Alcohol, drugs en medicijnen achter het stuur: wat mag je nog?
- Kun je door een middel niet behoorlijk rijden, dan mag je niet rijden.
- De gewone alcoholgrens is 220 microgram per liter adem of 0,5 milligram per milliliter bloed.
- Voor een beginnend bestuurder geldt 88 microgram per liter adem of 0,2 milligram per milliliter bloed.
- Een recept maakt rijden onder invloed niet toegestaan. Voor combinaties met drugs gelden strengere grenzen.
- Ook laten rijden en begeleiden vallen onder regels. Een bevel tot ademonderzoek of bloedonderzoek moet je opvolgen; voor ademonderzoek kan een bijzondere medische uitzondering gelden.
Hoe bepaalt je eerdere bromfietsrijbewijs hoelang de lagere alcoholgrens voor jou geldt?
Na een avond bij vrienden zit je achter het stuur. Je voelt je goed, maar mag je vertrekken?
Waarom zegt je gevoel niet genoeg?
Voor je remt een auto. Je moet de remlichten opmerken, inschatten hoe snel de afstand kleiner wordt en reageren. Dat zijn je waarnemingsvermogen, beoordelingsvermogen en reactievermogen. Alcohol, drugs en medicijnen kunnen die vermogens en je gedrag veranderen. Goed kunnen sturen is dus niet genoeg.
De wet verbiedt rijden als je door een stof niet behoorlijk kunt besturen en je weet, of redelijkerwijs moet weten, dat die stof je rijvaardigheid kan verminderen. Je rijvaardigheid is je vermogen om goed te rijden.
Welke alcoholgrens vergelijk je met de uitslag?
De politie onderzoekt je adem. Vergelijk de uitslag met de ademgrens, niet met het kleinere getal voor bloed.
Het alcoholgehalte zegt hoeveel alcohol in je adem of bloed zit. Let daarom op de eenheid bij de uitslag.
| Bestuurder van de auto | Adem: microgram per liter | Bloed: milligram per milliliter |
|---|---|---|
| Gewone alcoholgrens | 220 | 0,5 |
| Lagere beginnersgrens | 88 | 0,2 |
Is de uitslag hoger dan de toepasselijke grens, dan is rijden verboden. Je hoeft niet eerst zowel een ademgrens als een bloedgrens te overschrijden: het zijn verschillende onderzoeken.
Voorbeeld: bij jou geldt de gewone grens. Een ademuitslag van 230 microgram per liter ligt boven 220. Dat je onderweg geen fout hebt gemerkt, maakt die overschrijding niet toegestaan.
Voor jou geldt de gewone grens. Je ademuitslag is 230 microgram per liter. Wat betekent dat?
Hoe lang geldt de lagere grens voor jou?
Je hebt pas je autorijbewijs, maar eerder al een bromfietsrijbewijs gehaald. Kijk dan niet alleen naar de datum van je autorijbewijs. Het soort eerste rijbewijs en je leeftijd bij afgifte tellen mee.
De lagere alcoholgrens geldt zodra een van deze situaties op jou van toepassing is:
- Je kreeg je eerste rijbewijs op je achttiende of later, en sindsdien zijn nog geen vijf jaar verstreken.
- Je kreeg je eerste autorijbewijs vóór je achttiende, en sindsdien zijn nog geen vijf jaar verstreken. Een eerder bromfiets- of trekkerrijbewijs verandert deze voorwaarde niet.
- Je kreeg je eerste bromfiets- of trekkerrijbewijs vóór je achttiende, en sindsdien zijn nog geen zeven jaar verstreken. Dat zijn de categorieën AM en T.
Voorbeeld: je kreeg op je zestiende je bromfietsrijbewijs en op je achttiende je autorijbewijs. Op je tweeëntwintigste zijn sinds dat eerste bromfietsrijbewijs nog geen zeven jaar verstreken. Bij autorijden geldt dus nog de lagere alcoholgrens.
Controleer de voorwaarden afzonderlijk: één toepasselijke voorwaarde is genoeg.
Ook een buitenlands rijbewijs telt mee voor deze periodes. Een rijbewijs A1 uit een ander land van de Europese Unie, van de Europese Economische Ruimte of uit Zwitserland dat je voor je achttiende kreeg, geldt daarbij als een bromfiets- of trekkerrijbewijs.
Ook als je nooit een rijbewijs hebt gekregen en toch een auto bestuurt, geldt de lagere alcoholgrens. Zonder rijbewijs rijden levert dus geen ruimere alcoholgrens op.
De lagere grens geldt alleen als je een motorrijtuig bestuurt waarvoor je een rijbewijs nodig hebt, zoals een auto. Fiets je, dan geldt ook voor een beginnend bestuurder de gewone grens.
Je kreeg je eerste rijbewijs op je achttiende. Vier jaar later rijd je auto. Welke ademgrens geldt?
Wat verandert er bij drugs en combinaties?
Je wilt na cannabisgebruik naar huis rijden. Naast de algemene regel over je rijvaardigheid bestaan voor bepaalde drugs wettelijke bloedgrenzen. Voor deze stoffen staat in de wet hoeveel er in je bloed mag zitten.
Daaronder vallen bijvoorbeeld cannabis, cocaïne, amfetamine, MDMA en GHB. Komt de gemeten hoeveelheid boven de bijbehorende grens, dan mag je niet rijden, ook als je zelf vindt dat het goed gaat.
Heb je naast zo'n drug ook alcohol of een andere stof die je rijvaardigheid kan verminderen gebruikt? Dan gelden strengere grenzen voor de combinatie.
Een voorbeeld, alleen om het verschil te begrijpen: bij alleen cannabis is de grens 3,0 microgram THC per liter bloed. Bij cannabis samen met alcohol is dat 1,0. Voor alcohol geldt in die combinatie 0,2 milligram per milliliter bloed of 88 microgram per liter adem.
Je hoeft deze drugscijfers hier niet uit het hoofd te leren. Onthoud dat je bij een combinatie andere grenzen gebruikt.
Mag je rijden met medicijnen op recept?
Je zit klaar om te vertrekken en merkt dat je door je medicijn niet goed reageert. Het middel is voorgeschreven. Toch maakt een recept het rijden in die toestand niet toegestaan.

De algemene regel gaat over elke stof die je rijvaardigheid kan verminderen, dus ook een geneesmiddel. Weet je, of moet je redelijkerwijs weten, dat het middel je rijvaardigheid kan verminderen, en kun je daardoor niet behoorlijk rijden? Dan vertrek je niet als bestuurder.
Niet ieder medicijn levert automatisch een rijverbod op. Voor de algemene regel is de vraag wat het middel met jouw rijvaardigheid doet.
Bevat het middel een stof waarvoor de wet een bloedgrens vastlegt, dan geldt ook die grens: op die lijst staat bijvoorbeeld morfine. Ligt de gemeten hoeveelheid erboven, dan mag je niet rijden, ook als je je goed voelt. Een recept bewijst niet dat je goed kunt rijden, maar alleen het woord medicijn bewijst evenmin het tegendeel.
Je weet dat je door een voorgeschreven middel niet behoorlijk kunt rijden. Mag je toch naar huis rijden?
Kun je iemand anders laten rijden?
Je wilt je autosleutel aan een vriend geven. Weet je, of moet je redelijkerwijs weten, dat hij te veel heeft gedronken of door een middel niet behoorlijk kan rijden? Dan mag je hem de auto niet laten besturen. Ook niet als jij ernaast zit.
Zit je naast een jonge bestuurder als begeleider bij begeleid rijden? Ook dan mag je niet onder de verboden invloed verkeren. De regels voor adem- en bloedonderzoek gelden eveneens voor jou als begeleider.
Zit je als begeleider naast een bestuurder? Voor jou geldt de gewone grens: 220 microgram per liter adem of 0,5 milligram per milliliter bloed. De lagere grens geldt alleen voor de bestuurder.
De voorwaarden staan in de les rijbewijs B en begeleid rijden.
Wat moet je doen bij een politieonderzoek?
De politie verdenkt je van rijden onder invloed en beveelt een ademonderzoek: een meting met een daarvoor bestemd apparaat. Je moet blazen en de aanwijzingen voor het onderzoek volgen.
Weiger je als automobilist dit verplichte onderzoek, dan vordert de politie je rijbewijs: je moet het afgeven.

Zijn er aannemelijke bijzondere medische redenen waarom meewerken aan het ademonderzoek onwenselijk is? Dan geldt daarvoor een uitzondering. Dat betekent niet dat ieder onderzoek vervalt.
Bij zo'n medische reden, een niet voltooid ademonderzoek of een verdenking van drugsgebruik kan om toestemming voor bloedonderzoek worden gevraagd. Weiger je toestemming, dan kan een bevoegde ambtenaar dat onderzoek bevelen.
Na dat bevel moet je meewerken; een arts of verpleegkundige neemt het bloed af. Ook weigering van dit verplichte bloedonderzoek leidt voor een automobilist tot invordering van het rijbewijs.
Let op: de grens voor rijden onder invloed is niet dezelfde als de grens voor het innemen van je rijbewijs. Voor een beginnend bestuurder is rijden bij 100 microgram alcohol per liter adem al verboden: 100 is hoger dan 88. Je hoeft dus niet eerst boven 350 uit te komen om de alcoholregel te overtreden.
Bij meer dan 570 microgram alcohol per liter adem of 1,3 milligram per milliliter bloed vordert de politie je rijbewijs. Voor beginnende bestuurders is dat bij meer dan 350 microgram per liter adem of 0,8 milligram per milliliter bloed.
Een ademuitslag van 400 microgram per liter ligt dus boven de beginnersgrens voor invordering.
Ontbreekt een onderzoek, dan kan een ernstig vermoeden van zo'n overschrijding ook deze invordering verplicht maken. De verdere gevolgen leer je in boetes en rijontzegging.
Herhaal de alcoholgrenzen en het verschil tussen toestemming en een bevel. Maak daarna de quiz.