Naar de inhoud
Gratis

Complete cursus · 100% gratis

De theoriecursus

  • 54 lessen
  • 15 hoofdstukken
  • 7 uur 29 in totaal
  • quizzen met uitleg
Begin met les 1Oefenexamens

Rechts houden: waar op de weg mag jij rijden? · 10 min

Wanneer is je theorie-examen?

Praktijkexamen auto

Rijklaar maken en controles: de eerste minuten van je rijexamen

Voordat je gaat rijden, maak je de auto passend voor jezelf: je stelt de stoel, het stuur en de spiegels af en doet je gordel om. Theorie Rijbewijs is geen website van het CBR.

Laatst bijgewerkt op .

Wat vraagt het CBR?

  • Je kunt ontspannen zitten en bedienen zonder steeds je lichaam te verplaatsen.
  • Je stelt de spiegels vóór vertrek af en draagt de gordel aansluitend op je lichaam.
  • Bij het uitstappen zijn kijken en anderen laten voorgaan essentieel.
  • Bij de voertuigcontroles gaat het om basiskennis en begrijpen waarom je iets controleert.

Deze les legt de handelingen uit volgens de Rijprocedure B van het CBR (versie 1 januari 2024). Lees de officiële Rijprocedure B.

Oefen dit met je rijinstructeur in de lesauto; deze tekst vervangt die begeleiding niet.

Instappen: kijk al voordat je de deur opent

Let bij het instappen op naderend verkeer en houd de deur zo kort mogelijk open.

  1. Bekijk eerst de ruimte achter de auto: ligt of staat daar iets dat achteruitrijden zou belemmeren?
  2. Loop daarna langs de voorkant, waar je ook obstakels vóór de auto kunt zien.
  3. Controleer vóór je de rijbaan op stapt of je het aankomende verkeer niet hindert.
  4. Open de deur extra voorzichtig als er een andere auto naast je staat.

Stoel, hoofdsteun en stuur: kun je overal bij?

Je moet de auto kunnen bedienen vanuit een ontspannen zithouding.

Verander de stand van stoel of stuur niet tijdens het rijden.

  1. Stel de stoel zo in dat een groot deel van je bovenbenen steun krijgt van de zitting.
  2. Houd je rug tegen de leuning en controleer of je met twee handen de bovenkant van het stuur nog goed kunt pakken.
  3. Trap bij een schakelauto de koppeling helemaal in: je linkerbeen blijft daarbij iets gebogen.
  4. Ook in een automaat hoort je linkerbeen een lichte buiging te houden.
  5. Controleer je uitzicht en zet de bovenrand van de hoofdsteun even hoog als de bovenkant van je hoofd.

Kan de hoofdsteun kantelen, beperk dan de afstand tot je hoofd zo veel mogelijk.

Pak het stuur aan de buitenzijde vast, ongeveer op kwart voor drie, met ontspannen handen en iets gebogen armen.

Laat je linkerarm niet op de deur steunen, want dat beperkt je beweging bij het sturen.

Spiegels en gordel: klaar voordat je rijdt

Vanaf de achterbank: de bestuurder links stelt de binnenspiegel af, met de andere hand aan het stuur.
Stel je spiegels af voordat je wegrijdt.

Stel je spiegels vóór het rijden af op een zo goed mogelijk uitzicht.

Raak bij het verstellen het spiegelglas zo weinig mogelijk aan.

Draag de gordel strak tegen je lichaam, vooral bij je heupen.

Motor starten: werk de controles rustig af

Begin met de parkeerrem ingeschakeld en volg voor het starten de bediening van jouw auto.

  1. Zet de versnellingspook in neutraal; bij een automaat kies je de parkeerstand.
  2. Laat elektrische verbruikers voorlopig uit.
  3. Druk bij een schakelauto het koppelingspedaal volledig in; houd bij een automaat het rempedaal ingedrukt.
  4. Schakel het contact in zonder meteen te starten en doe de lamptest: branden de lampjes die bij deze test horen?
  5. Start volgens het bedieningsvoorschrift en bekijk daarna de meters en lampjes op het dashboard.
  6. Druk het rempedaal in om de remdruk te controleren.

Laat bij draaiende motor de koppeling rustig omhoogkomen, behalve als je aansluitend een versnelling kiest en wegrijdt.

Vóór de start controleer je ook de gordels van passagiers en of de deuren dicht zijn.

Controleer daarnaast of er geen losse spullen op de hoedenplank liggen en, indien van toepassing, of de auto van de laadpaal los is.

Welke voorbereidings- en controlehandelingen moet je kennen?

Het gaat om een korte controle binnen en buiten en basiskennis van de auto.

Je moet weten waar belangrijke onderdelen zitten, waarvoor ze dienen en waarom je controles doet.

Wat telt mee in de beoordeling?

Voorbereidings- en controlehandelingen tellen alleen aanvullend mee en bepalen nooit zelfstandig de uitslag.

Daarom stelt de examinator hierover geen ingewikkelde of diepgaande vragen.

Aanvullend betekent niet onbelangrijk

Rijden met een verkeerd ingestelde stoel of spiegel kan wel worden beoordeeld als onjuist basisgedrag.

Wie structureel afwijkend basisgedrag laat zien, kan volgens de Rijprocedure niet slagen.

Ook bij uitstappen zijn kijken en verkeer laten voorgaan essentieel voor de beoordeling.

Fouten om bij het oefenen op te letten

Praktische oefentip: gebruik deze situaties om je eigen uitvoering te controleren.

Uitstappen: eerst kijken, daarna pas openen

De bestuurder houdt de deur dicht en kijkt in de linkerbuitenspiegel, waarin een fietser van achteren nadert.
Eerst kijken, dan pas de deur openen: hier komt een fietser aan.

Kijk vóór het openen via de binnenspiegel, daarna via de linkerbuitenspiegel en over je linkerschouder.

Laat het andere verkeer eerst passeren en houd de deur niet onnodig open.

Een open portier kan anderen hinderen of in gevaar brengen.

Staat er een voertuig naast je, wees dan extra voorzichtig bij het openen.

Veelgestelde vragen over rijklaar maken

Kan ik zakken op een vraag over de auto?

De beoordeling van de voorbereidings- en controlehandelingen geeft op zichzelf nooit de doorslag voor de uitslag.

Moet ik tijdens het examen zelf het oliepeil meten?

Nee, de examinator laat je niet het oliepeil meten. Je moet wel kunnen aanwijzen waarmee dat kan en uitleggen hoe je het controleert.

Hoe hoog moet mijn hoofdsteun staan?

De bovenrand hoort even hoog te staan als de bovenkant van je hoofd.

Moet ik bij het starten van een automaat de rem intrappen?

Ja, de startprocedure beschrijft voor een automaat een ingedrukt rempedaal en de versnellingshendel in de parkeerstand.

Krijg ik technische vragen over rijhulpsystemen?

De examinator vraagt niet naar hun technische werking, maar kan wel vragen wat vuile of beschadigde sensoren en camera’s voor die systemen betekenen.

Bereid ook de rest van je rit voor met het overzicht van het praktijkexamen en de les over bijzondere verrichtingen.

Bron bij deze les

CBR: Rijprocedure B, versie 1 januari 2024, hoofdstuk 1, onderdeel 3.7 en de bijbehorende beoordeling.