Strepen en markeringen: wat mag je en wat moet je?
- Een doorgetrokken streep tussen rijstroken mag je in principe niet overschrijden. Een onderbroken streep aan jouw kant kan dat veranderen.
- Schuine strepen en puntstukken mag je niet gebruiken, ook niet even.
- Volg de pijlen van je voorsorteerstrook op het kruispunt. Ook op een uitrijstrook leggen pijlen je richting vast.
- Moet je stoppen, stop dan vóór de stopstreep. Bij haaientanden verleen je voorrang aan bestuurders op de kruisende weg.
- Langs geel doorgetrokken mag je niet stilstaan; langs geel onderbroken mag je niet parkeren.
Bij wegwerkzaamheden zie je witte en tijdelijke lijnen die verschillende kanten op gaan; welke volg je?
Je wilt naar links, maar naast je auto begint een doorgetrokken streep. Mag je oversteken? Kijk waar de streep ligt.
Mag je naar de andere kant van de streep?
Je rijdt achter een langzame auto. Een doorgetrokken streep, zonder onderbrekingen, scheidt jouw kant van de tegenliggers. Je mag die streep niet overschrijden, ook niet als er niemand tegemoetkomt.
Bij verkeer in beide richtingen mag je je bovendien niet links van die streep bevinden. Ook zonder de lijn te raken kun je dus verkeerd rijden.
Rijden de auto's naast je dezelfde kant op? Ook dan mag je een doorgetrokken streep tussen de rijstroken niet overschrijden. Voor een auto kost overschrijden € 190 bij één rijrichting en € 320 bij beide rijrichtingen.

Even verder ligt naast de doorgetrokken lijn ook een onderbroken lijn. Nu kijk je welke lijn aan jouw kant ligt. Ligt de onderbroken lijn aan de kant vanwaar jij oversteekt, dan geldt het overschrijdingsverbod hier niet.

Een onderbroken streep mag je wel overschrijden, bijvoorbeeld om van rijstrook te wisselen. Dat geeft je geen voorrang: je laat het overige verkeer voorgaan. Hoe je veilig inhaalt, leer je in de les over inhalen.
Je wilt oversteken over twee lijnen. De doorgetrokken lijn ligt aan jouw kant. Mag dat hier?
Waar geldt het verbod op een doorgetrokken streep niet?
Je ziet rechts een witte lijn langs de rand van de verharde rijbaan. Het overschrijdingsverbod geldt niet voor een lijn langs die rand.

Daarmee is de ruimte ernaast nog geen vrije rijstrook. Voor de doorgetrokken streep tussen de rijbaan en de vluchtstrook, de strook voor noodgevallen, geldt een eigen uitzondering: je mag die streep overschrijden om de vluchtstrook te bereiken of te verlaten. Heb je op de snelweg pech waardoor je niet verder kunt, dan is dat zo'n noodgeval en mag je erheen.
Die uitzondering geldt ook als je een naastgelegen vluchthaven (een plek voor noodgevallen) of spitsstrook wilt bereiken of verlaten. Een spitsstrook is een vluchtstrook die als rijstrook is aangewezen.

De voorwaarden voor openstelling lees je in de les over matrixborden en spitsstrook. Ligt naast jouw rijstrook een fietsstrook (je herkent die aan fietssymbolen op de rijbaan) met een doorgetrokken lijn ertussen? Dan mag alleen wie de fietsstrook mag gebruiken die lijn overschrijden.

Je rijstrook houdt op: waar blijf je vandaan?
Verderop eindigt je rijstrook. Op het wegdek staan verdrijfpijlen: pijlen die vóór het einde van een strook aangeven dat je die moet verlaten. Het bord Einde rijstrook kan dit ook aankondigen.

Zoek op tijd ruimte in de strook die doorloopt. Het vlak met schuine strepen heet een verdrijvingsvlak; je mag er niet over rijden, ook niet even.
Met een auto een verdrijvingsvlak gebruiken kost € 320.

Bij een afrit merk je te laat dat je rechts had willen rijden. Tussen de doorgaande weg en de afrit ligt een puntstuk: een meerhoekig vlak bij een splitsing of samenvoeging. Ook dat mag je niet gebruiken om alsnog af te slaan.

Volg je een spitsstrook langs een splitsing of samenvoeging? Dan geldt een uitzondering op dit verbod. Die geldt ook voor bestuurders die daar rechtmatig een busbaan of busstrook volgen, dus die er mogen rijden.
Kun je nog een andere richting kiezen?
Je nadert een kruispunt in een strook met een linkerpijl. Deze voorsorteerstrook dient om vooraf je richting te kiezen. Op het kruispunt moet je de aangegeven richting volgen.
De richting van de voorsorteerstrook niet volgen kost met een auto € 320.

Een andere strook kiezen oefen je in de les over voorsorteren en van rijstrook wisselen.
Op de snelweg zie je naast je een rij witte, rechthoekige blokken. Deze blokmarkering scheidt een invoegstrook of uitrijstrook van de doorgaande rijbaan: de rijbaan zonder die stroken.

Via een invoegstrook rijd je de doorgaande rijbaan op; via een uitrijstrook verlaat je die. Neem je de uitrijstrook, dan volg je ter hoogte van de pijlen de aangegeven richting. Daar stuur je dus niet alsnog terug.
Je rijdt op de uitrijstrook ter hoogte van de pijlen, maar wilt de afrit toch niet nemen. Wat doe je?
Waar stop je en wie laat je doorrijden?
Je nadert rood licht. Een witte stopstreep ligt dwars voor jouw auto. Je stopt vóór die streep, met de hele auto ervoor.
Niet vóór de stopstreep stoppen wanneer dat verplicht is, kost met een auto € 130.

Je komt een zijweg uit bij een van deze twee borden. Het rechterbord is het stopbord.

Bij het stopbord hoort een stopstreep. Bij haaientanden, de witte voorrangsdriehoeken, laat je bestuurders op de kruisende weg ongehinderd doorrijden. Een naderende fietser telt ook: bestuurders zijn alle weggebruikers behalve voetgangers.
Geen voorrang verlenen bij haaientanden kost met een auto € 320.
Alle bedragen in deze les gelden voor een bestuurder van een auto, exclusief € 9 administratiekosten. Is er bij de overtreding iemand gewond geraakt of is er schade ontstaan, dan geldt dit vaste bedrag niet.

Oefen verder met de les over voorrangsweg en haaientanden en de les over verkeerslichten.
Mag je hier iemand afzetten of blijven wachten?
Je passagier wil uitstappen naast een gele doorgetrokken streep aan de rand. Daar mag je niet stilstaan, dus ook niet om iemand te laten uitstappen. Zoek een plek waar stoppen wel mag.

Verderop is de gele streep onderbroken. Daar mag je niet parkeren. Onmiddellijk iemand laten uitstappen is geen parkeren; blijven wachten op iemand die nog moet komen wel.

De overige verboden plekken vind je in de les over stilstaan en parkeren.
Mag je met je auto op een strook met BUS rijden?
Naast je staat een file, maar de strook met BUS is leeg. Je mag daar met je gewone auto niet rijden: deze busstrook is alleen voor lijnbussen, autobussen en trams.

Een busstrook is een gemarkeerd gedeelte van de rijbaan; een busbaan is een aparte rijbaan. Staat er LIJNBUS, dan zijn alleen lijnbussen en trams toegestaan, geen andere autobussen.

Welke markering volg je bij werkzaamheden?
Je nadert werkzaamheden. De tijdelijke lijnen sturen je een andere kant op dan de oude witte lijnen. Zijn die markeringen niet met elkaar te verenigen, dan volg je de tijdelijke markering.

Markeringen zijn in principe wit, tenzij voor een bepaalde markering iets anders geldt. Tijdelijke markeringen hebben altijd een andere kleur dan wit. Niet elke gekleurde streep is tijdelijk: een gele streep langs de kant verbiedt stilstaan of parkeren.
Een geschilderd getal, bijvoorbeeld 50, herinnert je alleen aan de maximumsnelheid die daar geldt. Het is zelf geen verbod.
Mag je erover, mag je erop of moet je stoppen? Dat vraag je je bij elke markering af. Herhaal het in de sprint en doe de quiz.
De verkeersborden van deze lesJe geheugensteun: de vorm en de betekenis, vóór de quiz3

Verkeersborden volgens het Nederlandse Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Elk bord wordt uitgelegd in de bijbehorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.