Verkeerslichten: wat betekenen rood, geel en groen voor jou?
- Geel betekent stoppen. Alleen als je al zo dichtbij bent dat stoppen redelijkerwijs niet meer kan, rijd je door.
- Bij rood stop je vóór de stopstreep. Groen betekent doorgaan.
- Een verlichte pijl geldt alleen voor de aangegeven richting. Kijk ook voor welke rijstrook of weggebruiker het licht bestemd is.
- Geel knipperlicht waarschuwt voor een gevaarlijk punt: wees voorzichtig.
- Verkeerslichten gaan boven tekens die de voorrang regelen. Een aanwijzing van een agent gaat weer boven het verkeerslicht.
Je leert waarom een verbodsbord ook bij groen licht nog steeds voor jou kan gelden.
Vlak voor je wordt het verkeerslicht geel. Remmen of doorgaan? Het gaat erom of je nog redelijkerwijs kunt stoppen. In de Rijprocedure B voor het praktijkexamen noemt het CBR twee dingen die daarbij meetellen: je snelheid en je afstand tot het licht op het moment dat het geel wordt.
Het wordt geel: kun je nog stoppen?
Je nadert een kruispunt. Het licht wordt geel terwijl je nog voldoende ruimte hebt om te stoppen. Dan stop je.
Ben je het licht al zo dicht genaderd dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is? Dan rijd je door.

Voorbeeld: je bent al vlak bij het licht wanneer het geel wordt. Stoppen kan redelijkerwijs niet meer. Dan geldt de uitzondering: je rijdt door.
Het CBR bespreekt in zijn Rijprocedure B voor het praktijkexamen ook het verkeer achter je. Bij geel moet je niet alsnog gevaar veroorzaken door te remmen wanneer je zo dichtbij bent dat je moet doorrijden.
Dit geeft geen algemene toestemming om geel te negeren zodra iemand achter je rijdt.
Het wordt geel. Je kunt nog rustig vóór het licht stoppen. Wat doe je?
Waar wacht je bij rood en wat doe je bij groen?
Je komt aanrijden en jouw licht is rood. Vóór je ligt een witte streep dwars over de rijstrook. Je stopt vóór die stopstreep, niet met je voorwielen erop of je neus eroverheen.
Niet stoppen voor rood bij een driekleurig verkeerslicht kost je als automobilist € 320.
Je staat vooraan en jouw licht wordt groen. De weg voor je is vrij: je rijdt door.
Niet doorgaan bij groen licht kost een automobilist € 190.
Alle bedragen in deze les gelden voor een bestuurder van een auto, exclusief € 9 administratiekosten. Is er bij de overtreding iemand gewond geraakt of is er schade ontstaan, dan geldt dit vaste bedrag niet.
Een militaire colonne is een rij motorvoertuigen van het leger of de rampenbestrijding, onder één commandant en met herkenningstekens. Is zo'n colonne begonnen het licht bij groen te passeren, dan mag ze blijven doorrijden, ook als het licht daarna van kleur verandert.
Meer over de stopstreep en andere wegmarkeringen lees je in de les over strepen en markeringen.
Geldt die groene pijl voor jouw richting?
Je wilt rechtdoor. Naast jouw rode licht brandt een groene pijl naar rechts. Die pijl geldt alleen voor rechtsaf: je mag daarmee niet rechtdoor rijden.

Een verlichte pijl beperkt het licht tot de richting die hij aanwijst, in het gewone licht of in een apart toegevoegd licht. Wil je rechtsaf, dan mag je op de groene pijl doorrijden.
Op een brede weg staan auto's naast je in een andere rijstrook. Hun licht wordt groen, maar jouw licht blijft rood. Een verkeerslicht kan alleen voor één aangeduide rijstrook gelden. Jij blijft dan wachten.
Je wilt rechtdoor en hebt rood. Het aparte licht toont een groene pijl naar rechts. Mag je rechtdoor?
Waarom rijdt de fietser naast je wel door?
Jij wacht voor rood. Op het pad naast je krijgt een fietser een groene fietsafbeelding te zien. Dat fietslicht geeft jou als automobilist geen toestemming om te vertrekken.

Het licht met de verlichte fiets geldt voor:
- fietsers;
- bromfietsers op een fiets-/bromfietspad, een pad voor deze beide groepen;
- bestuurders van een gehandicaptenvoertuig.
Een gehandicaptenvoertuig is speciaal ingericht voor mensen met een handicap. Het is maximaal 1,10 meter breed en geen bromfiets. Het heeft geen motor, of een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van hoogstens 45 km/h.
Soms slaat een fietser rechtsaf terwijl het licht rood blijft. Bij het licht kan het bord ‘Rechtsaf voor (brom)fietsers vrij’ staan.

Rood en geel gelden dan niet voor rechts afslaande fietsers, bromfietsers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig. Zij moeten wel het overige verkeer voor laten gaan. Als automobilist wacht je gewoon voor rood.
Staat er ‘Rechtsaf voor fietsers vrij’, zonder bromfietsers? Dan geldt de uitzondering alleen voor fietsers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig. Lees dus ook voor wie de tekst bedoeld is.
Bus, oversteekplaats, brug: welke lichten gelden voor jou?
Naast je rijdt een lijnbus op een busstrook, een gemarkeerde strook met ‘BUS’ of ‘LIJNBUS’. Zijn licht toont wit, jouw licht rood. Jij blijft staan: het witte licht is niet voor jou.

Bij tram- en buslichten betekent wit of wit knipperlicht doorgaan, alleen in de aangegeven richting. Geel en rood betekenen hetzelfde als bij een gewoon verkeerslicht.
Deze lichten gelden voor trams en lijnbussen die de betrokken richting volgen. Gebruikt een ander voertuig, bijvoorbeeld een autobus die geen lijnbus is, die busstrook of een busbaan (een aparte rijbaan met ‘BUS’ of ‘LIJNBUS’)? Dan geldt het licht ook voor dat voertuig.
Bij een oversteekplaats kun je een tweekleurig licht tegenkomen, met geel en rood. Geel vraagt ook hier om stoppen, met dezelfde uitzondering als je te dichtbij bent. Bij rood stop je.
Een pijl, een fietsafbeelding, het bord ‘Rechtsaf voor (brom)fietsers vrij’ of een licht voor één rijstrook werkt bij een tweekleurig licht net zo als bij een driekleurig licht.
Bij een beweegbare brug hangen bruglichten. Zowel rood als rood knipperlicht betekent stoppen, ook als de brug nog dicht lijkt.
Overweglichten komen aan bod in de les over tram, bus en overweg; de signalen boven rijstroken in de les over matrixborden en spitsstrook.
Wat kun je verwachten van overstekende voetgangers?
Vanuit je auto zie je dat het voetgangerslicht groen knippert. Een voetganger staat nog bij de rand. Die mag beginnen met oversteken: het knipperen kondigt aan dat rood spoedig verschijnt.
Bij gewoon groen mogen voetgangers ook oversteken. Krijgen zij rood, dan mogen zij niet meer beginnen. Wie al oversteekt, moet zo snel mogelijk doorlopen, niet terug naar de rand.
Bij een andere oversteek is het rode voetgangerslicht vervangen door geel knipperlicht. Voetgangers mogen dan oversteken, maar moeten het overige verkeer voor laten gaan.
Het CBR benadrukt in de Rijprocedure B dat je ook daar rekening houdt met overstekende voetgangers. Reken er achter het stuur niet op dat iedereen blijft wachten.
Het licht knippert of werkt niet: waarop let je?
Je nadert een kruispunt met geel knipperlicht. Dit betekent gevaarlijk punt, voorzichtigheid geboden. Het is dus iets anders dan een vast geel licht dat je laat stoppen, tenzij je te dichtbij bent. Het licht regelt de voorrang niet: let dus ook op borden, haaientanden en ander verkeer.

Het CBR adviseert om vóór het oprijden van een kruispunt opnieuw te kijken waar verkeer kan naderen.
Op een ander kruispunt zijn de lichten uitgevallen. Een herkenbare agent regelt er het verkeer en laat jou doorrijden. Je volgt zijn aanwijzing; je wacht niet tot het licht weer werkt.
Werkt het licht wel, maar geeft die agent een andere opdracht? Ook dan gaat de aanwijzing voor. Welke aanwijzingen een agent kan geven, leer je in de les over aanwijzingen van politie.
Jouw licht is groen, maar de agent geeft jou een stopteken. Wat doe je?
Het verkeerslicht gaat boven tekens die de voorrang regelen. Daar horen ook haaientanden bij: voorrangsdriehoeken op het wegdek. Een verbodsbord of gebodsbord blijft ook bij groen gelden.
Vraag je bij elk licht eerst af voor wie het geldt en lees dan de kleur. Herhaal dat in de sprint en test jezelf in de quiz.