Gevaarherkenning in het theorie-examen: zo pak je het aan
- Gevaarherkenning blijft nodig, maar is sinds 7 april 2025 geen apart examenonderdeel meer.
- Het gewone examen duurt 30 minuten: minstens 44 van de 50 meetellende vragen goed. Daarnaast krijg je 2 testvragen.
- Een animatie is zonder geluid. Kijk wat er verandert en wat dat voor jouw auto betekent.
- Bij examenvragen gelden normale omstandigheden en houden anderen zich aan de regels, tenzij beeld of vraag anders aangeeft.
- Je moet kunnen stoppen binnen de zichtbare, vrije afstand en mag geen gevaar of hinder veroorzaken.
Ontdek waarom je niet altijd het voorzichtigst klinkende antwoord moet kiezen op het examen.
De auto voor je komt steeds dichterbij, terwijl jij even hard blijft rijden. Alleen zien dat er een auto rijdt is niet genoeg. Je moet begrijpen wat verandert en op tijd je snelheid aanpassen.
Wat vraagt het examen van je?
Je ziet in een examenvraag hoe verkeer vóór jouw auto vertraagt. De vraag kan gaan over wat er gaat gebeuren of over jouw reactie. Je moet dus meer kunnen dan een verkeersregel opzeggen.
Het CBR toetst of je gevaren herkent, regels kent en begrijpt hoe je die toepast. In deze les gebruiken we daarvoor kijken, voorspellen, beslissen. Dat is onze oefenvolgorde, geen officiële indeling van het CBR.
Sinds 7 april 2025 is er één doorlopend theorie-examen. Bij het gewone examen heb je 30 minuten en moet je minstens 44 van de 50 meetellende vragen goed beantwoorden.
Daarnaast zijn er 2 testvragen die niet meetellen. Je herkent ze niet als testvraag, dus behandel elke vraag serieus. Het oude aparte onderdeel met foto's is verdwenen; gevaar herkennen blijft onderdeel van wat je moet kunnen.
Waar kijk je naar in een animatie?
Je volgt in een filmpje een bestelauto. Naast de weg beweegt ook iemand. Kijk niet alleen naar dat opvallende detail: de afstand tot de bestelauto kan ondertussen kleiner worden.
Een dynamische beeldvraag is een vraag met een kort animatiefilmpje. In het examen kunnen meerdere vragen zo'n filmpje bevatten.
Zo'n filmpje heeft geen geluid. Je wacht dus niet op een claxon of sirene om een verandering serieus te nemen.
Neem steeds de plaats in van de bestuurder van de CBR-auto. Vraag je af wat jij vanuit die auto kunt zien. Het uitzicht van een tegenligger kan anders zijn dan jouw uitzicht.

Het CBR adviseert in zijn Rijprocedure B voor het praktijkexamen om je aandacht te verdelen. Bekijk de situatie vóór, naast en achter je auto en hoe die verandert. Dit zijn praktische rijaanwijzingen, geen aparte wetsregels.
Gebruik bij het oefenen deze vragen om gericht te kijken:
- Afstand: blijft de ruimte tot de ander gelijk of wordt die kleiner?
- Beweging: waarheen rijdt of loopt de ander, en verandert dat?
- Zicht: welk deel van de weg kun je werkelijk overzien?
- Omgeving: laten beeld of vraag bijzondere weg- of weersomstandigheden zien?
Je blijft even hard rijden en de afstand tot je voorligger wordt kleiner. Wat gebeurt er?
Wat mag je aannemen, en wat niet?
Een auto nadert in een examenvraag. Er staat niets over een overtreding en het beeld toont die ook niet. Verzin dan niet dat deze bestuurder veel te hard rijdt.
Volgens het CBR ga je ervan uit dat andere weggebruikers de verkeersregels volgen, bijvoorbeeld de maximumsnelheid. Ook neem je normale weg- en weersomstandigheden aan. Voeg dus geen onzichtbare gladheid toe aan een gewone droge situatie.
Er is een duidelijke uitzondering: beeld of vraag geeft iets anders aan. Zie je mist, dan beoordeel je het beperkte zicht. Staat er dat de weg glad is, dan neem je dat mee, ook als de gladheid moeilijk zichtbaar is.

De uitgangspunten van een examenvraag zijn geen garantie voor verkeer op straat. Een duidelijke fout in het examenbeeld negeer je evenmin.
De weg lijkt droog, maar de examenvraag zegt dat hij glad is. Wat neem je aan?
Hoe voorspel je zonder iets te verzinnen?
Voor de auto vóór jou ligt een voorwerp op de rijbaan. Je ziet nog geen stuurbeweging. Toch kun je al rekening houden met uitwijken door die bestuurder.
Het CBR noemt dit soort ontwikkelingen in de Rijprocedure B. Anticiperen betekent vooruitdenken over wat er kan gebeuren. Dat is iets anders dan beweren dat de ander zeker naar links zal sturen.
Maak het verschil voor jezelf concreet:
- Waarnemen: er ligt een voorwerp vóór de andere auto.
- Voorspellen: de bestuurder kan daarvoor uitwijken.
- Beslissen: ik houd ruimte en pas mijn snelheid tijdig aan.
Neem ook een auto die zojuist langs de kant is gestopt. Volgens de CBR-rijprocedure hoort een mogelijk openslaand portier bij de ontwikkelingen waarop je voorbereid bent. Je hoeft niet te wachten tot de deur openstaat.
Is net een passagier ingestapt? Dan kan de auto gaan wegrijden. Let op wat er verandert. Neem niet zonder aanwijzing aan dat de bestuurder een verkeersregel overtreedt. Ook wie de regels volgt, kan wegrijden.
Het CBR noemt in de Rijprocedure B nog meer veranderingen die je niet mogen verrassen. Is de bestuurder net ingestapt, dan kan de auto gaan wegrijden: let bijvoorbeeld op uitlaatgassen of een brandend achteruitrijlicht. En een voorligger kan remmen als iets de aandacht trekt, zoals zwaailichten of een ongeval.
Kun je stoppen binnen wat je ziet?
Je nadert een bocht waar een hoge heg het verdere zicht wegneemt. Het stuk vóór de bocht is leeg. Toch weet je niet of de weg achter de heg vrij is.
De wettelijke eis is dat je kunt stoppen binnen de afstand waarover je de weg kunt overzien én waarover die vrij is. Je snelheid moet bij die beschikbare ruimte passen.
Ook onder de maximumsnelheid kun je te snel rijden voor dit beperkte zicht. Verlaag dan je snelheid om binnen het zichtbare, vrije stuk te kunnen stoppen.
Voorbeeld: je kunt een recht stuk weg goed overzien, maar verderop staat een auto stil op jouw rijstrook. Je ziet daarachter nog asfalt. Dat maakt de weg tot dat verre punt niet vrij: je moet vóór de stilstaande auto kunnen stoppen.

Bij de bocht beperkt het zicht je ruimte. Bij de stilstaande auto beperkt het obstakel die ruimte. In beide gevallen kies je een snelheid waarmee je binnen de beschikbare afstand kunt stoppen.
Je ziet ver voorbij een stilstaande auto op jouw rijstrook. Welke ruimte telt?
In de les over remweg en stopafstand leer je meer over stoppen. De les over weer, donker en gladheid legt uit hoe je bij slecht weer rijdt.
Welke reactie past bij de ontwikkeling?
Ver voor je komt een file alweer in beweging. Je hebt nog ruim afstand. Volgens de CBR-rijprocedure kun je door tijdig je snelheid aan te passen soms blijven rijden, in plaats van eerst door te rijden en daarna abrupt te stoppen.
Is de vrije afstand juist al klein en moet je stoppen, dan rem je tijdig. Alleen afwachten past daar niet bij. Het gaat om wat nodig is om veilig te blijven, niet om steeds dezelfde reactie kiezen.
Rijd je achter een hoge bestelauto die jouw zicht afschermt? Volgens het CBR is dan meer volgafstand nodig, dus meer ruimte tussen jouw auto en de voorligger. Dichter achter hem gaan rijden is dus het omgekeerde van wat het CBR aanraadt.
Het CBR adviseert om vóór het vertragen of remmen in de binnenspiegel te kijken, en zo nodig ook in de buitenspiegels. Zo betrek je ook achteropkomend verkeer bij je reactie. Over zicht naast de auto lees je verder in dode hoek en zicht.
Stel dat je om een obstakel heen wilt, maar daarmee een ander tot uitwijken dwingt. Alleen een botsing vermijden is onvoldoende: wettelijk mag je ook geen gevaar of hinder veroorzaken of kunnen veroorzaken.
Jouw uitwijkbeweging zou een ander in gevaar brengen, ook zonder botsing. Is dat toegestaan?
Herhaal met de herhaalsprint en pas het kijken, voorspellen en beslissen daarna toe in de quiz.