Naar de inhoud
Hulpmiddelen
Gratis

Complete cursus · 100% gratis

De theoriecursus

  • 54 lessen
  • 15 hoofdstukken
  • 7 uur 29 in totaal
  • quizzen met uitleg
Begin met les 1

Rechts houden: waar op de weg mag jij rijden? · 10 min

Wanneer is je theorie-examen?

Banden, remmen en stuur: welke gebreken moet je kunnen herkennen?

8 min leestijdHoofdstuk: Je auto kennenGratis, zonder accountBijgewerkt in oktober 2026okt. 2026
Het belangrijkste in 30 seconden
  • Met een auto die technisch niet in orde is, mag je niet rijden. De eigenaar mag je er ook niet mee laten rijden.
  • De hoofdgroeven, de brede groeven in het middelste deel van je band, moeten rondom minstens 1,6 mm diep zijn.
  • Gebruik de bandenspanning van de voertuigfabrikant. Er is geen vaste waarde voor alle auto's.
  • Een bult op een band, een lekkend remonderdeel of een stuur dat hapert vraagt om herstel vóór vertrek.
  • Ook de vering, schokdempers en uitlaat moeten in orde zijn. De parkeerrem moet op minstens twee wielen werken.

Moeten de banden op dezelfde as altijd dezelfde maat hebben?

Je wilt wegrijden, maar ziet een bult op een band. De motor start gewoon. Toch mag je met deze band niet de weg op: kunnen rijden is iets anders dan technisch in orde zijn.

Mag je met een gebrek toch een kort stukje rijden?

Je leent een auto en hoort vlak voor vertrek dat een remonderdeel lekt. De eigenaar zegt dat de rit kort is. Je laat de auto staan: een voertuig moet deugdelijk zijn, dus technisch in orde en voldoende onderhouden.

Dat verbod geldt voor jou als bestuurder én voor de eigenaar of houder die ermee laat rijden. Een houder is niet de eigenaar, maar heeft de auto wel voor langere tijd in gebruik, bijvoorbeeld door huurkoop. Toestemming van de eigenaar maakt het gebrek niet aanvaardbaar.

Laat het gebrek herstellen voordat je vertrekt. Je hoeft voor deze les geen monteur te worden. Je moet veelvoorkomende gebreken kunnen herkennen en begrijpen waarom je daarmee niet gaat rijden.

Op het examen. Lees bij een geleende auto wie er handelt. Gaat het om zelf rijden of om iemand anders met de auto laten rijden? Bij een ondeugdelijke auto kunnen zowel bestuurder als eigenaar of houder het verbod overtreden.

De papieren en de periodieke keuring staan in Kenteken, verzekering en APK. Hier beoordeel je de technische toestand van de auto waarmee je wilt vertrekken.

Hoe controleer je het bandenprofiel?

Voor vertrek bekijk je een band die op één plek verder versleten lijkt. Het loopvlak is het middelste deel van de band: 50 mm smaller dan de breedte in de maataanduiding. De hoofdgroeven zijn de brede groeven in ongeveer de middelste 75% van dat loopvlak. In die hoofdgroeven moet de profieldiepte over de hele omtrek minstens 1,6 mm zijn.

Je beoordeelt dus niet alleen het stuk bovenaan dat je meteen ziet. Bij twijfel laat je de diepte met een profieldieptemeter meten. Dat is een meetinstrument voor de diepte van de groeven.

Een wiel van een stilstaande personenauto vóór de profielcontrole.
Je staat bij de band voordat je de groeven controleert.

Voorbeeld: een band haalt op de meeste plekken de minimumdiepte, maar in een hoofdgroef op één plek niet. Dan voldoet die band niet. Het gemiddelde van goede en slechte plekken telt niet.

Let op. Slijtage-indicatoren tellen niet mee bij de eis aan de groefdiepte. Je beoordeelt dus de groef zelf, niet de slijtage-indicator.
Geheugensteun. Beoordeel bij profiel twee dingen: de juiste groeven en de volledige omtrek. Eén diepe groef of één goed stuk bewijst niet dat de hele band voldoet.

Voor vertrek blijkt één plek in een hoofdgroef minder dan 1,6 mm diep. De rest voldoet. Mag je met die band rijden?

Is genoeg profiel altijd genoeg?

Je controleert dezelfde band verder en ziet een scheur met vezels erin. Een beschadiging waardoor je het karkas van de band ziet, is niet toegestaan.

Zie je juist een plaatselijke bult? Zo'n uitstulping mag ook niet. Dat zijn afzonderlijke eisen: voldoende profieldiepte maakt een beschadiging of bult niet goed.

Deze band heeft een uitstulping.
Deze band heeft een uitstulping.
Door deze beschadiging is het karkas zichtbaar.
Door deze beschadiging is het karkas zichtbaar.

Iemand biedt aan de versleten groeven dieper te snijden. Dat heet naprofileren en mag in beginsel niet. De uitzondering geldt onder deze voorwaarden:

  • De band is daarvoor gemarkeerd met 'regroovable' of met het daarvoor bepaalde teken.
  • Het karkas mag niet zichtbaar worden.

Heeft een band een aangegeven draairichting, dan moet die kloppen met de draairichting van het wiel als je vooruit rijdt. Het loopvlak mag ook geen metalen delen hebben die tijdens het rijden naar buiten kunnen steken.

Klassieke valkuil. Op de band staat regroovable, maar door een beschadiging zie je het karkas. Mag je ermee rijden? Nee. De markering maakt die beschadiging niet toegestaan.

Welke spanning en bandenmaat horen bij jouw auto?

Je staat bij een luchtpomp. Een vriend noemt de spanning die hij voor zijn eigen auto gebruikt. Neem die waarde niet zomaar over: jouw banden moeten de voorgeschreven bandenspanning hebben voor jouw voertuig.

Bandenspanning is de druk van de lucht in de band; een personenauto heeft luchtbanden. Zoek de bandenspanningstabel in of op de auto en volg de waarde die de voertuigfabrikant voorschrijft.

Voorbeeld: voor jouw auto staat voor deze rit 2,3 bar voor en 2,5 bar achter voorgeschreven. Dan volg je die waarden per as. Dit zijn voorbeeldwaarden, geen vaste waarden voor alle auto's.

Een personenauto staat bij een luchtpomp; de slang hangt nog aan de pomp.
De auto staat bij de luchtpomp; je moet de juiste spanning nog opzoeken.

Heeft de fabrikant geen spanning voorgeschreven? Dan moeten de banden op één as dezelfde spanning hebben. Daarmee bedoelen we de twee voorbanden samen of de twee achterbanden samen.

Je hebt een band laten vervangen en wilt vertrekken. Vergelijk de maataanduiding van de nieuwe band met die van de andere band op dezelfde as. Die moet gelijk zijn, behalve bij gebruik van een nood- of reservewiel.

Die uitzondering geldt alleen voor de maat. De andere eisen aan je banden blijven ook voor een nood- of reservewiel gelden.

Je wilt de banden oppompen. Je vriend rijdt een andere auto. Welke waarde gebruik je?

Na het starten meldt het bandenspanningscontrolesysteem, het systeem dat de bandenspanning bewaakt, een eigen storing. Bij auto's in gebruik genomen na 31 december 2017 mag de waarschuwing geen defect aangeven. Laat die storing verhelpen.

Op het examen. Onderscheid een verkeerde bandenspanning van een defect controlesysteem. Een vraag over een systeemstoring beantwoord je niet met alleen het oppompen van de banden. Lees ook wanneer de auto in gebruik is genomen.

Welke gebreken aan de remmen mag je niet negeren?

Je wilt na onderhoud wegrijden. Er blijkt nog een remonderdeel los te zitten. Vertrek niet: de onderdelen moeten goed vastzitten. Ook beschadigingen, scheuren en breuken, ernstige corrosie en lekkage zijn niet toegestaan.

Kijk ook naar de remschijven. Zijn ze zo versleten dat ze kunnen breken, dan voldoen ze niet.

Controleer ook de remslangen. Ze mogen niet in ernstige mate zijn misvormd en niet langs andere onderdelen van de auto schuren. Door een beschadiging mag je de versterking in de slang niet zien.

Je trapt vóór het wegrijden het rempedaal stevig in en het komt op de aanslag: verder kan het niet. Bij hydraulische remmen mag een aanslag de pedaalslag niet beperken. De pedaalslag is de afstand die het pedaal aflegt.

Ook het oppervlak van het rempedaal moet stroef zijn, dus niet glad.

Laat dit onderzoeken voordat je rijdt. Je gaat niet op straat proberen of harder trappen toch genoeg remwerking oplevert.

Blijkt bij controle dat de rembekrachtiger niet goed werkt? Dan voldoet je auto niet. De rembekrachtiger en de remkrachtregelaar moeten allebei goed functioneren.

Het stuur en de pedalen van een stilstaande auto, vóór het controleren van de rembediening.
Je zit in de stilstaande auto voordat je de rembediening controleert.

Je parkeert en gebruikt de parkeerrem, de rem die de geparkeerde auto op zijn plek houdt. Die moet op minstens twee wielen werken.

Bij controle blijkt je parkeerrem slechts één wiel te remmen. Voldoet dat?

De afstand die je tijdens het remmen aflegt, leer je in Remweg en stopafstand.

Wat controleer je aan de besturing?

Je wilt uit een parkeervak rijden en draait aan het stuur. De bestuurde wielen, de wielen waarmee je richting kiest, moeten goed op die draaiing reageren. Gebeurt dat niet, laat de stuurinrichting controleren.

Voel je tijdens het draaien een hapering vóór de uiterste stuurstand? Tot aan de aanslagen, de uiterste standen, mogen geen weerstanden voelbaar zijn. De wielen en banden moeten vrij kunnen draaien.

Blijkt bij controle een stuuronderdeel gescheurd of vervormd, dan voldoet het niet. De onderdelen moeten goed vastzitten en mogen ook geen breuken of ernstige corrosie vertonen.

Ook de stofhoezen van het stuurhuis en de stuurkogels moeten goed vastzitten. Ze mogen niet zo beschadigd zijn dat ze niet meer afdichten.

Heeft je auto stuurbekrachtiging, dan moet die goed werken. De slangen ervan mogen niet zo beschadigd zijn dat je de versterking ziet en ze mogen geen bewegende delen raken. De onderdelen mogen niet ernstig lekken.

Geheugensteun. Vertel bij een stuurprobleem wat je merkt: de wielen reageren niet goed of het stuur hapert. Je hoeft niet zelf te bepalen welk onderdeel kapot is om controle nodig te vinden.

Waarom horen vering en schokdempers erbij?

Voor je rit meldt de garage een gebroken veer. Ook met goede banden kun je dan niet vertrekken. Het veersysteem, de onderdelen waarmee de auto inveert, moet goed werken en mag geen breuken of scheuren hebben.

Ook de schokdempers moeten goed werken en goed vastzitten. Een losse schokdemper is dus geen gebrek dat je kunt negeren omdat de banden nog goed zijn.

Mag je met een lekkende of losse uitlaat rijden?

Je wilt vertrekken met een benzineauto, maar de uitlaat hangt los. Het uitlaatsysteem voert de uitlaatgassen af. Bij een auto met verbrandingsmotor, een motor die brandstof verbrandt, moet het goed vastzitten.

Blijkt de uitlaat lek, dan moet dat worden hersteld. Het systeem moet over zijn hele lengte gasdicht zijn. De uitzondering zijn afwateringsgaatjes: openingen die bedoeld zijn om water af te voeren.

Verlichting, spiegels en waarschuwingslampjes behandel je verder in Verlichting, spiegels en dashboard.

Gebruik de herhaalsprint en maak daarna de quiz: beoordeel telkens of je met deze auto mag vertrekken.

Bronnen en methode
  • Regeling voertuigen, artikelen 1.1, 5.1.1, 5.2.27, 5.2.31, 5.2.39, 5.2.29, 5.2.28 en 5.2.11; versie 1 juli 2026, lokale kopie van 21 oktober 2026.
  • Regeling eisen theorie-examen rijbewijscategorie B, artikel 3, onderdeel b; versie 1 april 2026, lokale kopie van 21 oktober 2026.
  • Wegenverkeerswet 1994, artikel 1, eerste lid, onderdeel p; versie 1 september 2026, lokale kopie van 21 oktober 2026.

Auteur: Wenceslas Dasnois, oprichter van Theorie Rijbewijs. Les geschreven en gecontroleerd volgens onze redactionele principes en onze werkwijze.

Beeldverantwoording. Illustraties en schema’s: Theorie Rijbewijs.