouden ook veilig rijden?
Je telefoon zit in een houder. Je blijft naar het scherm kijken en volgt de weg niet meer. Kijk dus ook naar wat je doet: blijf je op de weg letten?
Het verbod op vasthouden gaat over de bestuurder die het apparaat tijdens het rijden vasthoudt. Daarnaast verbiedt de wet gedrag waardoor gevaar of hinder ontstaat of kan ontstaan. Die algemene regel blijft gelden.
Stel dat een passagier de telefoon vasthoudt om iets op te zoeken. Dan houd jij hem niet vast. Maar vraagt hij jou voortdurend naar het scherm te kijken, houd je aandacht dan bij de weg.
Hetzelfde onderscheid helpt bij een papieren routebeschrijving. Papier is geen elektronisch apparaat. Dat maakt lezen tijdens het rijden nog geen veilige keuze: ook daarbij mag je geen gevaar of hinder veroorzaken.
Moet er eerst iets misgaan voordat gedrag verboden is?
Door afleiding dreig je een ander in gevaar te brengen. Er volgt geen botsing. Toch mag je niet redeneren dat je gedrag daarom toegestaan was: ook mogelijk gevaar valt onder het verbod.
Denk ook aan een bestuurder die uit boosheid de doorgang voor iemand blokkeert. Er volgt geen botsing, maar dat gedrag kan het verkeer wel hinderen. Ook dat valt onder het verbod.
Ook mogelijke hinder valt onder de regel. Bekijk dus wat het gedrag kon veroorzaken, niet alleen of er iemand gewond is geraakt.
Dat verbod geldt voor iedereen. Ook een passagier mag zich niet zo gedragen dat gevaar op de weg ontstaat of kan ontstaan. Denk aan iemand die tijdens het rijden het zicht van de bestuurder blokkeert. Daarnaast geldt een aparte regel voor de auto zelf: als bestuurder mag je bij het besturen niet door passagiers of lading gehinderd worden.
Wat als door jouw schuld iemand gewond raakt?
Je veroorzaakt door jouw schuld een verkeersongeval waarbij een ander zwaar gewond raakt. Dan speelt een afzonderlijk verbod: je mag je niet zo gedragen dat een ongeval door jouw schuld zulke gevolgen heeft.
Dit gaat om een ongeval waarbij een ander overlijdt of zwaar lichamelijk letsel krijgt. Het omvat ook ander lichamelijk letsel dat leidt tot tijdelijke ziekte of waardoor iemand zijn normale bezigheden tijdelijk niet kan uitvoeren.
Alleen zeggen dat er een ongeluk is gebeurd, is dus onvoldoende voor deze regel. De voorwaarden zijn jouw schuld aan het ongeval én de genoemde gevolgen voor een ander.
Herhaal de verschillen met de herhaalsprint en pas ze daarna toe in de quiz.